Spring naar de content

Kinderreservaat

Het onder de noemer 'kinderen' scharen van 12- tot 18-jarige jongeren werkt zowel verontschuldigend als paniekzaaiend.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën: door Beatrijs Ritsema

Er komen steeds meer kinderen bij. Niet dat er meer baby's worden geboren (dat juist niet), de toename doet zich verderop in de levensloop voor. De categorie twaalf- tot achttienjarigen wordt steeds vaker onbekommerd onder 'kinderen' geschaard. Op algemene ouderavonden van middelbare scholieren in de derde, vierde en vijfde klas hebben leraren en ouders het standaard over 'kinderen'. Laatst hoorde ik zelfs een universitair docente, die colleges aan eerste- en tweedejaarsstudenten geeft, spreken over 'die kinderen'. Toen ik haar vroeg: "Waar heb je het over? Je geeft toch les aan mensen van achttien tot twintig jaar?" zei ze: "Ja, maar ze hebben iets onhandig puppy-achtigs; ze hebben totaal geen ervaring. Voor mij zijn het kinderen."

Ik dacht terug aan de tijd dat ik op de middelbare school zat en studeerde, toen ik mijzelf in elk geval niet meer als kind beschouwde en anderen dat ook niet deden. De professor sprak zijn gehoor aan met 'u' - kennelijk vond hij dat hij met volwassenen had te maken - en op school werd de term 'leerling' gebruikt. Buiten school hadden volwassenen het over 'tieners' of 'jongeren'. Dat lijkt me allemaal veel adequater dan 'kinderen'. Bloedbanden vormen de enige twaalf-pluscontext waarin het woord 'kind' wel op z'n plaats is. "Hoe gaat het met de kinderen?" is een normale vraag aan iemand van zeventig met nageslacht van in de veertig. En Boudewijn de Groot (Maar een kind/ zestien lentes zo pril/ ach, wat lig je hier stil/ langs de kant van de weg) mag het om lyrische redenen ook over een kind hebben.

Paywall

Wilt u dit artikel lezen? Word abonnee, vanaf slechts 5 euro per maand.

Lees onbeperkt premium artikelen met een digitaal abonnement.

Kies een lidmaatschap

Onderwerpen