Engels, stront in onze emmer witte verf

Toen het Duits, nu het Engels

Om onze taal te beschermen tegen die van de buren, verenigden dertig taalpuristen zich in 1931 als het Genootschap Onze Taal. Het Nederlands raakte vervuild door naar Duits model gevormde woorden als ‘meerdere’ (van het Duitse ‘mehrere’), ‘verslechteren’ (van ‘verschlechtern’) en ‘onderzeeboot (‘Unterseeboot’) — germanismen genoemd.
Je hoorde natuurlijk te schrijven: verscheidene, verergeren en duikboot.

Goethe, Heine en Schiller waren in de jaren dertig veelgelezen schrijvers, en in de wetenschap en techniek was het Duits overheersend. Daarnaast leefden er in Nederland zo’n honderdduizend Duitse dienstmeisjes, die die niederländische Kinder opvoedden.

Toen de moffen in 1940 de schutting platliepen, leek een grondige verduitsing van het Nederlands onafwendbaar. De bezetter nam een eigen voertaal mee en journalisten van de nette kranten en bladen – de illegale pers daargelaten – plaatsten integraal en zonder morren Wehrmachtsberichtjes door, en gingen gemütlich op nazizomerkamp in kasteel De Cannenburgh voor wat Groot-Duits Unterricht onder het mom van Gleichschaltung.

De Duitsers vertrokken en ondanks de verdachte hoek waarin het Duits kwam te staan, drukte het Duits een stempel op het Nederlands. We voeren in 2017 nog van alles door (‘durchführen’), maken heel wat mee (‘mitmachen’), moeten inburgeren (‘einburgern’), spitsen ons toe op allerlei zaken (‘sich zuspitzen’), een enkeling raakt nog eens begeesterd (‘begeistern’) en we dragen geen hoofd- maar koptelefoons (‘Kopfhörer’).

Het Duits vermengde met de Nederlandse taal als een druppel groen in een emmer witte verf. Als foeilelijk beschouwde germanismen werden heel gewone woordenboekwoorden, en de Duitse woorden ‘sowieso’ en ‘überhaupt’ was een lang leven beschoren.

Er klopte een nieuwe vijand op de poort: het Engels.

De twintiger die de Nederlandse vertaling van random en awkward kent, mag zijn hand opsteken.

Awkward

Besturen maakten in een kwarteeuw plaats voor management, directeurs voor ceo’s. In office wordt out-of-the-box gedacht en aan de hand van een workflow gewerkt, op redacties heet kopij tegenwoordig content en op universiteiten volg je je bachelor of master in English, de taal waarin studenten eveneens hun essays, papers en de daaraan voorafgaande research dienen te schrijven.
Op het schoolplein klinkt het van ‘oh my god’ en ‘amazing’, en de twintiger die de Nederlandse vertaling van random en awkward kent, mag zijn hand opsteken.

Al deze geleende woorden uit het Brits-Engels en Amerikaans-Engels, ogen onschuldig in vergelijking met wat we anglicismen noemen: foeilelijke mengvormen.

Je bent niet reizende, je reist. (‘I was travelling’)
Je bent geen kolen aan het groeien, je verbouwt ze. (‘He grows cabbages’)
‘Voor jouw informatie’ (‘for your information’) en ‘voor mijn begrip’ (‘for my understanding’), en dat incestueuze gedrocht ‘voor mijn informatie’ zijn fout. Fout en heel lelijk. Maar niet zo fout en lelijk als ‘disrespectvol’ (‘disrespectful).
Je iets realiseren doe je niet ‘voor’ een fractie van een seconde (‘for a split second’), en een etiket léést niet (‘the label read’).
‘Contacten’ is geen werkwoord, ‘obssesseren over’ en ‘haten op’ evenmin. Of nou ja, vooralsnog. Taal is democratisch, een publieksproduct, dus grootschalige erkenning door Van Dale kan in theorie niet lang op zich laten wachten.

‘Het was als een orkest waarin de pianist plots viool moest spelen, en de violisten klarinet.’

Steenkolenengels

Enkele maanden klinkt er nu een klacht op en rond Nederlandse universiteiten en hogescholen, waar Engels tot nieuwe voertaal is verworden — de instructietaal, de lingua franca, het nieuwe voertuig tussen de geest van de docent en die van de leerling.

HP-collega Felix Huygen uitte in de Volkskrant zijn zorg over een taalniveaudaling in het hoger onderwijs, die hij omschreef als: “Docenten die tijdens de bachelor elk college verlevendigden met aansprekende anekdotes, ontpopten zich in het Engels als hakkelende dooie dienders. Studenten stamelden hun referaten aan elkaar in hun beste steenkolenengels terwijl de ogen van de toehoorders langzaam dichtvielen. Discussies kwamen maar niet van de grond. Het was als een orkest waarin de pianist plots viool moest spelen, en de violisten klarinet.”

Vanaf 2019 zullen de bacheloropleidingen sterrenkunde, natuurkunde en informatica van de Universiteit Leiden volledig op het Engels overgaan. Huygen legt daar een zorgwekkende conclusie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) uit 2003 naast: het overschakelen op het Engels als instructietaal in het universitaire onderwijs tot een gemiddelde kwaliteitsdaling van 30 procent.

Huygen constateert dat de universiteiten een wet overtreden door deze overstap te maken. Artikel 7.2 van de wet op het hoger onderwijs schrijft namelijk voor, dat onderwijs en examens in het Nederlands dienen te zijn, ‘indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt’.

‘Onnodig Engels duidt vaak op dikdoenerigheid.’

Mammoettanker

In Science geeft Annette de Groot, emeritus hoogleraar experimentele taalpsychologie, een aantal argumenten om de verengelsing van het onderwijs een halt toe te roepen — argumenten die, lijkt mij, ook voor het bedrijfsleven en verjaardagsfeestjes opgaan.
Docenten en studenten verliezen uitdrukkingsvaardigheid in het Engels, en de taal verliest levendigheid.

De Groot biedt een oplossing aan: een volwaardig tweetalig curriculum, Nederlands- én Engelstalig. ‘Het vereist dwingend dat alle studenten en docenten, dus ook de buitenlandse, Nederlands spreken. () Met xenofoob taalnationalisme heeft dit niets te maken. Wel met respect voor de taal waaraan we een belangrijk deel van onze identiteit ontlenen en waarin we ons het beste kunnen uitdrukken. Bovendien, niets is kosmopolitischer dan waar ook ter wereld de landstaal te spreken.’

Genootschap Onze Taal laat per mail weten het oprukkende Engels in het hoger onderwijs ‘een serieuze bron van zorg’ te vinden. ‘Onnodig Engels duidt vaak op dikdoenerigheid.’

In hun maandelijkse tijdschrift Onze Taal (lees dat blad!) liet de redactie in 2009 weten: “Voor vakgebieden met onderwerpen die vanwege hun directe algemeen belang geregeld een rol spelen in de maatschappelijke discussies in eigen land, zoals het recht, de sociale en geesteswetenschappen, blijft het onverminderd van belang dat de publieke discussie in het Nederlands gevoerd wordt, zodat de eventuele vaktermen de kans krijgen om zich aan te passen aan de Nederlandse grammatica.”

De parallel met het Duits in de vorige eeuw – minus de bezetting – is sterk. Onze Taal schrijft over nieuwkomers uit een vreemde taal: “Ze komen op, worden geproefd, en blijven dan – of vertrekken.”

Annette de Groot schrijft dat als er in de taalkeuzes verschuivingen gaan optreden naar een andere taal, de corrosie van de verdrongen taal dreigt. En het wordt pas echt problematisch zodra het denk- en redeneervermogen erdoor beknot raken. Kortom: waakzaamheid is geboden.

Net als die druppel groene Duitse verf zal het Engels, als een kop stront in de emmer witte verf oplossen. Goed roeren, en we zien er over zeventig jaar niets meer van.

Meer leuke content? Like ons op Facebook