Oranjebitter

In een geruchtmakende serie uit 2003 deden Margarita de Bourbon de Parme en Edwin de Roy van Zuydewijn een boekje open over de gang van zaken aan het Nederlandse hof. In dit deel vertellen de dochter van prinses Irene en haar partner dat hun liefde niet door de koninklijke familie werd geaccepteerd, en hoe de ruzie werd uitgevochten – met roddels, zwartmakerij en uitstoting.

Alle tegenwerking ten spijt: de bruiloft van Margarita de Bourbon de Parme en Edwin de Roy van Zuydewijn ging door. Op zaterdag 22 september 2001.

In de dagen voor het huwelijk was de spanning opgelopen door de komst van een groot aantal journalisten. De Telegraaf en het Algemeen Dagblad waren er, evenals alle roddelbladen. Margarita en Edwin zagen het met weinig vertrouwen tegemoet, mede omdat een maand eerder in Weekend al een negatief artikel over Edwins familie was verschenen, onder de kop ‘De duistere kanten van Margarita’s schoonfamilie – Echtscheidingen en zelfmoord!’

Margarita en Edwin wilden de pers aanvankelijk de toegang tot de kathedraal van het Zuid-Franse Auch ontzeggen, maar op advies van onder meer Annemiek Rade (de persoonlijk secretaris van de kinderen van Irene) hadden ze zich erbij neergelegd dat er in de kerk foto’s en filmopnames werden gemaakt. Het idee was: je kunt de journalisten maar beter niet tegen je hebben.

Vlak voor de bruiloft had Rade opmerkelijk genoeg nog gesuggereerd de hele inzegening van het huwelijk in Auch af te gelasten en alleen een feest te houden. “Daar kwam ze opeens mee toen we samen op de oprijlaan stonden,” zegt Edwin. Hij beschouwde de opmerking van Rade later als een slecht voorteken. “Misschien wilde ze ons wel waarschuwen voor wat er komen ging.”

Tot overmaat van ramp deed zich een dag voor de bruiloft een enorme explosie voor in een chemische fabriek in het nabijgelegen Toulouse, waarbij tientallen doden vielen. De Franse autoriteiten hielden, vlak na 11/9, rekening met een terroristische aanslag en sloten het vliegveld, waardoor veel gasten moeite hadden om Auch te bereiken. Edwin en Margarita waren tot vrijdagavond laat bezig om te zoeken naar alternatieve reismogelijkheden voor gestrande genodigden.


Het huwelijk was een hele gebeurtenis in de Gascogne. Voor de kathedraal van Auch waren duizenden mensen samengestroomd, onder wie veel Nederlandse toeristen. Het avondfeest op Chteau du Bartas was groots aangepakt. De oprijlaan was verlicht met fakkels, op de cour was een dansvloer gebouwd, er trad een band op en er was een tent waar de 150 gasten een vijfgangendiner kregen geserveerd. Onder de feestgangers waren veel familieleden en vrienden van Edwin, mensen van adel, maar ook zakenpartners en studiegenoten. Ook was een aantal gasten uit de omgeving uitgenodigd, onder wie de prefect en hun makelaar.

Tot hun spijt lieten niet alleen Margarita’s vader, Carlos Hugo, verstek gaan, maar ook veel andere familieleden. Koningin Beatrix had voorrang gegeven aan een jaarlijkse jachtpartij, prins Claus was ernstig ziek, Willem-Alexander en Máxima hadden zich verontschuldigd en Johan Friso had niets laten horen. Constantijn en zijn vrouw Laurentien waren er wel, als enigen uit het gezin van de koningin.

Van de Van Vollenhovens was alleen Pieter-Christiaan naar Zuid-Frankrijk gekomen. De rest was verhinderd, omdat iedereen op zondag aanwezig moest zijn bij de doop van het dochtertje Anna van Maurits en zijn vrouw Marilène. Margarita vond dat die doop wel ongelukkig was gepland.

Minstens zo pijnlijk was de afwezigheid van prinses Christina en haar kinderen, onder wie Juliana (roepnaam Julie). De dochter van Christina had nog wel uitdrukkelijk beloofd te komen. Met Christina en haar kinderen hadden Margarita en Edwin een goed contact gehad. Ze hadden zelfs bij tante Christina in New York gelogeerd, en ook zij had gezegd dat ze er zou zijn. Niet dus.


Margarita’s moeder (Irene), haar twee broers (Carlos junior en Jaime) en haar zus (Carolina) waren er wel. Van tevoren had Irene al tegen Margarita gezegd: “Ik kom naar je huwelijk, maar ik kom voor jou.” Op de bruiloft zelf liet Irene nog eens subtiel blijken hoe gereserveerd ze tegenover het festijn stond: ze verscheen in hetzelfde pakje als ze bij het huwelijk van Constantijn en Laurentien had gedragen.

Andere signalen waren minder subtiel. Bij het maken van de bruidsfoto’s weigerde Carlos junior met hen te poseren, vertellen Margarita en Edwin. Van andere gasten hoorde Margarita dat haar moeder tijdens het avondfeest had gezegd dat ze haar dochter de eerste tien jaar niet meer hoefde te zien. En de volgende dag was Irene terug naar Nederland gegaan zonder haar dochter gedag te zeggen.

Volgens Edwin en Margarita lieten ook de drie andere koninklijke gasten – Constantijn, Laurentien en Pieter-Christiaan – duidelijk merken dat deze bruiloft niet hun feestje was. “‘s Avonds hebben ze niet eens de moeite genomen om ons te komen feliciteren, terwijl ze voor het eerst bij ons thuis waren,” zegt Margarita. Een van de aanwezigen, die anoniem wil blijven, bevestigt dat dit drietal zich nadrukkelijk afzijdig hield. “Het was hun hele lichaamstaal. Het was overduidelijk dat de andere gasten plebs waren.”

Op de huwelijksdag was de spanning voelbaar. Edwin en Margarita ergerden zich aan de houding van Margarita’s familieleden die wel waren gekomen. Margarita vond dat ze zich ‘onbeschoft’ gedroegen. Edwin vertelt dat het hem om half zes ‘s ochtends te veel was geworden. Margarita en hij waren om vier uur naar boven gegaan – het feest was afgelopen – maar een paar gasten waren blijven hangen en zorgden voor kabaal.


Edwin ging naar beneden en zag dat een stuk of zes, zeven volhouders nog vrolijk aan het feesten waren, ook Constantijn en Laurentien. Die laatste was volgens Edwin flink aangeschoten en was op haar blote voeten over de nat geworden dansvloer aan het glijden. “Ik dacht: nu is het welletjes,” zegt Edwin.

Vervolgens culmineerde de spanning van de voorgaande dagen in een incident, waarover twee verschillende verhalen gaan. Duidelijk is dat Edwin zijn laatste gasten in harde bewoordingen wegstuurde. Volgens Edwin heeft hij letterlijk gezegd: “Mijne dames en heren, het is nu echt voorbij. Als iedereen wil wegwezen en oprotten, dan kunnen wij tot rust komen.” Volgens de andere lezing (waarover later meer) had Edwin veel grovere bewoordingen gebruikt tegen Constantijn en Laurentien.

Veel rust werd het bruidspaar de volgende dag niet gegund. Hun Franse makelaar, die bij de aankoop van hun kasteel had bemiddeld, kwam langs. Hij was geschrokken van de manier waarop Annemiek Rade over Edwin had gesproken. Ze zou hebben gezegd dat Edwin een ‘slecht soort man’ was. Margarita: “De makelaar zei: ‘Ik vond dat ik jullie dit moest vertellen, want het leek me ontzettend slecht om zo iemand in je organisatie te hebben.'”

Diezelfde zondag kregen Margarita en Edwin nog een signaal dat Rade een vreemde rol speelde. Ze kregen bezoek van een van de drie veiligheidsagenten die waren ingehuurd om journalisten tijdens het avondfeest op afstand te houden. Die vertelde dat hij een vreemd gesprek had opgevangen tussen Annemiek Rade en Carlos junior. Margarita: “Hij zei: ‘Ik stond even stil om te kijken of het journalisten waren. Maar nee, het waren je broer en jullie secretaresse die het een en ander doorspraken.'” De veiligheidsagent vertelde dat Carlos wat vragen had gesteld, waarvan de teneur was geweest: is alles in orde met de pers, staan ze er klaar voor? De veiligheidsagent vond dat hij dit moest doorgeven.


Edwin en Margarita begonnen op dat moment nattigheid te voelen. Achter hun rug om was op hun bruiloft kwaad over hen gesproken, en het leek er sterk op dat die roddels ook journalisten ter ore waren gekomen. Ze konden het maar op één manier interpreteren: er werd tegen hen samengespannen. De veiligheidsagent had dezelfde indruk. Edwin: “Hij zei letterlijk: ‘Ik heb het gevoel dat je wordt genaaid.'”

Weer een dag later verschenen in Nederland de maandagkranten. De berichtgeving over het huwelijk was een klap in het gezicht van Edwin en Margarita. “Een knock-out,” zegt Edwin. Vooral in het Algemeen Dagblad, maar ook in De Telegraaf, werd Edwin afgeschilderd als een charlatan. Beide kranten meldden dat Margarita’s vader niet bij het huwelijk was geweest omdat Edwin zich ten onrechte uitgaf voor baron. Het AD leek zeker van zijn zaak. ‘”Meneer de Baron” leidt aan blauw-bloedarmoede’ was de kop boven een groot artikel. Volgens De Telegraaf ging het niet om een gerucht; de krant sprak van ‘het feit dat’. Een paar dagen later deden de roddelbladen het nog eens dunnetjes over. Ook later kwamen de bladen herhaaldelijk terug op ‘de kwestie’, onder meer met de vraag of Edwin strafbaar was.

Maar in geen van de berichten werd bewijs geleverd voor de stelling dat Edwin zich had uitgegeven voor baron. Als er al bronnen werden genoemd, ging het om ‘goed ingevoerde gasten’ of ‘vrienden’. Het AD was nog het meest specifiek met een verwijzing naar ‘vrienden van Irene’. Nergens kwam Margarita of Edwin aan het woord.

Margarita onderstreept dat Edwin zich nooit voor baron heeft uitgegeven. “Ik zou ook wel gek zijn als ik dat deed,” zegt Edwin. “Ik heb heel veel vrienden van adel, die allemaal weten dat ik geen baron ben. Ik zou mezelf belachelijk maken.”


Navraag bij enkele journalisten die op de bruiloft waren, leert dat er ook geen harde aanwijzingen bestonden, laat staan ‘een feit’. Ze baseerden hun bewering hoofdzakelijk op uitlatingen van enkele genodigden, die zeiden begrip op te kunnen brengen voor Carlos Hugo’s beslissing niet te komen. Daarnaast constateerden de Nederlandse media dat een aantal regionale kranten Edwin aanduidden als baron. Kennelijk hadden Franse journalisten op basis van Edwins achternaam geconcludeerd dat hij baron is. “We hadden geen reden om te verifiëren of deze meneer werkelijk baron was,” zegt een verslaggever van het Franse weekblad Point de Vue desgevraagd.

Al met al is het vooral verwonderlijk op welk beperkt bewijsmateriaal de journalisten hun stellige berichten hebben gebaseerd. Achteraf, erkent een van de journalisten, waren de aanwijzingen dat Edwin zich baron liet noemen ‘erg vaag’. Margarita: “Hoe is het mogelijk dat journalisten zo slordig zijn geweest? Hebben ze er geen benul van hoeveel schade die berichten aanrichten?”

Margarita en Edwin zelf hebben steeds vermoed dat Carlos junior en Annemiek Rade voeding hebben gegeven aan de negatieve publiciteit. Via diverse kanalen vernamen Margarita en Edwin dat de roddels via Margarita’s eigen familie de ronde waren gaan doen. Edwin: “Door wie anders dan Carlos junior?”

Navraag onder de journalisten die bij de bruiloft aanwezig waren, heeft geen duidelijke aanwijzingen opgeleverd voor betrokkenheid van Carlos junior of Annemiek Rade bij de negatieve publiciteit. Anderzijds is duidelijk dat de antipathie in de familie tegenover Edwin is overgedragen op enkele bruiloftsgasten, die daar vervolgens met journalisten over hebben gesproken. Ook is duidelijk dat niemand van de koninklijke familie pogingen heeft ondernomen om Margarita en Edwin te beschermen tegen de negatieve publiciteit.


Edwins ervaringen als nieuwkomer in de koninklijke familie zijn niet uniek. Vooral Pieter van Vollenhoven heeft het aan het hof zwaar te verduren gehad, blijkt uit het boek Pieter van Vollenhoven – Burger aan het hof, dat in 2002 verscheen. Onder anderen Beatrix, toen nog prinses, was fel tegen een huwelijk van haar zus met deze burgerman.

De auteur van Burger aan het hof.

Dorine Hermans, beschrijft gedetailleerd hoe Pieter te maken kreeg met grote tegenwerking en opvallend negatieve publiciteit. “In dezelfde tien, vijftien jaar dat Pieter achter de schermen kampte met principiële weerstand was hij voor de schermen onderwerp van een nationale spotcampagne. Na zijn huwelijk begonnen mysterieuze anekdotes door Nederland te circuleren, waarin hij figureerde als verwaande kwast die voor prins speelde.”

Een overeenkomst met Edwin lijkt dat niemand bereid was de negatieve publiciteit over Pieter een halt toe te roepen, terwijl dat een ‘fluitje van een cent’ zou zijn geweest. Dat journalisten zelf weinig terughoudendheid betrachtten, komt volgens Hermans doordat zij wisten dat Pieter ‘onder aan de pikorde stond in de koninklijke familie’.

In een van de opvallendste passages in het boek reconstrueert Hermans hoe het gerucht in de wereld kwam dat Van Vollenhoven had gelobbyd voor een adellijke titel, Prins der Nederlanden nog wel, en hoe dat verhaal uiteindelijk ‘een feit’ was geworden. Het verhaal bleek zwaar overdreven, maar het idee dat Van Vollenhoven het belangrijk vond te worden verheven in de adelstand is bijna onuitroeibaar gebleven. De geschiedenis doet onvermijdelijk denken aan die van Edwin, die ervan werd beschuldigd zich voor baron uit te geven.


Tot zover de overeenkomsten. Er zijn ook verschillen tussen Pieter van Vollenhoven en Edwin de Roy van Zuydewijn. Die konden weleens verklaren waarom het conflict in de koninklijke familie rond Pieter niet uit de hand is gelopen en dat rond Edwin wel.

Een van die verschillen is dat Edwin moeite had om zich klein te maken. Van Vollenhoven kon dat wel. Dat lag ook voor de hand, aangezien Pieter betrekkelijk jong zijn intrede deed aan het hof en nog studeerde. Bovendien beschikte Pieter over een zekere zelfspot, die hem in staat lijkt te hebben gesteld de gebeurtenissen te relativeren. Dat was voor Edwin moeilijker. Hij was gepromoveerd, werkte aan een zakelijke carrière en was een stuk ouder dan Pieter destijds. Pieter was 25 toen hij zich verloofde, Edwin was 33, ouder dan de neven en broers van Margarita. Edwin: “Ik voelde er niets voor me te laten kleineren.”

Er was nog een belangrijk verschil. De keuze van prinses Margriet kreeg de nadrukkelijke goedkeuring van haar moeder, de toenmalige koningin Juliana. Daardoor waren er grenzen aan de campagne waarmee Pieters tegenstanders hem het leven zuur maakten. Edwin en Margarita daarentegen hadden hun steun in de koninklijke familie zien verdampen.

Margarita en Edwin vonden dat ze na de berichtgeving met de teneur ‘snoevende nep-baron trouwt met prinses’ niet gewoon op huwelijksreis konden. De slechte pers kon enorme gevolgen hebben voor Edwins zakelijke carrière. Ze annuleerden hun plannen en gingen naar Nederland om zich met enkele adviseurs te beraden op de vraag wat ze tegen de roddelcampagne konden ondernemen.


Eén optie was stilzitten; maar als ze niets deden, bestond de kans dat er nog meer roddels zouden opduiken en Edwin nog grotere reputatieschade zou oplopen. Een tweede mogelijkheid was naar de pers stappen en hun verhaal doen. Maar met het zoeken van publiciteit zouden ze aansturen op een harde confrontatie. Een derde optie was om te proberen de media te dwingen tot rectificaties, maar dat zou een langdurig juridisch steekspel opleveren met een onzekere uitkomst.

Ze kozen vooralsnog voor een andere aanpak. Begin oktober 2001 schreef Margarita een reeks brieven, onder meer aan haar moeder Irene, aan haar zus Carolina en haar broer Jaime, en aan Beatrix. HP/De Tijd bezit kopieën van deze brieven en van de antwoorden die erop zijn gekomen.

“We dachten dat mijn familieleden zouden inzien dat ze te ver waren gegaan,” zegt Margarita over de bedoeling van haar brieven. “Dat iemand met zijn vuist op tafel zou slaan en zou zeggen: dit gaat zich nog tegen ons keren. Het moet afgelopen zijn,” zegt Edwin.

In de brieven schreef Margarita dat ze was geconfronteerd met ‘tegenkrachten’ die haar relatie met Edwin wilden ondermijnen. “Het is een grote teleurstelling om vanuit eigen familie en mensen direct om ons heen zo bedrogen te worden.” In de brief aan ‘Tante Trix’ schreef Margarita: “Ik heb je al meerdere malen op deze problematiek gewezen, het wordt nu echt tijd voor maatregelen.” De boodschap was tweeledig: enerzijds vroeg Margarita om steun, anderzijds kondigde ze aan dat ze met een advocaat zou overleggen over juridische stappen.


De toon van de brieven was scherp. Bovendien stuurde Margarita haar brief aan koningin Beatrix ook naar de toenmalige premier Wim Kok, met het verzoek om te bemiddelen. Die actie viel bij de koningin in slechte aarde, evenals de aankondiging dat Margarita zich zou beraden op juridische stappen. Premier Kok liet na twee weken weten dat hij voor zichzelf geen rol zag weggelegd in wat hij beschouwde als een familieruzie.

Jaime en Carolina reageerden helemaal niet. Irene stuurde een korte brief terug. “Lieve Margarita, Ik hou van je,” schreef ze. “Niet alles wat je doet, kan ik achter staan. Maar weet dat ik van je hou en je vasthoud. Grote omhelzing en kus.” Margarita over de reactie van haar moeder: “Ze zorgt ervoor dat het voor haar geen probleem wordt. Want ze heeft toch geantwoord?”

De enige die uitgebreid reageerde, per kerende post, was Beatrix. “Je brief heeft me getroffen als intens triest,” schreef de koningin. “Verwarring en wanhoop spreken eruit, verbittering en een beeld van diep verstoorde verhoudingen.” Beatrix liet ook weten dat ze het ‘op zijn minst gnant’ vond dat Margarita een kopie van de brief had verstuurd aan de premier.

In de handgeschreven brief van tweeënhalf kantje ging Beatrix nauwelijks in op Margarita’s beschuldigingen, die ze afdeed als ‘vrij paranoïde’. Duidelijk was dat de koningin de oorzaak voor het conflict alleen bij Margarita (en Edwin) zocht: “Je hebt hen die van je houden gekwetst, hun beste gevoelens gekrenkt en vriendschap geschonden.” En ten slotte: “Ik hoop dat je ooit eens de Margarita zult hervinden die een plaats behoudt in ons hart.”


Beatrix’ reactie bood weinig openingen voor verzoening. Ze kon geen enkel begrip opbrengen voor de wanhoop die uit de brief van haar nichtje en voormalig petekind sprak. De boodschap van Beatrix is samen te vatten als: het is allemaal je eigen schuld.

Overigens schreef Margarita begin oktober 2001 ook nog een brief aan Annemiek Rade, de vrouw die Edwin ‘een slecht soort man’ genoemd zou hebben. Margarita liet weten dat ze geen gebruik meer wilde maken van haar diensten.

Voordat Margarita haar brief aan Beatrix schreef, had ze naar eigen zeggen al vijf keer bij de koningin aangeklopt met het verzoek om hulp. Margarita vond dat ze weinig gehoor kreeg. Daarover was ze bij het laatste bezoek zo boos geworden dat ze het gesprek had afgesloten met een vloek en de deur achter zich had dichtgegooid.

Op 19 januari 2002 ging Margarita opnieuw naar Paleis Huis ten Bosch voor een gesprek met Beatrix, met als directe aanleiding de briefwisseling van ruim twee maanden eerder. Tijdens het gesprek maakte de koningin haar nicht scherpe verwijten. Volgens Beatrix deugden Margarita’s manieren niet. Ze gaf iedereen de schuld van alles, terwijl ze die bij zichzelf moest zoeken. Kon het niet aan Margarita en Edwin zelf liggen? Was dat nooit bij ze opgekomen? Waren ze blind?

De sterke indruk van Margarita en Edwin dat zij werden afgeluisterd was volgens Beatrix onzinnig. Dacht ze soms dat de koningin het recht had hen af te luisteren? Bovendien: waarom zou ze worden afgeluisterd? Margarita was de moeite niet waard om af te luisteren. En Edwin al helemaal niet.


Margarita vertelt dat ze in het gesprek, dat fel en venijnig van toon was, enkele keren scherp uit de hoek kwam. Beatrix accepteerde dat niet en zei tot twee keer toe: “Margarita, er is een duiveltje in je gekropen.” De koningin liet ook duidelijk merken dat ze achter die scherpe toon de invloed van Edwin vermoedde. “Het heeft natuurlijk weer met Edwin te maken,” zei Mar- garita. Met wie anders, vroeg de koningin.

Ook over het huwelijksfeest van Edwin en Margarita ontspon zich een woordenstrijd. De koningin vertelde dat ze van vijf mensen had gehoord dat de bruiloft verschrikkelijk was geweest. De leden van de koninklijke familie zouden zijn geschoffeerd door Margarita. En wat Edwin naar hun hoofd had geslingerd, kon al helemaal niet door de beugel. Beatrix was ter ore gekomen dat Edwin zijn koninklijke gasten had weggestuurd met de woorden: “Tuig, rot op!” Ze had er alle begrip voor dat de beledigde gasten Edwin een zak vonden.

En Margarita’s aankondiging dat ze overwoog een juridische procedure tegen haar eigen familie te beginnen, zag Beatrix als een verkapt dreigement.

Zoals gezegd gaf Margarita tijdens het gesprek regelmatig stevig weerwoord. Tegelijkertijd deed ze een aantal uitspraken die meer inzicht verschaffen in de wijze waarop zij in het conflict stond. Enkele citaten:

“Luister. Ik hou ontzettend veel van mijn familie. Dat ik nu anders overkom, klopt niet. Ik ben alleen wat mondiger geworden. Ik heb er genoeg van mijn mond te houden, in een hoekje te gaan zitten en te wachten tot het allemaal voorbij is geraasd. Het gaat nu over mijn leven.”


“Erger kan niet. Het kan echt niet erger. Het is niet dat ik de hele wereld wil beschuldigen, maar het is hem (Edwin) verdomd moeilijk gemaakt, en dat weet jij ook.”

“Hoe vaak moet ik nog zeggen: ik ben hier gekomen voor advies. Voor hulp. Om te kijken wat er mogelijk was.”

De ontmoeting bracht een oplossing niet dichterbij. Beatrix was bijzonder geïrriteerd over de beschuldigingen van Margarita en Edwin. Niet helemaal onbegrijpelijk: Edwin en Margarita blonken niet altijd uit in diplomatiek gedrag. “Misschien is dat soms het geval geweest, maar we stonden ook zo onder druk van allerlei hovelingen en familieleden,” zegt Margarita.

Anderzijds ging de koningin wel gemakkelijk voorbij aan alles wat Margarita en Edwin was overkomen. Ze konden toch met enig recht zeggen dat ze onheus waren bejegend en dat hun integriteit in twijfel was getrokken, eerst in kleine kring en later ook in de media. Daarbij beschikten ze over aanwijzingen dat er sprake was van een lastercampagne tegen hen.

Margarita verbindt een vergaande conclusie aan Beatrix’ weigering om in te gaan op haar verdenkingen. “Het betekent dat er al iets fout zat. Als zij voor haar gevoel iets niet kan oplossen, is zij zelf debet aan het conflict. Anders gaat ze niet ruziën en hakketakken.” Met andere woorden: de pogingen om Edwin in diskrediet te brengen, hadden plaats met instemming van de koningin. “Natuurlijk. Het was voor haar makkelijk geweest die een halt toe te roepen.”

Ruim een week na het twistgesprek met Beatrix kregen Margarita en Edwin te maken met een nieuwe lawine aan negatieve publiciteit. Die kwam op gang door een primeur in de regionale Franse krant La Dépche du Midi. Het dagblad meldde op 27 januari 2002 dat een Nederlandse prinses – nicht en petekind van koningin Beatrix – en haar man de rekeningen voor hun huwelijk in Frankrijk niet hadden betaald.


In het artikel deden drie leveranciers hun beklag: de kapster van Margarita, de wijnleverancier en de hovenier die de oprijlaan had opgeknapt. Het bericht werd opgepikt door Le Figaro en De Telegraaf. Dat dagblad kopte op 31 januari: ‘Rel rond dochter Irene om onbetaalde rekeningen’. In het stuk stond dat de middenstand in Zuidwest-Frankrijk ‘steen en been klaagde’. “Sinds januari regent het aanmaningen op de stoep van Chteau du Bartas, het nieuwe onderkomen van het stel.” Het bericht was opmerkelijk, mede omdat De Telegraaf zich zelden negatief uitlaat over de koninklijke familie.

Het moet gezegd dat Edwin en Margarita deze berichten voor een deel aan zichzelf te wijten hadden. Het klopt namelijk dat er rekeningen niet waren betaald. Met name de forse rekening (6400 euro) van de wijnleverancier was, zoals Edwin zegt, ‘ertussendoor geschoten’. Edwin: “Het had niet mogen gebeuren, maar we waren op reis gegaan en na ons huwelijk moesten we meer dan 150 rekeningen betalen. Dan kan er weleens eentje even blijven liggen.” Ook de kapster en de hovenier waren vergeten. (Inmiddels hebben alle drie de klagers HP/De Tijd laten weten dat hun rekeningen zijn voldaan. Achteraf relativeren ze de ophef. “We moeten wel vaker wachten op ons geld,” aldus de hovenier.)

Deze keer was er wel een belangrijk verschil met de negatieve publiciteit direct na het huwelijk van Edwin en Margarita. Toen was die gevoed door ‘vrienden’ van het bruidspaar. Nu gaven Edwin en Margarita zelf aanleiding. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat de berichtgeving zo’n vlucht had kunnen nemen als De Telegraaf en andere media niet hadden geweten dat Edwin en Margarita al op de schopstoel zaten. Journalisten wisten dat ze niet bang hoefden te zijn voor boze reacties van het hof.


Het incident maakte nog iets anders duidelijk: iedere misstap van Margarita en Edwin kwam onder een vergrootglas te liggen. Twee of drie rekeningen vergeten, en ze stonden – letterlijk in binnen- en buitenland – te boek als wanbetalers. In die hoedanigheid werden ze van een anoniem stel welhaast bekende Nederlanders.

Misschien is het lot van bekende Nederlanders dat iedere faux pas enorm wordt uitvergroot, maar als dat zo is, geldt dat in veel mindere mate voor leden van de koninklijke familie. Hun foutjes – van onbehoorlijk gedrag tot buitenechtelijke kinderen – halen zelden de publiciteit. Bekend is bijvoorbeeld dat leden van het Koninklijk Huis ook weleens vergeten een rekening te betalen, maar daar worden ze bijna nooit op aangekeken. Een van de weinige keren dat zo’n geval bekend werd, was in het In Memoriam dat Thomas Lepeltak in De Telegraaf schreef over Freddy Heineken. Daarin stond dat Heineken zich altijd had geërgerd aan prins Bernhard, die de gewoonte scheen te hebben om de rekening in Hotel de l’Europe (eigendom van Heineken) niet te betalen. Lepeltak citeerde Heineken als volgt: “Hij komt lunchen, soms met gasten, en loopt dan weg zonder te betalen. Alsof dat vanzelfsprekend was.”

Na hun bruiloft is er volgens Margarita en Edwin nog een lid van de koninklijke familie geweest dat zijn rekening niet heeft betaald: Irene. “Ze is haar belofte de helft van de kosten van de bruiloft te betalen nooit nagekomen,” zegt Margarita. “Had ik die belofte soms keihard contractueel moeten vastleggen?” vraagt Edwin. Het uitblijven van Irenes bijdrage was een flinke financiële tegenvaller voor het bruidspaar, want hun bruiloft had liefst 498.000 gulden gekost.


Margarita vertelt dat ze Irene nooit heeft aangesproken op het uitblijven van haar financiële bijdrage. Ze heeft ook niet overwogen haar moeder simpelweg een briefje of een rekening te sturen. “Het zou een ongelooflijk teken van zwakte zijn om mijn hand op te houden. Ik zou over mijn eigen trots moeten heen stappen. Bovendien: dan wordt er weer gezinspeeld op mijn toekomst met Edwin.”

En opnieuw vierde de koninklijke familie feest. Op 2 februari 2002 trouwde prins Willem-Alexander met Máxima Zorre- guieta. Het was een heugelijke dag, maar Margarita en Edwin waren er niet bij. Ze waren niet uitgenodigd.

Margarita had op 12 december 2001 – dus na haar eigen bruiloft, maar voor de woordenstrijd met koningin Beatrix – een kaart van haar neef gekregen. “Lieve Margarita,” schreef de kroonprins. “Helaas lijkt het ons onder de huidige omstandigheden niet opportuun jullie uit te nodigen voor ons huwelijk. Hopende op een betere toekomst, wens ik jou veel succes en wijsheid toe. Liefs, Alexander.”

De tekst was voor Margarita duidelijk genoeg. Het briefje was alleen aan haar gericht, en ze had ‘wijsheid’ nodig. Ze kon dit alleen lezen als een advies met Edwin te breken, waarna ze weer welkom zou zijn.

Op de bruiloft van de kroonprins viel hun afwezigheid op. Maartje van Weegen, de NOS-verslaggeefster die de trouwdag live voor de televisie versloeg, gaf tekst en uitleg. Op het moment dat Irene in beeld verscheen, meldde Van Weegen in een bijzin dat Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn afwezig waren wegens ‘financiële problemen’.

De verslaggeefster was nog niet uitgesproken of de telefoon op Chteau du Bartas begon te rinkelen. Margarita en Edwin, die de uitzending niet konden zien, hoorden van vrienden en familieleden dat ze in ‘financiële problemen’ verkeerden. En dat niet alleen, heel Nederland wist ervan. Meer dan zes miljoen mensen keken naar het huwelijk.


Edwin zegt dat hij meteen besefte dat die ene uitspraak van Van Weegen enorme consequenties kon hebben. Het was één ding om in de roddelpers te boek te staan als wanbetalers, maar het was nog iets anders als in het best bekeken televisieprogramma van 2002 werd gemeld dat ze in financiële problemen zaten. En dat door een journaliste van wie bekend was dat ze de koninklijke goedkeuring kon wegdragen. Veel mensen moeten hebben gedacht: dat zal wel van de Rijksvoorlichtingsdienst komen, het zal wel kloppen.

Van Weegen was er ook van overtuigd dat haar bericht klopte. Ze heeft tegen HP/De Tijd gezegd dat zij zich baseerde op ‘goede bronnen’. “Zoiets zeg ik niet op basis van geruchten.” Wie die goede bronnen waren, wil ze niet zeggen. “Ja, daaaaag.”

Het briefje van Willem-Alexander toont evenwel aan dat er een andere reden was voor de afwezigheid van prinses Margarita en haar man. Ze waren niet uitgenodigd. De uitleg van Maartje van Weegen was aantoonbaar onjuist. Het heeft er alle schijn van dat de NOS-verslaggeefster is gebruikt door haar ‘goede bronnen’ om de man van Margarita in een kwaad daglicht te stellen.

Margarita en Edwin zijn er in ieder geval van overtuigd dat de opmerking van Van Weegen van hogerhand is geautoriseerd – door de Rijksvoorlichtingsdienst of door iemand van de koninklijke familie – en een cruciaal onderdeel is geweest van een campagne om hun het leven onmogelijk te maken. “Het was laster,” zegt Edwin. “Als in zo’n televisieprogramma wordt gezegd dat je min of meer failliet bent, dan ga je ook failliet. Dan worden alle stekkers eruit getrokken.”

Na de uitspraak van Van Weegen is Edwin geconfronteerd met opmerkelijke zakelijke tegenslag. Indien op enig moment in de toekomst mocht blijken dat ‘de goede bronnen’ van de NOS-verslaggeefster inderdaad hebben bestaan uit de Rijksvoorlichtingsdienst of een of meer leden van het Koninklijk Huis, dan ontstaat een serieus politiek probleem. Dan heeft de minister-president iets uit te leggen.


Edwin de Roy van Zuydewijn zou de staat verantwoordelijk kunnen stellen voor de verspreiding van onjuiste informatie die hem persoonlijk en zakelijk heeft beschadigd. En hij zou mogelijk met succes een schadeloosstelling kunnen eisen.

Bij Edwins bedrijf Fincentives, dat een softwarepakket voor het beheer van personeelsopties verkocht, haakte inderdaad begin 2002 plotsklaps de ene na de andere potentiële klant af. Deden ze dat alléén op basis van de negatieve publiciteit? Of kan het zijn dat het hof zijn invloed in de Nederlandse zakenwereld heeft aangewend?

Met steun van professor W.J. Slagter, voorzitter van de raad van advies van Fincentives, overwegen Margarita en Edwin om een voorlopig getuigenverhoor te beginnen. Het is een juridische procedure waarbij tientallen getuigen onder ede worden gehoord, en die duidelijk kan maken of sprake is geweest van een campagne om Edwin de Roy van Zuydewijn zwart te maken. Een van de op te roepen getuigen zou vermoedelijk Maartje van Weegen zijn.

Ruim een jaar na de affaire verliet Margarita haar man. In 2008 trouwde ze met DNB-jurist Tjalling ten Cate, van wie ze een dochter kreeg. Met haar familie kwam het weer goed. De Roy van Zuydewijn eist alimentatie van zijn ex. Ook probeert hij nog steeds het complot door het koningshuis tegen zijn persoon te bewijzen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Thieu Vaessen