De zwakke arm der wet

Elke week op de website plaatsen we één volledig artikel uit HP/De Tijd. Deze keer de column van Jan Kuitenbrouwer over de sterke arm der wet. ‘Politiemensen hebben reden om te klagen, maar zelf is de politie ook behoorlijk in de war.’

De SP vraagt aandacht voor de beroerde arbeidsomstandigheden van de Nederlandse politieagent. Als je de salarissen ziet die er betaald worden, schrik je inderdaad wel even. De schaal loopt van een kleine 1100 euro per maand tot nog geen 8000. Een beginnend agent verdient nauwelijks meer dan een dozensjouwer bij Aldi, en een korpschef met 2900 agenten verdient minder dan een Kamerlid. Met dat soort cijfers wordt de bewering dat politiewerk een roeping is meer dan een mythe.

Zeker vandaag, want ook de immateriële waardering voor het werk van de diender is de afgelopen jaren tot het nulpunt gedaald. Als ik zelf met de politie in aanraking kom, en wie overkomt dat niet zo nu en dan, zeker als je rondrijdt in een ongewassen oldtimer zonder veiligheidsgordels (waarvoor ik een vrijstelling heb, maar dat kan die ijverige surveillant niet weten), ben ik altijd de beleefde voorkomendheid zelve, en als ze het bij een waarschuwing laten waar ze evengoed een verbaal hadden kunnen opmaken, overlaad ik ze met dankbaarheid, zodat ze zich even gewaardeerd kunnen voelen, tot de volgende kortlontige burger daar weer een eind aan maakt.

Bij Pauw & Witteman werd het SP-onderzoek laatst besproken, en ter inleiding werd een filmpje getoond van een straatmuzikant die tegen een geüniformeerde agent zegt: “Weet je wat jij bent? Jij bent gewoon een aap in een uniform.” Waarop de agent in kwestie uithaalt en het joch op z’n bek timmert. Ik had graag willen horen hoe die zaak afliep – is die agent berispt en heeft dat ettertje excuses gekregen, zoals je vreest, of hebben ze de muzikant een dagje laten brommen en heeft de agent achter gesloten deuren een vermanend schouderklopje gekregen, zoals je hoopt?

Als het uniform en het wapen van politiemensen niet meer in staat zijn om ontzag af te dwingen, misschien moeten zij dan ook hun korte lontje maar in de strijd gooien, net als de burger. Het logo van de politie is niet voor niets een granaat die op punt van ontploffen staat. Ooit bestond dat beeldmerk trouwens uit een wetboek en een zwaard, een combinatie die aan duidelijkheid weinig te wensen verlaat, maar in de vernieuwingswanhoop die veel overheidsdiensten in de greep heeft, en de politie misschien nog wel het sterkst (‘Veiligheidsregio Merenstad Dijklanden heet voortaan Natstede Plassenland’), is daar een brandend wetboek voor in de plaats gekomen, toch een enigszins relativerend signaal, zou je zeggen, en de manier waarop de ‘o’ van politie daar als een oorbel onder hangt moet getypeerd worden als speels, ook niet direct een kernwaarde van de sterke arm, dacht ik. ‘Wetboek of zwaard, aan u de keuze’ werd ‘Wat vindt u daar nou zelf van?’
Voor de rest van de politieuitrusting geldt iets dergelijks: er kwamen hippe baseballcaps en kekke mountainbikes, het uniform wordt telkens modieuzer en informeler, het blauw wordt steeds lichter, de aankleding van het wagenpark lijkt vooral gericht op likeability en de wapenstok wordt steeds korter.

Een tijdje geleden raakte ik op straat in conflict met een jongere in een auto die geen voorrang had maar het wilde afdwingen door mij de weg te versperren. Al gauw kreeg hij gezelschap van vrienden; ik werd ingesloten, mijn auto werd gemolesteerd en toen ik dat probeerde te verhinderen, kreeg ik klappen. De lokale wachtmeester bleek het clubje goed te kennen, nam ze in bescherming en weigerde mijn aangifte. Het hele geval leek hem een zaak van ‘wederzijds haantjesgedrag’. Waarschijnlijk had hij net een cursus psychologie gedaan. Op mijn weblog kwamen honderden reacties binnen van mensen met soortgelijke ervaringen: in haar streven naar ‘dialoog’ met asociale en criminele types heeft de politie zich ontwikkeld tot handlanger van dat soort groepen.

In het onderzoek van de SP klagen agenten dat rechters geen begrip hebben van de realiteit op straat, maar zo zijn er even veel nette burgers met een bloedneus of erger die op het politiebureau te horen krijgen dat ze het er zelf wel naar gemaakt zullen hebben. Dat er nu eenmaal lui zijn waar je met een grote boog omheen moet lopen, ook al is dat in je eigen woonwijk. De tijd dat dit soort gastjes hun eigen straat onveilig maken is immers al lang voorbij. Dáár wemelt van het van de buurtvaders, straatcoaches en wijkregisseurs, in nettere buurten heb je daar geen last van.

Politiemensen hebben reden om te klagen over te lage beloning en te veel bureaucratie, zaken die de politiek regelt, maar zelf is de politie ook behoorlijk in de war. Geen geld, geen vertrouwen én geen gezag – ik zou niet graag politieagent zijn. En voor de meeste politiemensen geldt kennelijk hetzelfde.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Jan Kuitenbrouwer