Cristiano Ronaldo speelt Zwarte Pedro

De vriendin en ik zaten voor het raam en keken naar buiten, waar het zeek van de regen. De lucht was grijs en leunde zwaar op de flats waar wij vanuit ons kabouterkeukentje op uitkijken. Het waaide ook flink; de spin die wij de afgelopen dagen nauwgezet hadden gevolgd bij zijn webwerkzaamheden tussen de roosmarijn en het knooppunt van raam en vensterbank was uit zijn web gewapperd.

Hoe gaat dat spreekwoord ook alweer? God schiep de dag en wij sleepten ons erdoorheen. Nou, als deze dag ook uit Gods handen gekomen was, dan konden we gevoeglijk concluderen dat Hij gook zo zijn mindere dagen heeft. Dit leek me zo’n dag die Hij onder handen had gehad terwijl buiten de zon scheen en de rest van zijn posse al lang op het terras zat, Coronaatjes wegtikkend. En dat de Heer toen halverwege deze dag had gedacht: het is wel goed zo, het is weekend.

We kenden de zaterdagkrant bijkans uit ons hoofd toen de vriendin mompelde: “Zullen we ons verhangen?”
Dat leek me wat drastisch. Bovendien moest ik deze column nog schrijven.
“Wat?”
“De was. Is klaar. Ga ik ophangen.”
“O. O ja.”
Ze verdween uit de kamer, naar de kelder waar ze, als alles goed ging, alleen onze natte kledders zou ophangen. Ik bleef achter, met een mok koude thee en een opiniebijlage vol vrijheid van flutstukjesuiting. Het enige lichtpuntje deze dag was de lamp, die zijn mistroostig licht over de tafel smeerde.

Cristiano Ronaldo
Beeld: ANP/AFP Foto/Pierre-Philippe Marcou

Zebravinkje

Ik werd gewekt door een afgrijselijke gil die ik uit duizenden herkende: de vriendin in opperste staat van geschrokkenheid. Van boven, want sinds een tijdje wonen wij in een huis met een boven. Twee bovens zelfs.

Het eerste boven bestaat uit slaap-, werk- en badkamer, het tweede uit een woonkamer met een tv en een enorme bank – kinderen onder de zes jaar alleen onder begeleiding – waarvanaf ik de zender Ziggo Sport elk weekend uitpers tot de schil.

De gil kwam duidelijk van de Ziggo Sport-verdieping.

Eenmaal daar aangekomen – ons huis is zo hoog dat ik bij voorkeur niet zonder sherpa van beneden in een keer naar boven ga, maar de nood van de vriendin breekt wet – moest ik eerst even met de handen op de knieën een redelijke ademhaling hervinden.

Wat ik toen zag, was het soort beeld waar Wes Anderson een twee uur durende zemelfilm omheen zou bouwen: de vriendin, op haar hurken in een hoek van de kamer, trillend als een zebravinkje in de sneeuw. Op de bank lag, languit, een Zwarte Piet, eentje uit 25 vóór BvdV (Bram van der Vlugt), met oorringen en rode lippen. Hij droeg een pofbroek, een pet met een veer en een shirt van Real Madrid, en hij sliep, de slaap van hen die ’s nachts over de daken draven om Playstations in schoorstenen te proppen.
Op tv was een herhaling van VPRO Boeken bezig.

“Hallo!” riep ik. “Wie bent u?” Wij wonen in een stad waar basisscholen belegerd worden door inktzwarte pieten, gewapend met een rijke munitie van Friese pepernoten en schuimpjes van vorig jaar, als de schooldirecteur heeft besloten dat het wel een tandje minder zwart kan. Misschien was dit de volgende stap: een zich aan een als beledigend ervaren traditie vastketenende schoensmeersmeerder in je eigen huis, vechtend voor de oud-Hollandsche goede zaak.

“Hallo!” De Goedheiligknecht in kwestie bewoog, opende zijn ogen en ging rechtop zitten. Nu zag ik het. Jaja, nu zag ik het. Ik vroeg me af wie hem geschminkt had. Bale, Modric, Zidane?
“Haihai.”
Vanuit de hoek van de kamer klonk gesmoord: “Is ie weg?”
“Het is Cristiano Ronaldo maar,” zei ik.
“Verrassing,” zei Cristiano Ronaldo. Daarna wees hij naar het scherm. “Ha, Jan Brokken. Ik hóu van Jan Brokken.”

De vriendin, nog altijd gehurkt, keek mij vuil aan. “Ik dacht dat je nooit meer over hem schreef?”
Dat had ik inderdaad beloofd. De laatste keer dat wij door Cristiano Ronaldo waren lastiggevallen, waren we op reis in China. Het waren zes lange weken geweest, met zijn drieën in al die ongeäircoode tweepersoons hotelkamers. Bij thuiskomst had ik de vriendin beloofd nimmer meer één letter over Cristiano te tikken. Dan zou hij ons voortaan wel met rust laten.

Cristiano Ronaldo
Beeld: ANP/EPA/Zipi

“Waarom zie je er zo uit?” vroeg ik.
“Zwarte Pedro,” riep hij. “Kinderfeest! Gezellig!” Hij wees op een juten zak in de hoek van de kamer. “Cadeautjes!”
“Niet iedereen vindt dat leuk,” legde ik uit. “Die schmink.”
“Doe dat nou niet,” zei de vriendin.
Traditie!” riep Cristiano Ronaldo. “Kinderfeest!”

Na nog wat zwartepietgediscussieer leek hij het te begrijpen. Hij had ons alleen maar willen verrassen – gelukt – en hij had niemand willen beledigen – niet gelukt. Dat was zijn bedoeling niet geweest, zijn culpa en zo. In de badkamer verkleedde hij zich en schrobde het zwart van zijn gezicht. Er bleven alleen een paar hardnekkige, donkere vegen op zijn wangen over.

Sleutelhanger

Daarna deelde Cristiano Ronaldo cadeautjes uit. De vriendin kreeg een mok met het hoofd van Cristiano Ronaldo erop, en ik een trui, ook met zijn hoofd. Daarna kregen we nog een presentje voor het hoofd internet van HP/De Tijd. Ik weet niet wat het is, want het is nog ingepakt, maar het voelt als een sleutelhanger, al dan niet met het hoofd van Cristiano Ronaldo erop.

Later die avond keken we alle drie naar Real Madrid-Malaga, live op Ziggo Sport. In de tweede helft viel Cristiano in slaap, zodat hij niet meer meemaakte hoe hij de winnende maakte uit een penalty. Vlak voor we naar bed gingen, pakte de vriendin een boek uit onze Jan Brokken-verzameling in en stopte dat in Cristiano’s schoen.

Buiten regende het nog steeds.

Meer leuke content? Like ons op Facebook