Een paniekrooksignaal voor de Oranje-Indiaan

Graat Hindriks bezocht de afgelopen dertig jaar bijna alle wedstrijden van het Nederlands Elftal, verkleed als indiaan, inclusief verentooi en oranje geverfde baard, met een trommel op zijn buik en gesponsord door welk bedrijf dat ook maar vermoedde dat een als indiaan verklede trommelaar een positieve invloed op de omzet zou kunnen hebben. Sinds ik weet dat ze de Oranje-Indiaan steunen, en koop ik bijvoorbeeld al mijn keukens bij Hans Verkerk Keukens, in de hoop dat er van mijn euro’s een percentage naar een nieuwe tooi voor Graat gaat.

Een paar jaar geleden nog schreef de Indiaan een boek. Hij liet er vijfduizend van drukken. Weinig, dat vond ik toen al. De boekpresentatie vond plaats bij de Indiaan thuis. Daar bestaan beelden van, van RTV Drenthe, want de Indiaan woonde niet in een reservaat ergens in Noord-Amerika, maar in Emmen. En niet in een tipi, maar in een huis, in een straat tussen andere huizen.

Wel een eer, ja

Voor de overhandiging van het eerste (en het tweede) exemplaar had de Indiaan Evert ten Napel en Dick Jol uitgenodigd, twee iconen uit het Nederlandse voetbal.
Graat was trots dat Evert hem wel eens in zijn wedstrijdverslagen had genoemd. En Dick Jol, ja, Dick Jol was ook trots: “Uitermate. Om als eerste het boek in ontvangst te nemen van een man die al decennialang de wereld over zwerft Oranje achterna, dat vind ik wel een eer ja.”

Dat boek van de Oranje-Indiaan belandde niet in de Bestseller-Top60 – het schijnt dat Pieter Omtzigt iemand kende die er niks aan vond. Het haalde niet eens de longlist van de Libris Literatuurprijs. Als je dat hoort, ga je je dingen afvragen. Zoals: wat hebben Tommy Wieringa of Joost de Vries ooit voor de oranjegekte betekend? Heeft Charlotte Mutsaers haar baard wel eens oranje geverfd? Kan Peter Buwalda überhaupt trommelen? Een ding is zeker: geen keukenfabrikant zou die mensen ooit willen sponsoren. En voor de Oranje-Indiaan staan ze in de rij.

En terecht. Vóór Graat aan zijn missiewerk begon, gingen mensen die een wedstrijd van het Nederlands Elftal bezochten gekleed in een broek en een trui. Een enkeling knoopte, in een frivole bui, een oranje sjaal om zijn nek. Werd die persoon door de televisieregisseur tijdens de wedstrijd in beeld genomen – bij wijze van misstand – dan kon hij een maand niet over straat zonder nagewezen te worden.

En toen kwamen de Gullit-petjes en de Brulshirts en de Bavaria-jurkjes en de Oranje Generaal (een man die alle Oranje-wedstrijden bezocht in een oranje generaalsuniform), de Wortelman (een man die alle Oranje-wedstrijden bezocht met twee bossen wortels op het hoofd), Pippi Langkous (een man die alle Oranje-wedstrijden bezocht met een Pippi Langkous-pruik op het hoofd) en de Tietenman (“Mensen blijven het leuk vinden”), die recent in de Volkskrant nog tevreden vaststelde dat er elke wedstrijd wel iemand ‘even in wilde knijpen’.

Kortom: zeggen dat Graat Hindriks school heeft gemaakt, zou te zwak zijn uitgedrukt. Er zijn twee woorden die alleen in de Nederlandse taal bestaan: gezelligheid en Oranje-Indiaan. Graat is allebei. Wie nu nog een jas en een broek draagt bij een wedstrijd van het Nederlands Elftal, is gek. Helemaal loco. Goddank. Eindelijk. En allemaal dankzij hem.

Logisch dus dat verslaggever Nick Klopper van De Telegraaf vorige week, in aanloop naar de clash tussen de Lamme en de Blinde (Schotland – Nederland) naar Emmen toog om Graat uit te horen over zijn oeuvre. Het werd een fascinerend en droef vraaggesprek. Een grandioos afscheidsinterview van het soort dat Prins Bernhard ooit aan de krant gaf. Onder de kop ‘Indiaan haakt af’ gaf Graat een haarscherpe analyse ten beste over de misstanden binnen het Nederlandse voetbal.

Volgens de Oranje-Indiaan werd de bal in de wedstrijd tegen Bulgarije ’85 minuten naar achteren gespeeld’, was Vincent Janssen een ‘eendagsvlieg’ en was alles de schuld van Danny Blind en Dick Advocaat. Ook verhelderend was de kijk van de Oranje-Indiaan, die dertig jaar lang met een verentooi op zijn hoofd in het stadion zat in de hoop in beeld genomen te worden, op Memphis Depay: “Zo’n Memphis is alleen maar met mode bezig, terwijl hij geen bal raakt.”

Conclusie: “Het lijkt wel of ze niet willen winnen.”
Een visie die wat mij betreft nader onderzoek verdient.

68

Verder kwam de lezer van de alt-right kattenbakvulling van Wakker Nederland erachter dat de Oranje-Indiaan graag over zichzelf sprak in de derde persoon (“Graatje boekte lekker een vakantie naar Kreta”) en dat er voor de wedstrijd tegen Schotland maar 68 kaartjes waren verkocht voor het Oranje-vak.

68. Als er voor een lezing van Griet Op de Beeck 68 kaartjes zijn verkocht, draait ze woedend om en gaat naar huis. Het moge duidelijk zijn: als de Oranje-Indiaan er geen zin meer in heeft, heeft niemand er meer zin in.

Hierbij een oproep. Oranje-Indiaan, mocht je deze rooksignalen ontvangen: na woensdag weet ik het zeker. Jouw kijk op voetbal is wat Nederland nodig heeft. Meld je bij de KNVB, deel je kennis en help ons uit dat peilloos diepe dal te klimmen. Jij weet als geen ander dat indianen geloven dat wat je ’s nachts, in je dromen meemaakt, dat dat echt is en dat de gebeurtenissen van overdag dromen zijn.

Daarom droom ik je uit alle macht terug op de tribune, voor we ook nog de Pippi, de Tietenman, en die man met die winterpenen op het hoofd verliezen.