Roomblanke boerenlul haat Zwarte Vrijdag

Een goed verhaal moet je nooit doodchecken, vertelde mijn leermeerster Peter Vandermeersch mij ooit toen ik nog correspondent voor het Belgische suffertje De Standaard was. De Vlaamse meestermarketeer verwees naar een scoop die ik destijds had over de racistische origines van Zwarte Vrijdag.

Ik was nogal progressief angehaucht in die tijd (denk aan de linkervleugel van de Internationale Socialisten) en had een manifest geschreven waarin ik pleitte voor de afschaffing van Black Friday. Dat leidde tot grote sociale onrust in de Bijlmer en hier en daar werden zelfs elektronicazaken van Maup Caransa en Jaap van Praag en diverse Chinees-Surinaamse warungs geplunderd, onder het motto: blijf met je vieze racistische poten van onze Zwarte Vrijdag af.
Aan de Universiteit van Amsterdam volgde ik in 1985 en 1986 het bijvak Etnische Studies met als specialiteit de negeremancipatie in de Verenigde Staten. Mijn helden waren Booker. T. Washington, Elijah Mohammed, Marcus Garvey en Louis Farrakhan. De laatste kent u als de ietwat antisemitische en dommige maar immer goed geklede voorganger van de Nation of Islam, samen met de Scientology Church de meest bespottelijke en ongeloofwaardige sekte ooit. Overigens was Louis voor hij met veel pomp and circumstance mohammedaan werd een echte player met overal chickies en zong hij hele geile liedjes zoals dit meesterwerk:

Tekst gaat onder de video verder.

En laat ik de Mormonen niet vergeten natuurlijk, qua volstrekt krankzinnige sekte, en Lou de Palingboer en de onvergetelijke Sjonnie Maasbach en zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik wil niemand kwetsen op Black Friday. Enfin, ik vond de Nation of Islam erg grappig omdat ik in de tijd van de baas in Harlem mocht stappen en in die hoedanigheid bezocht ik The Nation een paar keer in hun hood in de Bronx en maakte er onder andere deze schrijnende reportage over. Dat verhaal kostte De Groene Amsterdammer veel abonnees in Suriname en de Overzeese Geslachtsdelen. Enfin, ik heb die punten voor de poorten van de hel van mijn bijvak Etnische Studies weggesleept en ben toen ik een conflict geraakt met professor Wekker, de geestelijke vader van de Etnische Tupperwarestudies van de Universiteit van Amsterdam. Zij zei dat ik als roomblanke man met bloed aan mijn handen van de slavernij, geen Negerstudies mocht volgen en dat ik dientengevolge mijn 24 punten die ik hard nodig had voor mijn vrij doctoraal moest inleveren. Met terugwerkende kracht kan ik concluderen dat bij mij toen na de teleurstelling en de ontgoocheling de verharding intrad, en na Nine Eleven natuurlijk helemaal. Ik heb bij De Groene onder aanvoering van Anil Ramdas, Chef Diversiteit, nog wel een paar hartverscheurende verhalen gemaakt over hedendaags racisme in Nederland en vooral dit verhaal was een echte eye opener voor de roomblanke lezers in Oud-Zuid.

Veel lezeressen vroegen mij deze week schriftelijk of via de chatbox of ik ‘nog iets aan de islam, de stotterende buttplugs van Recep Tayyip Erdoğan in ons parlement, Anja Meulenbelt en Peter R. de Vries’ ging doen in mijn Vrijdagpreek en of ik wellicht nog een cursiefje ging wijden aan Zwarte Piet, Dokkum en de afgang van Sunny Bergman en haar Pietenjagers. Nu moet ik zeggen dat ik heel erg van Friezen houd. Ik mocht menig Fries verslijten in mijn woelige onstuimige jaren en heb zelfs nog even Leeuwarden als domicilium gehad. We spreken dan over het einde van de jaren zeventig. De schaarse Friezen uit die tijd die nog leven, kunnen bevestigen dat ik een graag geziene gast was in punkdisco Ode. Friezen hebben een Slavische ziel en zijn godzijdank niet breedsprakig. U kent toch dat verhaal van die Friese boerenknecht die met zijn nieuwe fiets naar zijn werk kwam? De herenboer zei toen: ‘Heb je een nieuwe nieuwe fiets, Gerben?’ Gerben zegt niks en gaat met zijn hooivork het land op. Aan het einde van de dag loopt hij naar zijn baas en zegt: ‘Baas, dit was mijn laatste dag hier.’ Waarop de baas stomverbaasd roep: ‘Maar waarom dan toch, trouwe knecht?’ ‘Nou, baas’, antwoordt Gerben, ‘vanwege al dat gelul over mijn nieuwe fiets.’

Enfin, om terug te komen op Black Friday, het centrale thema van mijn traditionele Vrijdagpreek: ik schrok mijn wezenloos toen ik van de week in mijn Algarviaans gehucht ineens enorme billboards zag met Black Friday-aanbiedingen. Mijn leven is voleindigd dacht ik, eerst dat gedonder met Valentijnsdag en nu dit. Laat ik er een lekker Huibdrionnetje in pleuren en wegspoelen met een jerrycan vinho verde. Bovendien ben ik niet zo’n winkeltype, al heb ik wel een paar Lusitaanse personal shoppers der Griekse Beginselen die mij kledingadviezen geven ‘and it shows.’
Vroeger ging ik altijd peperdure jeans kopen met mama bij de C & A in Arnhem-Velperpoort en dan schaamde ik me echt dood voor de daar werkzame Misters Humphries, maar moesje tikte wel mooi mijn Lois-spijkerjasjes en spijkerbroeken af. Goed, u weet nu waar ik sta in de kwestie Dokkum en die stinkende dieselbus vol Helpers Whiteys. Van mij mag Zwarte Piet worden kalltgestellt – ik woon toch in het verre warme buitenland – maar kom niet aan de Friezen, dat oprechte eerlijke oervolk. Daarom sluit ik af met twee van mijn favoriete liedjes. Het eerste liedje is van De Hunekop met Fersûp de kater, en het tweede liedje is van mijn held Meindert Talma met zijn onvergetelijke White Negroes. Ik wens u een goede Zwarte Vrijdag!

Meer leuke content? Like ons op Facebook