Waarom kiezers slechte politici kiezen

Kiezers baseren hun kritiek op politici vaak op flarden onjuiste informatie, ontdekte het Sociaal en Cultureel Planbureau. In Amerika weten ze dat al langer.

Het zijn heerlijke paradoxen. Zeker 81 procent van de Nederlanders zegt persoonlijk (erg) gelukkig te zijn, maar toch vindt bijna tweederde dat het met ons land de verkeerde kant op gaat. Zo’n dertig procent van de Nederlanders wil een krachtige leider, in plaats van de huidige politici. Tegelijk wil tweederde van de kiezers méér invloed van de burger. En het interessante is dat het vaak dezelfde mensen zijn die die meningen in zich weten te verenigen.

Politieke onvrede
Het laatste kiezersonderzoek van Sociaal en Cultureel Planbureau zit vol met dat soort fascinerende feiten. Het SCP wijdt een apart hoofdstuk aan politieke onvrede. Het blijkt dat vooral kiezers die negatief tegenover de politiek staan, hun mening slecht kunnen onderbouwen: “Ze ballen elementen uit verschillende anekdotes samen in een enkel verhaal en projecteren reeds bestaande neagtieve sentimenten op politici.” De onderzoekers geven er een paar schrijnende voorbeelden bij van een paar ondervraagde burgers die niet gehinderd door enige kennis van zaken forse uitspraken doen over politici: “Hoe heet die minister nou, die vrouw, die zo door die website… Hoe heet die website ook al weer?” Zonder überhaupt de naam Vogelaar te kunnen noemen, weet deze kiezer stellig te melden dat ze omhoog gevallen is. Het blijkt dat negatieve mensen in discussies ook optimisten mee kunnen slepen, zelfs als de feiten die ze noemen niet kloppen.

Het onderzoek van het SCP is ontnuchterende lectuur. Iedere parlementaire democratie is per definitie gebaseerd op de aanname dat kiezers rationele en verstandige mensen zijn. Dat moet ook wel, anders is het algemeen kiesrecht niet te rechtvaardigen. Het is dus altijd even slikken als blijkt dat kiezers niet rationeel en verstandig zijn. Het zijn bepaald niet alleen Wilders-aanhangers die in hun eigen paradoxen verstrikt raken: vrijwel niemand heeft een geheel kloppend en logisch wereldbeeld. Lees voor een vermakelijke en cynische ontleding van de democratie bijvoorbeeld The myth of the rational voter: why democracies choose bad policies van Bryan Caplan.

Feiten doen er niet toe
Dat komt vooral voor veel hoogopgeleide idealisten als een koude douche. Zij zijn er heilig van overtuigd dat argumenten en feiten het belangrijkste zijn in het politieke debat, en niet platte emoties of halfbegrepen schandalen. Het is ook precies de reden waarom de Democraten vóór Obama steeds de verkiezingen verloren. Mensen als Al Gore dachten dat ze een campagne moesten voeren op basis van feiten, terwijl George Bush voor de onderbuik ging. Het dreef de Amerikaanse psycholoog (en liberal) Drew Westen een paar jaar geleden tot wanhoop. Hij schreef daarom The political brain waarin hij aantoont hoe belangrijk emoties zijn bij kiezers en hoe weinig feiten en ratio er toe doen. Hij legde er ook bij uit hoe je die emoties kunt bespelen, zonder meteen in dirty tricks te vervallen. Westen groeide uit tot de goeroe van de Democraten, hij adviseerde onder andere Obama tijdens zijn campagne.

Westen toont overtuigend aan, onder andere aan de hand van hersenscans, dat angst de sterkste drijfveer is voor mensen. De amygdala, het deel van de hersenen dat onze emoties regelt, is evolutionair veel ouder dan het deel van de hersenen waar logische denkprocessen plaatsvinden. Dat geldt net zo goed voor hoogopgeleiden, die vaak van zichzelf denken dat ze daar geen last van hebben. Het verklaart ook waarom intellectuelen maar geen greep kunnen krijgen op Geert Wilders: ze discussiëren op verschillende planeten.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Bart de Koning