Beste Thierry, nog even over moderne kunst en architectuur

Een brief van historicus tot historicus, van kunstliefhebber tot kunstliefhebber

Hoe hard het ‘linkse mediakartel’ ook probeert u en uw denkbeelden uit de media te weren, vrijwel elke dag komt u, Thierry Baudet, voorbij. Er is haast een Thierrytaks nodig om niet te veel aan Forum voor Democratie-indoctrinatie blootgesteld te worden. Zoals u zelf ook heeft gemerkt wekken uw mediaoptredens de nodige reacties op. ‘Onhandige formuleringen’, ‘uit de context gehaald’; als ik u goed begrijp is de ophef niet terecht. Naast alle gevoelige onderwerpen waarover die ophef is ontstaan – vermeend seksisme, vermeend verwijzen naar rassentheorie, et cetera – wil ik hier ingaan op een minder controversieel onderwerp: moderne kunst en architectuur. Gewoon van historicus tot historicus, van kunstliefhebber tot kunstliefhebber.

Dit heeft een aantal redenen. Allereerst is het een veilig onderwerp waarop wij wellicht vreedzaam van gedachten kunnen wisselen. Daarnaast blijkt uit meerderde interviews en toespraken waarin u dit onderwerp bespreekt, zoals afgelopen zaterdag in de NRC, dat het een wezenlijk onderdeel uitmaakt van uw ideologie.

Als ik het enigszins heb begrepen luidt die ideologie in het kort: de elite (het partijkartel, zo men wil) wil de Nederlandse cultuur doelbewust kapot maken. Daaronder zou zelfhaat voor onze cultuur (lees: oikofobie) schuilgaan. Om dit doelbewuste vernietigen te bewerkstelligen wordt een aantal methoden gehanteerd, zoals bijvoorbeeld het ogenschijnlijk totaal van elkaar losstaande tolereren van migratie en het waarderen van moderne kunst en architectuur.

Migratie laat ik, hoe interessant ook, voor nu even links liggen om te focussen op die andere ‘boosdoener’: modern ontwerp. Ik zal direct kleur bekennen. Ikzelf heb non-figuratieve kunst aan de muur hangen. Een volledig donkergrijs doek, met slechts aan de zijkant een klein beetje bruin. U kunt het zich waarschijnlijk niet voorstellen, maar ik kan erg genieten van de esthetiek daarvan.

U zult vermoedelijk zeggen, zoals u dat in de NRC doet, dat ik ideologisch gebrainwasht ben, maar dat vind ik te makkelijk. Bovendien is dit nogal respectloos tegenover mij: zou het niet mogelijk zijn dat ik een eigen smaak heb? Begrijp me niet verkeerd, ik zie ook wel de schoonheid van oude figuratieve kunst – zeg bijvoorbeeld Rembrandt – maar aan mijn muur prefereer ik abstracte kunst. Waarom? Persoonlijke smaak.

Zo las ik laatst over een imposante bibliotheek die recentelijk is gebouwd en ontworpen door Nederlanders die ook de markthal in Rotterdam ontwierpen. ‘Futuristisch’ noemde de NOS de architectuur – over modern gesproken. Jammer voor mij, maar gelukkig voor u staat deze bibliotheek helemaal in het verre China, dus u hoeft er niet tegenaan te kijken. Waarom begin ik dan over deze bibliotheek, hoor ik u denken?

Thierry Baudet
Beeld: ANP/Bart Maat

Ik zou hier natuurlijk ook de cultuurhistorische ontwikkeling van kunst en architectuur kunnen bespreken: een constant voortschrijdende ontwikkeling die u naar mijn indruk veel zou kunnen leren over waarom gebouwen er tegenwoordig uitzien zoals ze er uitzien. Ik vermoed echter dat u dit, als academisch geschoold man, al weet of anders wel een boek weet te vinden dat u dit beter uit kan leggen dan ik dat kan.

Bovendien vertel ik liever over voorbeelden als de bibliotheek omdat ik mijn stelling simpel wil houden: niet alles is identiteits- of cultuurpolitiek, sommige zaken zijn een kwestie van inzicht en smaak.

En smaken verschillen, Thierry. Ik zie de schoonheid van bijvoorbeeld de Sint-Janskathedraal in Den Bosch ook in, maar vind de gedachte dat we nu zoiets zouden bouwen ronduit lachwekkend. We zijn inmiddels de middeleeuwen ver voorbij, en wat ben ik daar blij mee. We verleggen onze esthetische horizon, we dagen onszelf uit, we zoeken nieuwe antwoorden op eigentijdse vragen. Net zoals de architecten van fameuze gebouwen en schilders van geprezen doeken uit het verleden hebben gedaan.

Waarschijnlijk ook de geestesvaders van uw favoriete pronkstukken. Zouden zij een kopie hebben willen maken van wat er al bestond? Of zouden zij grenzen hebben willen verleggen? Ik kan mij niet voorstellen dat u niet bekend bent met het levensverhaal van Vincent van Gogh. Evengoed kan ik mij niet voorstellen dat u niets heeft opgestoken van de fascinerende (en voor hem tragische) ontwikkeling in de waardering van zijn kunst.

In zijn tijd werd vol onbegrip gekeken naar zijn bevragen van de heersende esthetiek, maar ik mag toch hopen dat ook u blij bent dat hij heeft doorgezet en hem met trots als een onderdeel van ons cultureel erfgoed beschouwt. Wat architectuur betreft: kijk eens naar de Beurs van Berlage in Amsterdam. Nu beschouwd als klassiek en zeer Hollands, uw zult het waarschijnlijk waarderen; in zijn tijd shockerend en totaal vernieuwend.

Natuurlijk wordt de plank ook in mijn ogen wel eens misgeslagen. De jaren 50-flats laten duidelijk zien dat de middelen indertijd schaars waren en hebben ook niet mijn esthetische voorkeur. Maar als historicus kunt ook u begrijpen dat dat na de oorlog een gegeven van de tijd was. Rem Koolhaas daarentegen, die u (met een dikke knipoog) ‘de grootste misdadiger tegen de menselijkheid’ noemde, is bij uitstek iemand die onze esthetische horizon uitdaagt.

Natuurlijk kúnnen we alle gebouwen er wel uit laten zien als het Rijksmuseum of het Amsterdams Centraal Station, beide van Pierre Cuypers. Maar is dat niet onwijs saai en bovendien ‘nep’? Architectuur is een uiting van haar tijd. Als u vindt dat ‘de elite’ de Nederlandse cultuur te grabbel gooit heb ik slecht nieuws voor u. Koolhaas is een wezenlijk onderdeel van die cultuur.

Als ik in een humoristische bui was zou ik u wellicht oikofoob kunnen noemen gezien uw weerstand jegens de beste man. Ik begrijp dat zijn ontwerpen niet in uw reactionaire sprookjesstraatbeeld passen. Maar u zou toch moeten kunnen inzien dat hij als hoogleraar architectuur aan de Universiteit van Harvard, terdege nadenkt over de eisen die onze tijd aan de architectuur stelt.

Vanuit die achtergrond wil hij de wereld mooier maken, en niet lelijker uit een soort absurde zelfhaat die u hem aanpraat. De Nederlandse cultuur is geen verzameling van de dingen die u eronder rekent omdat u ze toevallig mooi vindt: ze is veel rijker dan dat. Gelukkig maar.

Smaken verschillen, Thierry Baudet. U hebt het hoog op met de vrijheid van meningsuiting, heb ik begrepen. Mijn vraag is dan ook niet of u ja en amen wilt zeggen op al het bovenstaande en een mooi non-figuratief doek aanschaft voor boven uw vleugel. Ik wil u slechts verwelkomen in 2017 waar er nog genoeg moois uit het verleden te vinden is, maar waar gelukkig ook een rijke ontwikkeling bestaat van eigentijdse ideeën en uitingen die door veel mensen als fascinerend worden ervaren en onze cultuur vooruit helpen.

Cultuur zit namelijk niet onder een stolp maar is levend en ontwikkelt zich. Ik vraag u bovenal om niet alles te politiseren, waarbij u uw persoonlijke smaak als algemene maatstaf neemt. Ik vraag u om vrijuit te mogen genieten van het Centraal Station in Rotterdam of het werk van Piet Mondriaan in het Haags Gemeentemuseum, zonder daarbij weggezet te worden als een gebrainwashte oikofoob die Nederland actief kapot wil maken.