2012 en andere doemscenario’s

De wereld – met andere woorden: ú – vergaat over drie jaar. Aldus de Maya’s en 2012, de rampenfilm die op hun oude kalender is gebaseerd. Welke rampen bedreigen de mensheid nog meer. Een apocalyptische verkenning langs het ravijn. ‘We blijven altijd kwetsbaar.’

Los Angeles, najaar 2009, stad óp de rand van de afgrond. Al jaren. ‘s Avonds zijn de westelijke heuvelkammen getooid met een gevaarlijk rode gloed van de bosbranden die tinsel town omsingelen: het resultaat van jaren hitte en droogte. Water is duur en op rantsoen. De staat Californië is failliet en de economie staat op imploderen. Illegale immigranten verstoppen de infrastructuur en verdunnen de medische en sociale voorzieningen. In de miljoenenwijken van East-LA heersen niet de wet en de LAPD, maar etnische gangs. Ondertussen loeren Al-Qaida en het H1N1-virus voortdurend. En dan ligt deze agglomeratie van 18 miljoen zielen ook nog overdwars op de San Andreas-breuklijn, de jackpot onder de aardbevingen. Logisch dat dit gedoemde Los Angeles door zijn eigen Hollywood al talloze malen is vernietigd, in Escape from LA, in Earthquake (uiteraard), in alle Terminators en nu weer in de hardcore-rampenfilm 2012. Tijdens de private screening in het Jimmy Stewart-building op het terrein van de Sony Studios aan Overland Avenue overheerst trots bij de aanwezige producenten, als we John Cusack in een inferno van instortende freeways en skyscrapers zien vluchten voor het naderende armageddon. Het is pure rampenporno met veel buzz and bang, gebaseerd op de (overigens gemakkelijk te bestrijden) theorie dat op exact 21 december 2012 de aarde en zon op één lijn komen te staan met het centrum van de Melkweg, waardoor volgens doemdenkers de magnetische velden in ons zonnestelsel teruggezet worden tot het nulpunt, met een reeks mondiale aardbevingen als resultaat.

Kortom, niet alleen LA maar de hele wereldbol is nu het haasje. In 2012 raakt zelfs de Himalaya na een übertsunami compleet geïnundeerd. Tja. So Hollywood. “Ik ben gefascineerd door golven,” licht 2012-regisseur Roland Emmerich minzaam toe. “Het leek me fantastisch om ze over die bergtoppen te zien slaan.” De Amerikaans-Duitse Emmerich, niet toevallig ook de maker van Independence Day en ecohorrorfilm The Day After Tomorrow, houdt zijn internationale perspraatje een breuklijntje verderop in Tokio, na Los Angeles en New York vermoedelijk de meest vernietigde stad in de cinematografie. “De laatste keer dat ik hier was, zat ik nog midden in een aardbevinkje,” grijnst hij in het Grand Hyatt Hotel, gekleed in pak met daaronder olijke lakrode Nikes. “Maar ik heb ook een grotere beleefd, die van 1994 bij Northridge in Californië. Doodeng, vooral de naschokken de dagen erna. Ik kon er niet van slapen. Destijds was ik in LA Stargate aan het opnemen, maar ik ben gewoon op het vliegtuig gestapt, zo bang was ik. Als ‘t er op aankomt, ben ik een wezel.” Dat onze planeet precies op 21 december 2012 vergaat, zoals zijn film en de Maya-kalender willen, daar gelooft Emmerich ‘zelf natuurlijk niet in’. Maar, oreert hij: “Het is een interessant concept om de staat van de wereld te schetsen. Hoe we onze leefomgeving vernietigen. Hoe politici ons voorliegen. Wat onze moraliteit nu is. En ach, laat ik niet ook kinderachtig doen: het is prachtig entertainment. Je hoeft er dus niet volledig in te geloven, maar een beetje helpt.”


Wetenschapsjournalist en sterrenkundige Govert Schilling schreef twee jaar geleden, voor de huidige hype, al over het apocalyptische jaartal 2012. In zijn boek De jacht op Planeet X behandelt hij even smakelijk als sceptisch het vermeende bestaan van de planeet Nibiru, ook wel aangeduid als Planeet X. Oftewel: een verborgen, of – zo u wilt, een in een internationale samenzwering van regeringen ultrageheim gehouden – hemellichaam in ons zonnestelsel. Volgens een complottheorie van aluminiumhoedjes, die tevens dankbaar dat ene Maya-tabletje hebben omarmd op zoek naar een finale einde-der-tijdendatum, zou deze as we speak op warp-snelheid richting aarde keilen, om over drie jaar als een planetaire snookerbal vlak langs de aarde te suizen. Hierdoor zal deze een kwart slag om haar as draaien, met miljarden doden als gevolg.

Een ‘larietheorie’, weet Schilling, die laconiek vaststelt: “Er moet sowieso heel wat gebeuren hoor, wil de aarde in haar totaliteit vernietigd worden, met haar metalen kern en stenen mantel. Het einde van de planeet zal dus niet snel volgen. Het einde van de mensheid is een ander verhaal. Een ingewikkeld organisme als de mens is, in tegenstelling tot een simpele vorm van leven als bijvoorbeeld een bacterie, niet bestand tegen bijvoorbeeld een inslag van een hemellichaam, zoals een meteoriet. De dinosauriërs werden 65 miljoen jaar geleden ook zo uitgeroeid.”

Schilling becijfert dat een hemellichaam met een doorsnede van een kilometer een werelddeel kan verpulveren en dat bij een inslag van een meteoriet van dertig meter heel Nederland in de kruimeldief kan. “En juist die kleintjes kunnen we nog niet van tevoren waarnemen, al zijn ze daar wel ver mee. Ik voorspel dat we dat over tien jaar wel kunnen.”


Zo’n galactische bom slaat nochtans één keer in de honderd miljoen jaar in, verzekert Schilling. Tevens dodelijk blijkt de straling van een supernova, vertelt de ruimtevorser, als de ster net in onze relatieve nabijheid is ontploft. Droogjes: “Op zo’n honderd lichtjaren afstand of zo. Dan raakt de aarde alleen al door de gammastraling compleet gesteriliseerd.” Ook die vernietigingsoptie blijft echter Staatsloterij-achtig klein. Urgenter lijkt de impact van zonnevlammen, veel voorkomende kleine explosies op het oppervlak van de zon. Schilling: “In 1859 is er een heel grote geweest, die toen het telegraafverkeer flink ontregelde. Je kunt je wel voorstellen wat die aangericht zou hebben in deze tijd van massacommunicatie. Bovendien: zonnevlammen van de zogeheten X-klasse kunnen elektriciteitscentrales helemaal platleggen.”

Terug naar New York. Uitgenodigd voor een lezing bij de 22nd Street Gun & Rifle Range weet terrorisme-expert Dan Verton dat het licht best op banalere wijze uit kan. “Op 14 augustus 2003 ervoeren de VS en Canada de grootste black-out in de geschiedenis. Hoe dat kwam? In Iowa was door een storm een boom op een elektriciteitspaal gevallen. Van Toronto tot en met New York viel de stroom uit. Ruim vijftig miljoen mensen kregen ermee te maken. Alles lag in één keer stil: fabrieken, vliegvelden, óók veel gsm-netwerken. De schade liep in de miljarden. Zo kwetsbaar zijn elektriciteitsnetten. Onvoorstelbaar toch? Dan is het voor terroristen een koud kunstje om binnenkort een nog groter domino-effect te veroorzaken, door in te breken op de computersystemen van elektriciteitscentrales. Ze zijn immers allemaal met elkaar verbonden, zodat ze stroom met elkaar uit kunnen wisselen. Commercieel slim, maar ze zijn de veiligheidsrisico’s vergeten. Zoals altijd.” Verton, ex-CIA, gebruikt dit voorbeeld graag om te illustreren dat de terrorist van nu zijn aandacht inmiddels heeft verlegd van semtex naar cyberspace: Al-Qaida 2.0.


“Als ze ons op CNN beelden willen laten zien van Al-Qaida-strijders, dan zien we archiefmateriaal van haveloze horden die met kalasjnikovs voor hun buik marcheren en Allah-kreten scanderen. Onzin,” vervolgt Verton. “Tien jaar terug al gebruikte Osama bin Laden vanuit z’n grot een satelliettelefoon. Geloof me: de terrorist van nu zit niet in stoffige tentenkampen, maar volgt vooral technische en IT-opleidingen, zodat hij die kennis later kan toepassen bij een hightechaanslag. Sterker nog: inmiddels moet Al-Qaida wel beschikken over honderden knappe koppen, die ze zelf hebben gerekruteerd bij diverse technische hogescholen. Ja, in het Westen…”

Bij Instituut Clingendael, onderzoekscentrum voor internationale vraagstukken in Den Haag, houden ze voor de nabije toekomst inmiddels ook rekening met een dergelijke ‘strategische schok’. “Je moet dan denken aan een aanslag op bevolkingscentra met een dirty bomb, een klein explosief met een radio-actieve kop,” legt medewerker generaal-majoor b.d. Kees Homan uit. “Niet alleen maakt zo’n terreurdaad een groot aantal slachtoffers, het getroffen gebied wordt voor dertig jaar onbewoonbaar.”

Homan heeft nog tal van oorlogsschema’s in de kast, die misschien niet waarschijnlijk zijn, maar, stelt hij, ‘ook niet ondenkbeeldig’. Neem Pakistan. “Mocht het regime daar in elkaar klappen, dan is de vraag wat er gebeurt met hun 51 kernkoppen. Bekend is inmiddels dat Amerika er in een first strike negentien kan neutraliseren, maar de rest… Die kunnen maar zo in handen vallen van terroristen, zeker als je weet dat die onlangs nog bijna succesvol het hoofdkwartier van de landmacht hebben bestormd.”

Dichter bij huis sluit Homan niet uit dat Rusland de morrende Russische minderheid in Estland binnen nu en drie jaar weleens militair te hulp zou kunnen schieten. “En Estland geniet dus wel de Artikel 5-bescherming van de NAVO. Kortom, een aanval op één bondgenoot is een aanval op alle bondgenoten.”


Het Rusland onder Poetin is volgens de oud-generaal tevens partij in een eventuele slag om de Noordpool. “Ze hebben zelfs al een speciaal getraind Noordpool-leger. Want daar bevindt zich nog 25 procent van de oliereserves, en dus zijn Amerika, Canada, Noorwegen en Rusland aan het bakkeleien over de vraag wie er nou eigenlijk recht op heeft.”

Een opkomende mondiale speler in de war games op Clingendael is – natuurlijk – China. De nakende militaire grootmacht komt in beeld als het Taiwan wellicht gaat annexeren (Homan: “Lastig, want Amerika heeft Taiwan een veiligheidsgarantie gegeven”), en ook als het regime in Noord-Korea straks implodeert en er een vluchtelingenstroom van miljoenen richting de Chinese grens op gang komt. “Daar heeft Peking waarschijnlijk geen trek in,” aldus de Clingendael-expert, die bovendien rekening houdt met een burgeroorlog in China. “Ik ben er net geweest, en mij viel op dat de verschillen tussen arm en rijk steeds groter worden. De combinatie van ontevreden bevolkingsgroepen op het platteland, vaak met een etnische achtergrond, en een rigide regeringssysteem vormt een explosief mengsel.”

Ook viroloog Ab Osterhaus heeft in zijn vakgebied gestoeid met inktzwarte militaire horrorscenario’s. “Na de val van de Muur heb ik in de voormalige Sovjet-Unie met internationale delegaties de laboratoria bezocht waar ze biologische wapens prepareerden. Ik ben toen best geschrokken van de trots waarmee ze daar zeiden: ‘Kijk eens wat voor mooi ebolavirus we hebben gecreëerd.” Biologische wapens zijn officieel verboden, maar Osterhaus beseft dat ze ‘heus nog wel zijn bewaard’. “Je moet er niet aan denken dat terroristen een aanslag plegen met een dodelijk virus. Dan heb je een fatality rate van dertig procent.” Om eraan toe te voegen: “Maar de grootste bioterrorist blijft toch Moeder Natuur.”


Zoals momenteel met de uitbraak van het H1N1-virus, waarbij de viroloog – zoals bekend – stevig de alarmbel luidde. “We kunnen nu spreken van een moderate pandemie, maar je houdt in scenario’s vanzelfsprekend rekening met het ergste. Dat is ons vak. Bij een brandverzekering staat toch ook niet alleen je keuken in de polis? Je verzekert natuurlijk je hele huis.” De Spaanse griep van 1918/1919 was, doceert Osterhaus verder, tot nu toe de grootste geregistreerde pandemie. “Ja, er vielen tientallen miljoenen doden, maar in zijn totaliteit was het niet meer dan één procent van de wereldbevolking. De mens is nu, zeker met onze moderne surveillancesystemen en interventieprogramma’s, veel beter opgewassen tegen virussen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld konijnen. 95 procent viel ooit ten prooi aan myxomatose.”

Osterhaus noemt SARS als voorbeeld van een bekende epidemie die succesvol is bedwongen. “De diverse laboratoria over de hele wereld hadden er snel een remedie tegen. De ziekte trof zo’n 10.000 mensen en maakte in totaal zo’n 800 slachtoffers. De psychologische impact was groot, maar uiteindelijk waren het er dus niet heel veel. En aids, dat is nu – althans in de westerse wereld -grotendeels teruggebracht tot een chronische maar behandelbare ziekte, waarbij je soms prima door kunt leven.”

Bij een massale uitbraak van een pandemisch virus – wat ook nog met het H1N1-virus kan gebeuren – wordt tegenwoordig ook collatoral damage ingecalculeerd. Hoewel Osterhaus er niet veel over kan zeggen, liggen er nu draaiboeken klaar in overheidslaatjes met stevige staat-van-beleg-strategieën, waarbij ziekenhuizen en medicijnvoorraden bewaakt moeten worden om boze horden te stuiten die medicijnen en behandeling eisen. Desnoods met geweld. Osterhaus: “In Europa en de VS zal dat wel meevallen, hopelijk. In instabiele landen kan een extreme pandemie wel leiden tot publieke onrust en machtsverschuivingen. Daar wordt zeker ernstig rekening mee gehouden.”


In de film 2012 stijgt de zeespiegel met een slordige – Emmerich weer in de bocht – 8000 meter. Jawel, dat is zo’n 7998,90 meter meer dan de Deltacommissie in Nederland voor het jaar 2100 voorspelt met haar maximale verwachte stijging van 1 meter 10. Maar volgens Harry Otten, directeur, meteoroloog en klimaatdeskundige bij Meteo Consult, zit ook deze commissie ernaast: zo’n halve meter. “Natuurlijk,” zegt hij. “Er is overweldigend bewijs dat de aarde opwarmt en de zeespiegel stijgt. Dus als je dat ontkent, steek je je kop in het zand. Toch ben ik niet pessimistisch. Ik denk dat we op de lange termijn de fossiele brandstoffen, de grootste veroorzakers van de opwarming, kunnen inruilen voor energie opgewekt door kernfusie.”

In afwachting daarvan denkt de voormalige RTL-weerman de klimaatverandering enigszins te kunnen remmen door kolengestookte energiecentrales te vervangen door kerncentrales (“Het afval daarvan is te verwaarlozen hoor, dat past gemakkelijk in een kofferbakje”) en uiteraard: duurzame energie. “Ik heb in China al windmolenparken gezien die groter zijn dan die in de VS en Europa. Het zou me ook niet verbazen als China in bijvoorbeeld 2012 beslist dat vanaf 2020 alle auto’s in de grote steden elektrisch moeten rijden. En geloof me: als Chinezen iets zeggen, doen ze het ook.”

De kans op weerrampen blijft op korte termijn evenwel groter dan voorheen, waarschuwt Otten. “Kwam een orkaan als Katrina vroeger één keer in de dertig jaar voor, nu kan dat één keer in de tien jaar zijn door het warmere zeewater. Ook droogteperioden kunnen soms veel langer aanhouden. Dat kan aanzienlijke gevolgen hebben voor mensen, zoals we in de jaren dertig zagen tijdens de dust bowl in de Verenigde Staten. De kans op extreem hete zomers als die van 2003, die toch in Europa tienduizenden slachtoffers maakte, zal daarnaast ook geleidelijk groter worden.”


Wat is dus dadelijk in 2012, om met wijlen G.B.J. Hiltermann te spreken, de toestand in de wereld? Generaal b.d. Homan sluit zijn diverse scenario’s voor ‘strategische schokken’ niet volledig uit. “We leven in een onvoorspelbare tijd. Bovendien: niemand heeft ooit ook de val van de Muur en 11/9 zien aankomen.” Ab Osterhaus: “In de Middeleeuwen werden hele steden gedecimeerd door cholera en pest. En kwam in 1900 nog vijftig procent van de sterfte bij mensen in de westerse wereld op het conto van infectieziekten, tegenwoordig is dat minder dan één tot enkele procenten. Dat gaan we hier zeker niet meer meemaken, maar dan moeten we onze inentingsprogramma’s niet laten verslonzen en gebruik blijven maken van de nieuwe wetenschappelijke vooruitgang.”

Terrorismedeskundige Dan Verton is, vanuit de schietclub in New York, ronduit pessimistisch. “2974 mensen verloren op 9/11 binnen een paar uur hun leven. De eerstvolgende aanslag van dat kaliber zal binnenkort plaatsvinden in Europa. Niet in de States. Daar is de beveiliging zo aangescherpt, dat je niet meer ongestoord een aanslag kunt voorbereiden. Europa kent een opener samenleving, maar dat betekent ook dat er minder aandacht is voor veiligheid. Bovendien: de moslimbevolking die in Amerika woont, is Amerika niet vijandig gezind. Integendeel: ze profiteren van de American dream en willen dat niet verpesten. In Europa en in Nederland heb je daarentegen moslimgetto’s vol jongeren die hun gastland afwijzen, die zich buitengesloten voelen: de ideale kweekvijver voor extremisme.”

Harry Otten blijft ‘een optimist’ (“De techniek gaat het winnen van de dra- matiek”), maar waarschuwt wel: “Als we niets doen, zijn we in de 22ste eeuw allemaal dood.” Sterrenkundige Govert Schilling vermoedt dat de aarde ‘nog miljarden jaren blijft bestaan.’ Echter: “De mensheid blijft kwetsbaar. We denken dat we in control zijn, maar dat zijn we alleen op de korte termijn, niet op de lan-ge termijn. Uiteindelijk zijn we niet meer dan een minuscuul onderdeeltje van de kosmos.” Over de Maya-profetie meldt hij dodelijk: “Op 22 december 2012 is er gewoon weer een níeuw pseudowetenschappelijk broodje-aapverhaal in omloop.” Trouwens, wat gebeurt er vanaf 11 november 2009 in de bioscoop (spoiler alert!) met onze helden van de blockbuster 2012? Die monsteren vanuit het volledig verkruimelde en verzopen LA monter aan op een hightech-ark.


De vrij complexe Maya-kalender hanteert naast een religieuze en een praktische kalender ook nog een kalender met een ‘lange telling’, om historische gebeurte-nissen te markeren. De gregoriaanse begindatum van deze kalender, zo hebben archeologen uitgerekend, is 11 augustus 3114 voor Christus. De cyclus van deze eindige kalender wordt gevormd door dertien baktun. Een baktun bestaat uit 144.000 dagen; een kordate som leert dat het laatste kalenderblaadje op 21 december 2012 wordt afgescheurd, al zijn de geleerden het hier niet over eens. Volgens een andere rekenmethode, gepubliceerd in het tijdschrift Natuurwetenschap & Techniek, hebben we nog tot 2208 respijt. Jottem. Overigens preluderen de Maya’s hierbij niet op een armageddon, maar op een ‘herschepping van de aarde’, waarna een nieuwe cyclus begint.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Jan-Henk Zandberg