We moeten altijd aan Abdelhak Nouri blijven denken

Zaterdag schreef Willem Vissers een schitterend stuk in de Volkskrant. Ik las het, en toen ik het uit had, las ik het nog eens.
Het ging over Abdelhak Nouri.

Ik denk nog regelmatig aan Nouri. Dan kijk ik een van die filmpjes waarop hij stage loopt bij Ajax Media, of waarop hij vertelt over het pleintje in Geuzenveld.

Of die vlog na zijn debuut, tegen Willem II, waarin hij scoorde. Minder vaak bekijk ik de filmpjes waarin hij laat zien hoe onvoorstelbaar goed hij kon voetballen. Over de voetballer Nouri heb ik vaak gediscussieerd met mensen die beweerden dat hij te klein was, te frivool, dat je in het moderne voetbal meer aan een loper had dan aan een tengere jongen met een extra paar ogen.

Met die ogen zag hij openingen die anderen niet konden zien, omdat ze er nog niet waren. Er bestaan niet veel voetballers die de bal verplaatsen naar een plek waar je het als kijker niet verwacht, die ruimte creëren door hem te zien. Net zoals er weinig schilders zijn die dat kunnen, of architecten. Soms, als ik aan Nouri denk, vraag ik me af hoe ver hij gekomen zou zijn. Of hij, zoals ik dacht, een Iniesta geworden was, een Eriksen, of eerder een Davy Pröpper.

Vaker denk ik niet aan wat Nouri had kunnen bereiken, maar aan wie hij had kunnen zijn. Aan wat hij had kunnen bijdragen, aan hoeveel gehandicapte kinderen hij een ongelofelijke herinnering had kunnen bezorgen door een halfuurtje met ze op straat te voetballen, hoe hij plezier en ernst en betrokkenheid en relativering zou hebben gecombineerd op een wijze waar iedereen wat van had kunnen opsteken.

Zondagavond at ik bij een eetcafé in de buurt, gerund door vrijwilligers en bedoeld om de cohesie in de wijk te vergroten. Het zat halfvol, het was er prettig. Ik dacht aan Nouri, die in zijn eentje de indruk van vijfhonderd van dat soort initiatieven maakte, die duizend goededoeleneetcafés tegelijk was. Het gebeurt niet vaak dat iemand met een uitzonderlijk talent (voetballen) nóg een enorme belofte in zich draagt. Iemand bij wie het woord ‘verbinden’ plots ontdaan is van zijn zijige zemeltoontje en wordt wat het altijd had moeten zijn: iets vrolijks, iets opgewekts, iets wat je ook wel zou willen, als je kon wat hij kon.

“Hij zorgde voor iedereen,” zei Abderrahim Nouri over zijn broertje. Maar Nouri liet vooral zien hoe mooi en goed het kan zijn om voor anderen te zorgen. Hoe weinig je nodig hebt om veel te bereiken.

Zondagavond las ik het stuk van Vissers een derde maal. Online dit keer. Ik zag de foto’s van de jongen, op dat gras, haarscherp nu. Die arm, in de lucht, een morbide laatste groet. Die mensen om hem heen, die angst bij zijn medespelers, die angst die tevergeefs wachtte om door opluchting vervangen te worden…

Ik las hoe de familie een paar dagen later, in het ziekenhuis in Innsbruck, de Jobstijding kreeg. Nouri zou nooit meer lopen, nooit meer zelfstandig eten. Nooit meer praten. Nooit meer zien.

Daarna keek ik de filmpjes, de een na de ander. Allemaal van een vrolijkheid waar het woord ‘aanstekelijk’ voor is uitgevonden.
Sinds afgelopen zomer ligt Abdelhak Nouri in bed. Hij leeft wel, maar niet echt. Hij beweegt niet, zijn bewustzijn is ‘verlaagd’. Er is altijd een familielid bij hem. Abderrahim vertelde hoe hij een keer iets op het gezicht van zijn broertje had gezien wat op een glimlach leek. Het mooiste moment van zijn leven, zei hij.

Dit weekend nam Abderrahim Nouri namens de familie de Hart Onder de Riem Award in ontvangst. Hij stond op het podium, streek over zijn baard en keek naar het beeldje, waarin zijn gezicht, een oudere versie van dat van zijn broertje, weerspiegelde en hij zweeg, alsof hij zich plots even heel scherp realiseerde dat die prijs een direct gevolg was van… van dat ene.
“Ik zal in zijn oor fluisteren dat ze hem niet vergeten zijn,” zei hij tegen het publiek.

Leren

Veel mensen denken nog regelmatig aan Nouri. Ik denk dat dit weekend iedereen weer even aan Nouri dacht. Het nieuws dat zijn naam wordt gebruikt voor een stichting die een brug moet slaan tussen validen en minder validen, bevestigde dat mensen voorlopig nog niet over hem zijn uitgedacht.

Het is schitterend dat er aan hem gedacht zal blijven worden, aan de nooit ingeloste belofte van zijn carrière, aan zijn talent om dingen te zien die niemand anders zag, aan zijn zorg voor anderen die er niet uitzag als zorg. Ook al kan hij het zelf misschien niet meer uitleggen; we hebben allemaal nog zo ontzettend veel van Abdelhak Nouri te leren.