Spring naar de content

Het trauma van de Bijlmerramp

Zijn kinderen zijn door de buren gered, maar hij kan het maar niet geloven. 'Ik sta telkens 's nachts op om naar ze te kijken.' De verwerking van een nationale ramp.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:

De Surinaamse die door de erehaag naar voren stormt, heeft geen behoefte aan decorum of plechtigheid. Ze werpt zich tegen de afrastering die het rampterrein van de rest van de wereld scheidt en schreeuwt: „Mijn kinderen, waar zijn ze? Waar? Waar?" Hulpverleners snellen toe. Terwijl ze wordt afgevoerd, barst een andere vrouw los in gegil. En nog een en nog een. De man naast ons lijkt het niet te horen. Zwaar steunend op een andere man strompelt hij voort in de stille tocht. Zijn ogen staan hol en leeg. Af en toe vullen de kassen zich met tranen. „Dan zie ik weer die beelden," zal hij later zeggen. „Altijd maar weer diezelfde beelden." 

Yousaf is Pakistaan en woont sinds vijf jaar in de Bijlmer. Alleen, met drie kinderen. Die zondag was hij aan het werk toen de telefoon ging. Een kennis meldde dat er een vliegtuig was neergestort. Waarschijnlijk op Almere, waar Yousafs broer woonde. Tien minuten later —het liep inmiddels tegen zevenen —werd hij teruggebeld. Het vliegtuig was op Kruitberg neergekomen. Op zijn eigen flat, waar zijn drie kinderen — vijf, acht en elf jaar oud — alleen thuis waren. „Ik ben in paniek de zaak uitgerend, naar het Centraal Station," zegt hij toonloos. „Daar heb ik een taxi genomen. Ik was niet aan de beurt, maar ik moest zo huilen dat de andere mensen me voor hebben laten gaan. Tegen de chauffeur heb ik gezegd dat ik zo snel mogelijk naar de Bijlmer moest, omdat er een vliegtuig op mijn huis was gevallen. Alle toegangswegen waren geblokkeerd, maar ik moest en zou er komen. Via de Amstel en de snelweg is dat gelukt. 

Paywall

Wilt u dit artikel lezen? Word abonnee, vanaf slechts 5 euro per maand.

Lees onbeperkt premium artikelen met een digitaal abonnement.

Kies een lidmaatschap