Tijd voor de echte Haringoorlog!

Dat het Algemeen Dagblad meer exemplaren verkoopt op de dag van de Haringtest heb ik nooit begrepen. Stel, je woont in Dalfsen en leest dat ’s lands beste haring in Den Haag te koop is. Ga je dan echt vijf tientjes benzine en drie uur van je tijd verstoken voor twee vette vissen? Geen haar op mijn hoofd die daarover denkt, maar de beste visboer ter wereld zit dan ook toevallig bij mij om de hoek.

Haring
Beeld: ANP/Remko de Waal

Bovendien voel ik als import-Amsterdammer altijd een enorme kloof met de rest van het land. De Amsterdamse wijze — haring in stukjes met uitjes en zuur — schijnt uit armoede te zijn geboren, maar voelt als grote rijkdom. Happend naar zo’n bungelende plattelandsvis voel ik mij een middeleeuwse kermisattractie.

Maar goed, de AD Haringtest dus. Die bleek een maand geleden niet zo geloofwaardig.

Een van de keurmeesters heeft een aandeel in een grote visleverancier. Winkels die inkopen bij deze leverancier zouden — volgens econoom Ben Vollaard — beter scoren, al gaf hij toe dit niet wetenschappelijk te kunnen onderbouwen. De krant verdedigde zich en concludeerde zelf gemakshalve in de kop dat het ‘de kritiek weerlegt’.

Je hoeft echter geen wetenschapper te zijn om te bedenken dat iemand die financieel beter kan worden van een bepaalde uitkomst op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling wekt. Afijn, zuivere koffie of niet. Na de IJslands-Engelse kabeljauwoorlog en de palingoproer, hebben we nu ook de haringoorlog.

Vishandelaren uit Doorn en Zoetermeer, die slechte scores ontvingen, klagen het AD voor smaad. Twee brancheverenigingen starten met een eigen test gebaseerd op de meningen uit een consumentenpanel. Zij haasten zich te zeggen dat hun test eveneens subjectief is. Nogal wiedes. Bespaar jezelf sowieso de moeite, het gros van de Nederlanders haalt vis bij de dichtstbijzijnde visboer of erger nog de supermarkt. In plaats van te keuvelen over haringtesten en ons haringoorlogje, kunnen we ons beter richten op de echte haringoorlogen.

Haring
Haringvissers en -kuipers in de jaren twintig van de vorige eeuw. Beeld: ANP

Haringoorlog

Britse vissers verkneukelen zich namelijk om de Brexit. In het Britse gedeelte van de Noordzee bevindt zich namelijk het overgrote deel van de volwassen haringpopulatie die in de Noordzee zwemt. De vangst van deze vissen is sinds 1983 via EU-quota geregeld. Nu hopen de Britse vissers dat na het vertrek uit de Europese Unie aan deze quota gemorreld kan worden. En wie zijn er dan de pineut?

Juist, wij Hollanders.

Wij hebben het grootste aandeel in deze quota. Wanneer de Britten in hun opzet slagen en de haringen niet spontaan naar Nederlandse wateren zwemmen, zouden we onze Europese koppositie als haringvissers zo maar kwijt kunnen zijn. Had u deze week allemaal kunnen lezen.

Uiteraard niet in het AD (al kon u daar wel een mooi epos lezen over de kritiek op de babydraagzak van Lieke van Lexmond), maar in het chiquere visverpakpapier van de Financial Times.