Het onbevooroordeelde genieten van Jacques Brinkman

De discussie was al even op streek, journalist Thomas Rijsman had argument op argument gemetseld, onvermoeibaar. Nu, dacht hij, moest Jacques Brinkman toch wel eens beginnen in te zien dat hij verkeerd zat. Maar waaróm, vroeg presentatrice Willemijn Veenhoven, vond hij het nou precies zo’n probleem als sporters met een dubbel paspoort voor Nederland uitkwamen.
En toen dat antwoord: ‘Ik wil het niet. Ik heb er niks mee.’
Rijsman: ‘Dat vind ik niet het allersterkste argument, Jacques.’

Jacques Brinkman wil sommige dingen gewoon niet. Klaar. Hij heeft nou eenmaal niks met Mia Audina en Sifan Hassan die de Nederlandse nationaliteit krijgen en daarna voor Oranje de ene medaille na de andere binnentikken. Voetballers als Amrabat en Ziyech, die geboren zijn met een dubbel paspoort, waarvan ze er één niet kunnen inleveren, al zouden ze het willen en die al een leven lang schipperen tussen een Marokkaans binnen en een Hollands buiten, eten volgens Jacques Brinkman van twee walletjes.
‘Sport is net oorlog: je kunt maar voor één land vechten.’

Onbevooroordeeld genieten

Jacques had ook kunnen zeggen: sport is net columns schrijven. Je kunt maar voor één stupide stelling strijden. Per keer, althans, want een week na zijn tirade tegen het dubbele paspoort (wat moest minister Ollongren eigenlijk met dat Zweedse paspoort, vroeg Jacques zich en passant af – kennelijk is politiek ook al oorlog), had hij het in zijn Telegraaf-kolom afgelopen dinsdag over doping. Dat moest maar eens vrijgegeven worden. Reden: Jacques wilde onbevooroordeeld van mooie prestaties kunnen genieten. Hij werd gek van al dat ‘gelul’ en van die hertests, waardoor wielrenners en zwemmers en weet ik veel wie jaren later nog werden gestraft.
Anders geformuleerd: Jacques had er niets mee, met doping. Dus dat moest maar weg.
Dankzij een smeuïge insinuatie van dopinggebruik door Dafne Schippers (en een woedende reactie van haar) mocht Jacques ditmaal op televisie uitleggen wat hij nu eigenlijk bedoelde. De borrelende onderbuik nog maar eens tot actualiteit gepromoveerd. Bij Pauw hadden ze Mark Tuitert uitgenodigd om Brinkman van repliek te dienen. Met het engelengeduld en de volharding van de ware topsporter zette Tuitert nog maar eens uiteen waarom doping vrijgeven niet het meest nozele idee ooit is. Het ene argument na het andere – dat het levensgevaarlijk is, dat topsport per definitie oneerlijk is en dat je het probleem van regels die overtreden worden beter niet kunt oplossen door die regels af te schaffen en zo. Kortom: de bleedin’ obvious. Tuitert begon wel steeds wanhopiger te klinken, een beetje zoals ouders die hun krijsende peuter vanuit het supermarktgangpad zonder geweld richting kassa proberen te onderhandelen. En Jacques? Die zette zijn ‘dat is jouw mening’-hoofd op en riep: ‘Lance Armstrong. Zeven keer de Tour gewonnen. Nou, ik doe het niet, hoor.’
En over de Russische dopingconnectie – staatsdopingprogramma, gevluchte klokkenluiders, alles erop en eraan – had Jacques ook nog wel iets te melden: ‘Het blijft maar doorgaan. Ik wil gewoon genieten van Sven Kramer die een mooie wedstrijd schaatst.’
Dat van Dafne had hij trouwens helemaal niet zo bedoeld. Hij had het wel zo opgeschreven, maar hij bedoelde in werkelijkheid het tegenovergestelde. Of zoiets. Echt, hij wilde alleen maar onbevooroordeeld genieten van mooie prestaties.

Zelf heb ik niet zo veel met de columns van Jacques Brinkman. Zou ik zijn logica volgen, dan zou ik hier kunnen schrijven: weg ermee, met die stukken. Ik word gek van dat gelul en ik wil niet elke dinsdag geconfronteerd worden met het mariannezwagermanisme van een ex-tophockeyer die schrijft zoals die ene zonderlinge neef praat, die na jaren zwijgen zich bij het kerstdiner opeens afvraagt waarom hij eigenlijk belasting zou moeten betalen. Ik wil liever geen redenaties van lik-me-vestje, ik zit niet te wachten op iemand die poep roept en dan zegt dat hij kak bedoelde. Ik wil het gewoon niet. En het blijft maar doorgaan.

Negeren

Maar dat schrijf ik natuurlijk niet. Ik wil het niet is geen argument. Het blijft maar doorgaan trouwens ook niet. Behalve als op een verjaarsvisite het bakje met pindarotsjes voor de vierde keer voorbij komt, dan wel. Als je zou willen, zou je kunnen beargumenteren dat Brinkmans stukken de sport waar hij zo van geniet schade doen, omdat ze twijfel zaaien over evident-gevaarlijke onderwerpen, dat het voor een columnist van een grote krant wat mager is om een gevoel bij jezelf te detecteren zonder te onderzoeken waar dat gevoel vandaan komt (en of het ergens op slaat) en dat regels in veel gevallen helemaal niet alleen maar zijn ontworpen om jouw particuliere genot te optimaliseren. Eventueel zou je er nog aan kunnen toevoegen dat de aanname dat jij ook met doping nooit zeven keer de Tour de France had kunnen winnen een argument zou zijn waarom doping moet worden vrijgegeven, in werkelijkheid een drogreden is van Olympische proporties, sterker nog, dat het niet eens een drogreden is, niet eens een drog. Alleen maar twee zinnen zonder enig verband. En dat, hoe moeilijk ook, negeren in dit soort gevallen waarschijnlijk het beste werkt.
Maar dat begrijpt iedereen wel, toch?

Meer leuke content? Like ons op Facebook