Voorzitter NS Publieksprijs twijfelt over huidige nominatie-opzet

Michel van Egmond won vorige week voor de derde keer in vijf jaar tijd de NS Publieksprijs. Al jaren is er kritiek op het jaarlijkse ereblijk dat wordt georganiseerd door het CPNB (Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek). Wordt het niet een keer tijd om te stoppen met deze ‘door en door commerciële prijs’? We spreken CPNB-voorzitter Eppo van Nispen tot Sevenaer.

De genomineerde boeken voor de NS Publieksprijs moeten geschreven zijn in de Nederlandse taal, voor het eerst genomineerd zijn voor de NS Publieksprijs, fictie of verhalende non-fictie zijn, én verkocht met een verkoopprijs boven de drieënhalve euro. Van de boeken die aan deze eisen voldoen, worden de zes bestverkochte boeken van de periode 1 juli tot 1 juli van het betreffende jaar gekozen. Dat zijn de uiteindelijke genomineerden. Het boek dat wordt verkozen door het publiek, mag zich gek genoeg volgens de organisatie het ‘beste boek van het jaar’ noemen.

Luyendijk krijgt de NS Publieksprijs 2015. Beeld: ANP/Koen van Weel

Kritiek en schaamte

In 2014 uitten Simone van der Vlugt en Saskia Noort hun onvrede over de prijs. Volgens beide auteurs gaat de prijs naar de schrijvers met de beste mediacontacten. Veel genomineerde schrijvers voeren namelijk actief campagne om stemmen te ronselen, in hun kennissenkring, via de uitgever, Twitter en dus waar mogelijk hun mediacontacten.

Het leidt niet zelden tot ongemakkelijke taferelen bij De Wereld Draait Door, de talkshow waarin de NS Publieksprijs wordt uitgereikt. (Ironisch genoeg wordt de DWDD nog al eens weggezet als commercieel programma, zoals door VPRO’s De Snijtafel, die de verkooppraatjes van de talkshow meermaals onder de loep hebben genomen.)

Jaarlijks vertellen de schrijvers er over hun campagnestrategieën, maar niet zelden met de nodige gêne en weerstand. Zoals in 2015, toen Esther Verhoef zei: “Ik vind het vaak heel gênant.” Waarna uiteindelijke winnaar Joris Luyendijk veelbetekenend naar haar knikte.

NS Publieksprijs
Winnaars Michel van Egmond en Rene van der Gijp na de bekendmaking van de NS Publieksprijs 2017. Beeld: ANP/Jeroen Jumelet

‘De rotkop van René van der Gijp zou kunnen helpen’

Dit jaar won De wereld volgens Gijp (2016), de tweede autobiografie van televisiepersoonlijkheid en voormalig voetballer René van der Gijp. Het boek kreeg 27 procent van de stemmen. Voor Michel van Egmond betekende het de derde winst in vijf jaar tijd – de tweede met een biografie van Van der Gijp, dat destijds liefst veertig procent van de stemmen kreeg.

Literatuur komt amper in aanmerking voor de NS-publieksprijs. In 2017 werd geen enkele literaire roman genomineerd, wel drie sportboeken. Het grote publiek lijkt dit jaar – en dat is geen uitzondering – vooral geïnteresseerd te zijn in de meer oppervlakkige lectuur, spanning en sportieve lijdensverhalen.

Literair auteur Ilja Leonard Pfeijffer heeft nooit veel interesse gehad in de NS-publieksprijs. Volgens hem is het een door en door commerciële prijs die alleen boeken helpt die al een succes zijn. Pfeijffer schreef onder meer de romans La Superba (2013) – waarmee hij de Libris Literatuurprijs 2014 won – en Peachez, een romance (2017). In het aankomende winternummer van HP/De Tijd (vanaf dinsdag 5 december in de winkel, red.) vertelt Pfeijffer dat hij het niet zou zien zitten om een sportboek te schrijven voor het grote publiek.

Een boek misschien over de rivaliteit tussen Sampdoria en Genoa CFC, de voetbalgrootheden uit zijn Italiaanse thuisstad?

Pfeijffer: Ik zou het verpesten door het goed te schrijven en het literair te maken, zodat het toch geen bestseller wordt. Misschien dat ik dan de rotkop van René van der Gijp op de kaft zet, dat zou misschien nog een beetje helpen.”

Eppo van Nispen tot Sevenaer, directeur van het CPNB. Beeld: ANP

Even bellen met voorzitter Eppo van Nispen tot Sevenaer

Wat vindt CPNB-voorzitter Eppo van Nispen tot Sevenaer van de kritiek?  We bellen hem.

In hoeverre kan het publiek eigenlijk kiezen als de opties beperkt zijn tot de zes bestverkochte boeken?
“Het zijn de zes beste boeken, veel simpeler kunnen we het niet maken.”

Kwantiteit is dus ook kwaliteit; de zes bestverkochte boeken zijn ook de zes beste boeken, volgens u?
“Ja, het is een publieksprijs. Het zijn de zes bestverkochte boeken aan het publiek. Het publiek wil die boeken lezen. Dus ja, dan is kwantiteit dus kwaliteit.”

Eigenlijk is de winnaar van de NS-publieksprijs toch gewoon degene die de meeste stemmen kan ronselen?
“Dat is aantoonbaar onzin. Die gedachte speelt bijvoorbeeld rond René van der Gijp, die heeft het meeste mediabereik. We zien ook dat het hem wat extra stemmen oplevert tijdens de perioden waarin hij mensen oproept om op hem te stemmen. Maar dat zijn er lang niet zoveel als boze tongen beweren. Geert Mak is nu bijvoorbeeld tweede geworden, die heeft nauwelijks iets in de media gedaan.”

Gaan jullie die cijfers eens openbaar maken?
“We hebben nu voor het eerst laten zien dat Geert Mak tweede is geworden. Dat vonden we leuk, omdat het heel dicht bij elkaar lag. Normaal gesproken brengen we dat niet naar buiten. Het is niet onze bedoeling om een rangschikking te maken. Het gaat om de winnaar. Dat is er maar één. Het leven is heel simpel. Dat is het mooie ervan.”

Kunnen jullie niet beter stoppen met dit format, en jaarlijks tien boeken nomineren om meer genres kans te laten maken?
“Daar hebben we het intern ieder jaar over: ‘Moeten we niet de tien of achttien bestverkochte boeken hebben? En dan stemmen in meerdere rondes.’ We kijken wel naar die opties. We willen kwaliteitsboeken nomineren voor een zo’n groot mogelijke groep lezers en denken voortdurend na over het vergroten van het leesplezier en het lezerspubliek.”

Kan ik in 2018 een top-10 of top-18 met genomineerden verwachten?
“Dat zou zomaar kunnen, ja. We willen zoveel mensen betrekken bij de prijs en attenderen op de mooie boeken die jaarlijks worden uitgegeven.”