Marmite-moment

Een van de kleine gesels van het Nederlanderschap is dat je zo nu en dan in contact komt met mensen die Youp van ‘t Hek leuk vinden. Dan is Van ‘t Hek dus eigenlijk die gesel, denkt u nu, maar zo is het niet. Van ‘t Hek zelf is een welomlijnd verschijnsel, hij scheidt producten af waar zijn naam en beeltenis duidelijk op staan, zodat het in de praktijk van alledag niet al te ingewikkeld is die te mijden. Sinds ik er geen behoefte meer aan heb om me actief aan hem te ergeren, doe ik dat ook. Met zijn fans ligt het anders. Er kan er zomaar ineens een bij je aan tafel zitten! Oeps. Het ergst is het als zo iemand eerst zijn waardering uitspreekt voor schrijvers, columnisten of cabaretiers die jij zelf ook heel goed vindt (in het állerergste geval behoor je zelf ook tot die opsomming) en dan zegt: “Ja, en Youp – óók zó leuk!”

Volgens mijn vrouw betrekt mijn gezicht op dat moment altijd zodanig dat wat ik verder ook zeg, hoe ik onder het uitroepen van vrijblijvendheden (“O ja! Nee! Ja! Nee, zeker! Enfin!”) ook slinks van onderwerp probeer te veranderen (“Was jij nou eigenlijk altíjd al blond of eh…?”), het daarnet nog feestelijk gebroken ijs vriest in een paar seconden weer onwrikbaar dicht. Inmiddels heb ik mijzelf aangeleerd om die reactie te camoufleren door zodra zijn naam valt een ernstige verslikking voor te wenden en met een servet over mijn hoofd de kamer uit te stormen.

Ik ben dus een actieve Youp-mijder en ga als zodanig tamelijk vredig door het leven, maar een enkele keer kan ik het toch niet laten om te kijken of ik er inmiddels misschien toch anders over denk. Of mijn smaak zich intussen ongemerkt heeft gewijzigd en ergens een hoekje voor Youp heeft ingeruimd. Eens in de zoveel jaar neem ik ook een likje Marmite. Dat goedje werkt bij mij uitsluitend op de braakreflex, maar het staat in miljoenen keukenkastjes, dus het móet een bepaalde kwaliteit hebben, en misschien komt er nog eens een dag dat ik die ontdek. Afgelopen zaterdag had ik weer mijn periodieke Marmite-moment met Youp. Ik las zijn column in NRC Handelsblad. En gelukkig (of helaas, ik ben daar ambivalent in, ik geef het onmiddellijk toe, je koestert je overtuigingen maar je wilt toch ook graag een beetje normáál zijn): ik moest weer braken.

Mijn grootste probleem met Van ‘t Hek is dat hij zich afzet tegen mensen die zich boven anderen verheffen, door zichzelf boven hén te verheffen. Hij is niet tegen pretentie en moralisme, hij vindt alleen dat ánderen het recht daarop niet verdiend hebben, en hijzelf om een of andere reden wel. Hij spreekt schande van de Gooise patsers met hun grote auto’s, maar het enige lid van de hockeyclub dat zijn grote auto op het gras parkeert, is Youp zelf. Hij ontraadt dat gedrag dus niet uit principe, maar gewoon omdat hij dan zelf meer ruimte heeft. En dat is geen gossip uit eigen waarneming (waarover straks meer), maar een observatie van zijn oudste broer, jaren geleden in een tv-portret. Verder vind ik hem nogal saai. Ik verwacht van een kleinkunstenaar dat hij me doet twijfelen aan waar ik in geloof, maar Van ‘t Hek gelooft nog in dingen waar ik al lang aan twijfel. Dat schiet niet op. Het is alsof je naar een acrobaat kijkt die een voorstelling lang de touwladder uit de knoop staat te halen.


Zijn column van afgelopen zaterdag ging over Ramses Shaffy. Vorige week werd een dvd met hoogtepunten uit diens werk gelanceerd, in het bijzijn van vrienden, collega’s en de inmiddels 76-jarige entertainer zelf, die tekenen van dementie vertoont. Van ‘t Hek verwijt de organisatoren dat ze de ‘ooit zo grote Ramses’ ‘aan zijn doordrenkte pamper voor de camera’s sleepten’ en zich overgaven aan ‘aapjes kijken’. Zelf heeft hij dan al van zijn immense bewondering voor Shaffy getuigd met een reeks ‘anekdotes’ waarin de bard steevast ‘stomdronken’ is, ‘destructief’ optreedt en begint ‘af te bladderen’ om roemloos te eindigen in een verpleegtehuis.

Juist – dus de mensen (‘verwrongen showbizzspul’) die een groot artiest tegen het einde van zijn leven nog eens in het zonnetje willen zetten, zijn hufters en zouden een voorbeeld moeten nemen aan de superieure fijngevoeligheid van Youp. Zoals die de grote troubadour neerzet als een tragische, incontinente dronkelap, een has-been die al twintig jaar niets meer gepresteerd heeft, die ‘meer dan zielig’ op straat ‘hangt’, ‘geen stom woord meer kan uitbrengen’ en ‘volledig ontoerekeningsvatbaar’ is. Kijk, dát getuigt nog eens van piëteit!

Het is vintage Van ‘t Hek – je kunt iemand wel uitrusten met een moreel kompas, maar als hij het verschil tussen noord en zuid niet weet, heeft het weinig zin.

Walgend legde ik de krant ter zijde, maar toch ook tevreden. De mens wordt milder met de jaren, maar gelukkig, één likje Youp van ‘t Hek en ik moet nog steeds kokhalzen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import kuitenbrouwer