Dood aan cultuur, roept Oleg de aapmens

Filmmuseum EYE vertoonde The Square. Regisseur Ruben Östlund was er zelf ook

Een week of wat geleden toog ik naar filmmuseum EYE voor een voorvertoning van The Square. Die Zweedse film had op het filmfestival in Cannes een deftige prijs gewonnen, en ik had er op YouTube twee boeiende minuten van gezien. Hierin trakteert een Russisch kunstenaar de dinerende culturele elite van Stockholm op wat performance art. Hij imiteert een aap en neemt die rol van aap nogal serieus. De ontsnapping van Bokito, maar dan op chic.

Ik wilde dolgraag weten hoe het afliep met de aapmens, dus meldde me voor filmmuseum EYE bij de culturele elite van Amsterdam. Met twee twintigers liep ik naar de zaal. Hij had zo’n kaarsrecht afgesneden Playmobil-kapsel, liep op zwarte lakschoenen met hoge zool en droeg een stoffen draagtas. Zij had een knot met piekhaar en droeg een te grote jas.
Het oudere publiek zat al in de zaal en bezette stoelen met jassen en tassen. Ik dacht aan Peter Pannekoek, die in Spijkers met Koppen de ‘witte verongelijkte linkse vrouw’ beschreef: een museumjaarkaarthoudende 50-plusser die voordringt in de rij voor de film en uitsluitend van Scandinavische tv-series houdt.
Regisseur Ruben Östlund zelf zat ook in de zaal.

Op kaarslichte dag

Het decor van The Square is een Zweeds museum voor hedendaagse kunst. De laatste museumaankoop is het postmoderne kunstwerk The Square, een vierkant van witte lichtsnoeren tussen de straatstenen, met een pretentieuze achterliggende gedachte van de kunstenaar: binnen The Square geldt een ‘sociaal contract van vertrouwen’.

Östlund lichtte die gedachte — hij schreef het scenario zelf — godzijdank toe in zijn welkomstpraatje. Vroeger was alles beter, ook in Stockholm. In de jaren vijftig vertrouwden ouders hun kinderen aldaar nog toe aan de behulpzaamheid van vreemden, door hun kinderen een touwtje met naam en adres om de nek te hangen.
In het Land van Ooit van Jan Terlouw hing het touwtje des onschulds uit de brievenbus, in dat van Östlund om de nek.
Maar das war einmal.
Kinderen zijn niet langer veilig op straat in Stockholm. En als je niet oplet, word je nog beroofd ook. Ik verwachtte dat hij Gerard Reve’s omstreden gedicht Voor eigen erf uit zijn binnenzak zou toveren, maar dit gebeurde niet.
Östlund was onlangs zelf op klaarlichte dag beroofd van zijn telefoon. Die ervaring was inspiratie voor The Square. Hij droomt van een utopische straathoek, waarop je waardevolle bezittingen veilig zijn voor pikkedieven.

Bij wijze van een ludiek sociaal experiment legde Östlund zijn eigen telefoon op de bioscoopvloer voor de eerste rij en hij trok hij er een denkbeeldige vierkant omheen. Net als in de film.
The Square kon beginnen.

Hoopje gruis

In het Zweden van The Square is de monarchie gevallen en heeft de kunst zijn intrek genomen in haar ruïnes. In het Koninklijk Paleis in Stockholm huist een museum van naam en faam. Hoofdpersoon Christian (Claes Bang) is er hoofdcurator.

Kunst in The Square is lachwekkend eenvoudig, van het niveau ‘dat kan m’n doofstomme, blinde nichtje van één nog bedenken’. Neem de minimalistische Piles of grain-expositie. Die bestaat uit een paar hopen gruis.

De museumbezoeker in The Square is een pseudo-belangstellende twintiger met blond bloempotkapsel, zwarte lakschoenen met hoge zool, een stoffen draagtas en een iPhone in de aanslag.
De cultuur is prachtig, maar je moet er wel wat likes op Instagram mee verdienen.

Ruben Östlunds kijk op het Zweedse kunstmilieu en hedendaagse kunst is satirisch, op het cynische af, en doet me denken aan wat Midas Dekkers schreef over de waardering van wijn: “Hoe oud de wijn is, staat op het etiket, hoe lekker je dat moet vinden staat op het prijskaartje.”

Kuddebeschermer

Curator Christian is van het slag ‘links lullen, rechts vullen’. Hij draagt fluwelen sjaaltjes en een rode bril, rijdt in een Tesla, woont in een hoogglans appartement en zijn waardering voor kunst eindigt waar de afdeling Communicatie begint. En als een onoplettende schoonmaker op een goeie dag door een gruishoop van de Piles of grain-expositie rijdt met een zuigwagen, verkiest Christian het doorzoeken van de stofzuigerzak boven verzekeringswerk. De bezoeker merkt er toch niets van.

De rode draad van The Square is Christians zoektocht naar de dief van zijn portemonnee en telefoon. Christian is zijn vertrouwen in de goedheid van de mens verloren en speelt buiten kantooruren voor burgerdetective via de app Find my iPhone.

Christian lijkt op de hoofdpersoon uit de vorige komedie van Ruben Östlund: Turist. Hierin worstelt Tomas — vader in een witblond IKEA-foldergezin — met zijn mannelijkheid omdat hij op een familieskivakantie tekortschiet in zijn oerrol als kuddebeschermer. (Voor wie Turist niet heeft gezien: Tomas vlucht weg van een aanstormende lawine en laat vrouw en kinderen achter.)

Vader Tomas en curator Christian zijn week geraakte mannen. Christian leeft onder het juk van het feminisme, een wereld waarin vaders papadag vieren en kinderloze vrouwen managersfuncties vervullen. Om zijn plaats op te eisen, en om rechtvaardigheid af te dwingen, betreedt Christian een schimmig pad dat lijnrecht van de beschaving af loopt.

Oleg de aapmens

De beste scènes uit The Square zijn tragikomische portretten op zich. Een daarvan, waarin een Tourettelijder de Q&A met een zeer belangrijk kunstenaar onderbreekt door de interviewster voor ‘cunt’ uit te maken, baseerde Östlund op een incident in een Zweeds theater.

Een opwindend hoogstandje in The Square is de act van de Russische performance artist Oleg (Terry Notary, een acteur die regisseur Östlund vond door ‘actor imitating monkey’ te googelen.) Christian serveert zijn gasten, een keurig gezelschap, voorafgaand aan een diner op een act van Oleg, het kroonjuweel van de museumcollectie.
Oleg verleidt het publiek, de beschaafden, terug te keren naar hun oerdriften. Eerst vinden ze het wel komisch, zo’n halfnaakte man die grommend tussen de tafels dwaalt op stelten en voeten. Ongemakkelijk, hooguit. De meligheid verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra Oleg op tafel springt, met glaswerk smijt, op zijn borst slaat en in apentaal krijst: ‘Dood aan cultuur!’

Gaat dat zien. De Bokito-analogie blijft overeind.

(O, en die telefoon van Östlund lag na de vertoning, net als in het Land van Ooit van Terlouw, nog precies waar-ie lag.)

The Square draait vanaf vandaag in de Nederlandse bioscopen.