Op zoek naar de grens tussen lobby en chantage

Shell, Unilever en de dividendbelasting

Het meest besproken onderdeel van het nieuwe regeerakkoord is zonder twijfel het plan om de dividendbelasting af te schaffen. Het debat over dit besluit was een zoektocht naar de kabinetsargumenten. Geen regeringspartij maakte zich immers hard voor deze maatregel. Dankzij de NOS weten we sinds vanmorgen meer: die ‘geluiden’ kwamen in klare taal van grote multinationals als Shell en Unilever. Zij hebben Rutte tot deze keuze gebracht ter waarde van 1,4 miljard euro. Het gevoel dat daarbij bekruipt: waar eindigt lobby en waar begint chantage?

De linkse partijen waren er als de kippen bij toen ze hun duistere vermoeden bevestigd zagen. PvdA-leider Asscher stelde op Twitter dat Rutte zich liet chanteren, terwijl GroenLinks-collega Klaver meldde dat het op zijn minst ‘riekt naar chantage.’ Ook bij de Algemene Financiële Beschouwingen die plaatshebben in de plenaire zaal van de Tweede Kamer lopen de gemoederen hoog op.

Er werd zelfs hoofdelijk gestemd over uitstel van het debat en over de vraag of Mark Rutte bij het debat aan zou moeten schuiven. De regeringspartijen stemden beide voorstellen weg.

Shell
Beeld: ANP

Shell en Unilever

Hoe zwaar de woordkeuze voor chantage ook is, uit de lucht gegrepen is hij allerminst. Aan de NOS vertellen Shell en Unilever, bedrijven die ook in het debat over de regeringsverklaring al door de oppositie werden genoemd, expliciet met de onderhandelaars te hebben gesproken over de dividendbelasting. Volgens Shell zou het onderwerp ‘van vitaal belang’ zijn ‘voor de concurrentiepositie van Nederland in het algemeen en van Royal Dutch Shell in het bijzonder’.

Unilever legde zelfs een verband tussen de dividendbelasting en haar vestigingskeuze. Zou het na de Brexit in Londen blijven of zich in Rotterdam vestigen? Ook Shell heeft haar belangrijkste kantoren in zowel het Verenigd Koninkrijk als Nederland. Daarbij niet onbelangrijk: Groot-Brittannië heft geen dividendbelasting.

Essentieel is wel dat volgens die bedrijven bij de gesprekken nooit expliciet gezegd is dat ze overwegen te vertrekken als de dividendbelasting in ons land zou blijven bestaan. Hetzelfde stellen AkzoNobel en Phillips. Het wordt hiermee in ieder geval een stuk duidelijker hoe de regeringspartijen op het idee zijn gekomen.

Zelfs Mark Rutte kon in het debat vorige week geen enkele econoom noemen die het beoogde effect van de plannen onderschrijft en geen van de partijen had het afschaffen van de dividendbelasting in haar verkiezingsprogramma staan. De ChristenUnie werd ermee geconfronteerd het plan zelf eens ‘ontwikkelingssamenwerking voor multinationals’ te hebben genoemd.

Chantage

Maar is het chantage van de bedrijven? Dat is een lastige, maar essentiële vraag. Des te meer omdat de keuze voor het afschaffen van de dividendbelasting op het bordje van Rutte wordt geschoven. Daarbij komt één vraag naar voren. Hoe houdbaar is de positie van een premier die zich laat chanteren door grote bedrijven, waarmee zijn onafhankelijkheid betwistbaar is?

Bovendien werkte Rutte voor zijn politieke loopbaan tien jaar voor Unilever. Er is voorlopig geen aanleiding om dat aan te halen in het licht van belangenverstrengeling maar gezien de amicale en trouwe managementstijl van Rutte is het niet onwaarschijnlijk dat hij nog warme connecties heeft binnen het bedrijf. Voordat er ook echt bliksem uit deze donderwolk komt moet er veel worden bewezen. En dat is lastig. Wat wel zeker lijkt, is dat het zaakje stinkt.

Het zijn namelijk niet eens alleen de oppositiepartijen die het woord chantage in de mond nemen. De Telegraaf citeert vandaag een niet bij naam genoemd Kamerlid van een coalitiepartij die stelt: “Natuurlijk is het chantage, maar het gaat hier om grotere belangen.” De contacten waarover vanmorgen bij de NOS te lezen was stonden daarnaast niet in de correspondentie waar de premier in het debat over het regeerakkoord vorige week naar verwees. Ook dat roept op zijn minst vragen op.

Beeld: ANP/Lex van Lieshout

Politieke voorbeeldfunctie

Van politici wordt er door velen een voorbeeldfunctie verwacht en een hogere standaard wat betreft ethisch gedrag. De beschuldiging van chantage die Rutte naar zijn hoofd geslingerd krijgt valt voorlopig onder deze noemer. Maar of er ook sprake is van juridische chantage is maar zeer de vraag. Het woord chantage wordt in juridische zin niet gebruikt. Daar wordt er gesproken van afpersing of afdreiging.

In het eerste geval wordt er gedreigd met geweld. In het tweede geval ‘slechts’ met smaad of het openbaren van gevoelige geheime informatie. Zelfs als er sprake zou zijn geweest van een letterlijke dreiging te vertrekken uit Nederland door de grote bedrijven valt dit zo op het eerste oog onder geen van beiden. Het aantonen van juridisch grensoverschrijdend gedrag wordt dan ook een uitdaging.

Minstens zo belangrijk voor de positie van Rutte is zijn politieke onafhankelijkheid. Daarbij is de claim van het ‘volkse begrip’ chantage al zwaar genoeg. Ervan uitgaande dat de grote bedrijven inderdaad nooit expliciet hebben vermeld dat ze bij het aanhouden van de dividendbelasting zouden vertrekken is van ‘echte chantage’ geen spraken. Het is moeilijk voor te stellen dat geslepen lobbyisten als die van Shell en Unilever de fout zouden maken zo’n punt te expliciet te maken.

Hetzelfde geldt voor ervaren onderhandelaar en ‘ontvanger’ van lobbyisten: Rutte himself. Het is hoogstens een vorm van chantage voor de goede verstaander. Er komt op verzoek van de linkse oppositie spoedig een hoorzitting in de Tweede Kamer. Daar zullen zowel kabinet als de genoemde bedrijven ondervraagt worden.

De hoop is op die hoorzitting gevestigd voor de vraag of we kunnen spreken van chantage.