De politie is vanaf 1 december niet langer afhankelijk van tv

Per 1 december gelden er soepelere regels omtrent opsporingsberichtgeving. Namen en beelden mogen dan ook gedeeld worden in geval van ‘acute dreiging’. Door de toegenomen hoeveelheid aan scherp beeldmateriaal en het grote mediabereik waren de oude regels voor de opsporing van verdachten volgens het Openbaar Ministerie niet meer van deze tijd.

Met opsporingsberichten wordt het publiek ingeschakeld om hulp te leveren bij de opsporing van een dader of verdachte. Wanneer daarbij ‘tot een persoon herleidbare gegevens’ worden gebruikt geldt het als inbreuk op de privacy. Dit mag alleen onder bepaalde voorwaarden en een zorgvuldige belangenafweging. De Aanwijzing Opsporingsberichtgeving geeft regels over de inzet.

De huidige Aanwijzing Opsporingsberichtgeving stamt uit 2009. Voor die tijd werd het opsporingsbericht gezien als allerlaatste redmiddel. Sinds 2009 wordt het inschakelen van het publiek ook kort na het misdrijf nuttig geacht. Herinneringen van getuigen zijn dan immers nog vers. De belangrijkste verandering in de nieuwe aanwijzing is dat een opsporingsbericht ook kan worden ingezet om ernstige strafbare feiten te voorkomen. Met name het moment waarop het publiek om hulp wordt gevraagd – en de privacyschending nodig geacht – verandert dus wanneer er nieuwe regels worden ingevoerd.

Big Brother

Door de grote hoeveelheid aan camera’s zijn de mogelijkheden van de politie uitgebreid. De laatste telling van camera’s in de openbare ruimte komt uit 2013. Volgens weblog Sargasso had Nederland toen ruim 200.000 geregistreerde camera’s in de openbare ruimte. Dat is 1 camera per 82 inwoners, maar Sargasso schat dat het totale aantal in 2013 al rond de miljoen liep. Tel daar de telefoons met camera bij op en iedereen is nagenoeg altijd binnen beeldbereik.

Niet alleen het aantal camera’s neemt toe, ook de toepasmogelijkheden van de beelden. Sinds december vorig jaar experimenteert de politie met gezichtsherkenningssoftware. In een database staan de gezichten van veroordeelde misdadigers, maar ook van (nog niet) veroordeelde misdadigers. Wanneer iemand wordt gearresteerd voor een misdrijf waar minimaal een jaar cel op staat wordt een foto opgenomen in de database.

De politie gebruikt de software om beelden van verdachten te vergelijken met de database. Volgens de projectleider van de politie, John Riemen, zou de database de privacy van verdachten intact houden. “Nu hoeven we misschien minder snel via Opsporing Verzocht iemands foto naar buiten te brengen,” meldde Riemen bij de introductie van de methode.

Opsporing Verzocht. Beeld: AVROTROS/Michel Schnater

Opsporing Verzocht

Het programma Opsporing Verzocht is een samenwerking tussen het Openbaar Ministerie, Politie en de AVROTROS en bestaat inmiddels bijna 35 jaar. Volgens de makers ‘konden er tot nu toe in 45 procent van de behandelde zaken in Opsporing Verzocht aanhoudingen worden gedaan, mede door tips van de kijkers’.

De bekende strafpleiter Inez Weski toont zich geen voorstander van de methodiek van het programma. Het verhaal in combinatie met het openbaar maken van beelden criminaliseert mensen van wie nog niet bewezen is wat ze gedaan hebben. Het principe dat een verdachte binnen ons systeem onschuldig is tot het tegendeel bewezen is wordt hiermee overboord gegooid.

Uit haar reactie op de zaak over de overval op de Haagse juwelier uit 2012 valt op te maken dat Weski meer ziet in opsporingsberichten als laatste redmiddel. In EenVandaag vertelt zij: “In dit vroege stadium wanneer je ongetwijfeld nog vele mogelijkheden hebt je onderzoek te verrichten, dan gaat dit veel te ver. Veel te vroeg en veel te disproportioneel.” Bovendien is het volgens de strafpleiter ‘niet handig van justitie’. Doordat daders levenslang last ervaren door de publiciteit zal het in veel gevallen leiden tot strafvermindering.

Eigen schuld, dikke bult

Hoofdofficier van justitie Diederik Greive vreest niet voor klachten van criminelen over privacy schending. Zo verklaart hij maandag in een interview met De Telegraaf: “Criminelen die on the run zijn, gaan ons niet bellen met een klacht.” Bovendien is het volgens Greive een gevalletje eigen-schuld-dikke-bult, want ‘je weet dat er overal camera’s hangen, dan moet je ook niet gaan klagen als je een misdrijf pleegt en de beelden worden gebruikt’.

Jeroen Soeteman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, denkt hier duidelijk anders over. Aan de NOS laat hij weten dat met de versoepeling een ernstige schending van de mensenrechten gepaard gaat, waar juist het Openbaar Ministerie voor moet waken. De politie hoeft vanaf 1 december niet meer voor alle opsporingsberichtgeving toestemming te krijgen van het Openbaar Ministerie. Wanneer er snelheid geboden is kan de politie hier zelf toe besluiten. Zij mogen echter niet zonder toestemming beelden delen die ‘herleidbaar zijn tot personen’.

Vlogs

Greive zegt in De Telegraaf geen enkel kanaal uit te sluiten bij de opsporing van (potentiële) misdadigers: “Social media, Opsporing Verzocht, kranten, televisie. Alles.” Afgelopen september werd het sociale media-beleid voor agenten nog aangescherpt. De politie beloofde beter toezicht te houden op de acties van agenten op Twitter, Facebook en YouTube.

Het gebruik van sociale media door agenten kwam in opspraak door een onderzoek van De Monitor. De redactie bekeek de video’s van politievloggers Jan-Willem en Tess. In 28 gevallen werden te veel persoonsgegevens getoond. Hoewel de gezichten onherkenbaar waren gemaakt, was door de omgeving een persoon herleidbaar.

De politie liet in een reactie aan De Monitor weten dat zij het in beeld brengen van politiewerk van meerwaarde achten. “Het kan een preventiedoel hebben, of uitleg geven over situaties waarover we veel vragen krijgen of waarover veel onbegrip is bij het publiek.”

Het delen van beeld dat herleidbaar is tot personen, zal ook volgens de nieuwe regels niet mogen zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.

Meer leuke content? Like ons op Facebook