De vervolging van een Kamerlid: een doolhof waar niemand de juiste weg vond

Pieter Omtzigt is sinds het afgelopen weekend in politiek zwaar weer terecht gekomen. Het NRC Handelsblad onthulde namelijk dat CDA-Kamerlid een ‘getuige’ van de MH17-ramp liet liegen. Dat is op zichzelf enkel een politiek delict, maar het grote graven kan beginnen. Is een dergelijk onderzoek naar een Kamerlid ooit afgesloten met een vervolging? En hoe is het op dit moment gesteld met dit vervolgingssysteem?

Pieter Omtzigt
Omtzigt tijdens het debat over de aanpassing van het Oekraineverdrag afgelopen februari. Beeld: ANP/Bart Maat

De vervolging van Kamerleden wegens een ambtsmisdrijf is op juridisch vlak onontgonnen terrein. Er is voor een dergelijk geval namelijk nog nooit een Tweede Kamerlid vervolgd. Nu denkt u misschien: ministers en Kamerleden zijn toch onschendbaar? Dat klopt, maar vervolging is wel degelijk mogelijk.

Alles draait namelijk rond artikel 119 van onze Grondwet. De Tweede Kamer beslist volgens deze wet uit 1886 over de vervolging. Alleen moet er eerst door vijf Kamerleden een onderbouwde aanklacht aangeleverd worden bij de Kamervoorzitter. Daarna moet Khadija Arib binnen 24 uur naar buiten brengen tegen wie de aanklacht geformuleerd is.

Geene aanklagt tegen een der Hoofden van de Ministeriële Departementen wordt bij de Kamer in overweging genomen, tenzij door vijf leden schriftelijk en met opgave der feiten ingediend.

Er moet binnen acht dagen gestemd worden over vervolgstappen aan het adres van de aangeklaagde Kamerlid. Een meerderheid van de Tweede Kamer beslist of er een onderzoekscommissie ingesteld moet worden. Pas als dit onderzoek – waarin getuigen onder ede gehoord kunnen worden – of de Hoge Raad ingeschakeld wordt en of die over moet gaan tot vervolging van het Kamerlid.

De Hoofden der Ministeriële Departementen staan ter vervolging, hetzij van Onzentwege, hetzij van wege de Tweede Kamer, te regt voor den Hoogen Raad.

Niet succesvol

Er zitten echter haken en ogen aan dit proces. Dat blijkt ook tijdens het onderzoek naar het lek in de zogenoemde Commissie Stiekem. Een onderzoekscommissie in een dergelijk onderzoek heeft geen echte opsporingsmogelijkheden, en de commissie moet de klus bij wet in drie maanden klaren, daarna vervalt automatisch de klacht.

Onderzoekscommissies zijn niet succesvol. Naast het eerdergenoemde onderzoek naar het lek uit de Commissie voor Inlichtingendiensten en Veiligheidsdiensten mislukt ook het onderzoek van Commissie De Wijkerslooth, dat in 2010 onderzoek doet naar de rol van PvdA-Kamerlid Paul Tang in het lekken van Prinsjesdagstukken.

Juridisch doolhof

Beide commissies lopen stuk op het pad naar vervolging, is te lezen in de conclusie van Commissie De Wijkerslooth. “De commissie concludeert dat de weg van een strafrechtelijke vervolging van een Kamerlid, hoezeer een gedraging van een Kamerlid ook strafbaar is, in de praktijk onbegaanbaar is.” Tegen RTL Nieuws noemen enkele topjuristen de huidige werkwijze ‘een juridisch doolhof’.

Na de conclusies van de Commissie is de wet – helaas – niet aangepast. Op het moment van schrijven ligt er al een initiatiefwet van toenmalig Tweede Kamerleden Jeroen Recourt (PvdA), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Peter Oskam (CDA) om de Wet Strafrechtelijke Vervolging te moderniseren. Dat voorstel sneuvelt echter in november 2015 in de Eerste Kamer. Tegenstanders van het opheffen van de strafrechtelijke immuniteit van de overheid benadrukten toentertijd dat ‘de overheid al via andere juridische wegen aanspreekbaar is, zoals de bestuursrechter’.

Pieter Omtzigt
23 maart 2017: Tellegen legt de eed af tijdens de installatie van de nieuwe Kamerleden na de Tweede Kamerverkiezingen. Beeld: ANP/Remko de Waal

Huiswerk niet op orde

Voor de voorstanders blijft er een nare smaak – de wet sneuvelt op één stem – in de mond achter, tot VVD-Kamerlid Ockje Tellegen in januari 2016 met elf andere Kamerleden een nieuwe poging onderneemt.

“Kamerbreed hebben we ambitie neergelegd om zo snel mogelijk iets te doen aan die hopeloos verouderde wetgeving,” zegt ze desgevraagd over de huidige stand van zaken van haar voorstel. “We kunnen niet dagelijks onze mond vol hebben van criminaliteit, maar we hebben op dit punt zelf ons huiswerk niet op orde.”

Negende gebod

Volgens het VVD-Kamerlid is het zaak dat er zo snel mogelijk een overgangswet komt. Tellegen: “Daarna kan een Commissie van Wijzen werk maken van een totale wetsherziening.”

Dat gebeurt volgens haar ‘liever vandaag dan morgen’. Een noodwet heet in haar ogen immers niet voor niets een noodwet. “Die had er al lang moeten liggen.”

Vervolging of niet. CDA’er Omtzigt heeft wat uit te leggen bij de hemelpoort. Want, hoe stond dat ook weer in het negende gebod? “Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.”