‘Dit is nog maar het begin’

Al tien romans en verhalenbundels had hij uitgebracht. Maar met het verschijnen van Het diner werd schrijver en ex-Jiskefet-acteur Herman Koch (1953) ineens een bestsellerauteur. Hij won er de NS Publieksprijs mee. ‘Dit voelt wel anders dan het Jiskefet-succes.’

Dit succes had niet ik verwacht, en de uitgeverij ook niet. Het doel was 25.000 exemplaren verkopen, dan was iedereen tevreden geweest. Maar deze hype is buiten iedere controle. Er is publicitair gezien veel gedaan, met maximale billboards, het was het boek van de maand bij de AKO, ik ben bij tv-programma’s als Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door geweest. Maar op een gegeven moment gaat het boek zichzelf hypen. Het eerste exemplaar werd uitgereikt door Job Cohen, vijf dagen nadat het boek uit was. Toen was er al een tweede druk. Max Pam had in HP/De Tijd voorspeld dat het een van de beste boeken van 2009 zou zijn. De uitgeverij stuurde dat naar boekhandels, dan gaat het rollen. Deze uitgeverij is veel alerter dan andere, vind ik. Zij hebben gedacht: we gaan zorgen dat Herman van Het diner meer verkoopt dan van z’n vorige boeken. Odessa Star deed vijftienduizend exemplaren, Denken aan Bruce Kennedy maar zesduizend. Die boeken lopen ook ineens beter.

Televisiebekendheid is meestal van een grotere omvang dan schrijversbekendheid, maar nu lijkt het bijna andersom. Ik heb bijna het gevoel dat ik nu meer direct word aangesproken dan bij Jiskefet. Ben ik aan het hardlopen en dan stopt er een scooter voor me, zegt zo iemand: “Ik wou wel even zeggen dat het echt een goed boek was.” Dan ren ik gewoon door en zeg: “Wat leuk dat je daarvoor stopt.”

Dit succes voelt wel anders dan het Jiskefet-succes. Omdat ik dit in m’n eentje heb gedaan, ik word er ook in m’n eentje op aangesproken. Het is niet per se leuker en ik ben er ook niet trotser op. Maar ik voel wel: wat leuk dat er na die succesvolle tv-carrière op deze leeftijd nog een heel nieuwe carrière begint. De schrijverscarrière had ik al, die was niet onsuccesvol. Maar het succes van Het diner is van zo’n mega-omvang dat het mijn schrijfcarrière in een ander daglicht zet. Want het volgende boek zal ook wel wat doen. Ik moet het wel heel bont maken, wil dat in een gat vallen.


Ik heb helemaal niet het gevoel dat er meer druk ligt op mijn volgende boek. Nu kan ik juist doen wat ik wil, want er wordt toch wel veel gepikt. Ik heb nu een soort krediet, hoef niet te denken wie ik zou moeten behagen. Er komt ook gewoon weer een plot in het volgende boek, ook al is er commentaar op gekomen. Die minachtig voor de plot vind ik totaal belachelijk. Elke film, elke serie wil je doorkijken vanwege de plot. Stijl is heel belangrijk, maar het is nog beter als er ook een goede plot in zit. Misschien zet ik het wel op het omslag: “Alweer een plot!” Zoiets.

Na Het diner was ik meteen met een nieuw boek begonnen. Dat is gesneuveld nadat ik er vijf maanden aan had gewerkt; ineens had ik er geen zin meer in. Ik had een ander, veel beter idee. Zonder er ook maar een dag over na te denken, ben ik daaraan begonnen. En dat boek gaat er zeker wel komen. Najaar 2010 verschijnt het misschien, of begin 2011. Ik wil altijd wel snel met een nieuw boek komen, maar verkooptechnisch is dat niet handig.

Als Het diner goed zou lopen, wilde ik een Jaguar; dat plan had ik al voordat het succes er was. Het zijn luxepraatjes, maar ik heb hem gekocht na de derde druk, ook al was het op dat moment nog wel onverantwoord, zoveel exemplaren waren er nog niet verkocht. Maar dat doe ik wel vaker, iets kopen terwijl het eigenlijk niet kan. Denken: ach, weet je wat, ik doe het gewoon. Nu geven we het uit, en dan zien we later wel wat de schade is. Auto’s koop ik vaak vier keer zo duur als ik van tevoren had bedacht, en dat ik later denk: jezus christus, we gieren langs de afgrond, maar ik heb hem wel. Of zoals Michiel (Romeyn – red.) zou zeggen: “Dat pakken ze je niet meer af.” Toen het boek zó goed liep, wilde ik wel de auto met de sterkste motor en het beste vermogen, en daar ga ik dan ook niet over zeiken, dat doe ik gewoon. Het geluidssysteem wordt dan ook over de hele wereld als het beste geprezen, Bowers & Wilkins heet dat systeem. Dat zijn van die overdreven fijne dingen, veertien boxen en subwoofers; het is een rijdende Escape-disco. Maar de echte luxe is niet de auto. Het is het gevoel dat ik met wat ik nu verdien nog vijf jaar door kan. Nu ik de 250.000 exemplaren heb gehaald, hou ik er bruto wel een tonnetje of zeven aan over, en dan tel ik nog niet mee dat de rechten aan veertien landen zijn verkocht. De echte luxe is de tijd. Mijn wensen zijn heel kinderachtig beperkt; ik hoef geen jacht, dat scheelt alweer. En ik ga nu niet ineens een half kasteel kopen. Maar ik hoef de komende vijf jaar nooit meer iets te doen voor geld.


Drie maanden na het verschijnen van Het diner kwam er een negatieve recensie, paginagroot in de NRC. Mijn eerste gedachte toen ik de krant opensloeg: dat stuk was nooit verschenen als er maar tweeduizend exemplaren van het boek waren verkocht. Het is ook een kant van het succes dat er dan altijd mensen zijn die iets willen vinden om te laten zien dat het toch niet deugt. Geen moment heb ik gedacht dat het boek nu zou sneuvelen; ik vond dat Arnold Heumakers wel een punt te pakken had maar dat hij het verkeerd zag, dat ik een stap verder ben. Hij noemt de hoofdpersoon van Het diner ernstig gestoord en dat daarmee de spanning weg is. Maar het is echt een heel licht geval, ik sta zelf nog heel dicht bij die hoofdpersoon. Als die een psychopaat wordt genoemd, komen ze ook aan mij. En er zijn boeken met veel zwaarder gestoorde hoofdpersonen waar niemand over valt. Voor de verkoop van Het diner kon die hele discussie, waarvoor ik ook nog met Heumakers bij De Wereld Draait Door ben geweest, helemaal geen kwaad.

Ik heb het idee dat het boek waar ik nu mee bezig ben weer een stap verder is. Een stap vooruit, beter. Ik ben nooit een onzekere schrijver geweest. Met terugwerkende kracht zegt het succes me niks; het is eerder zo dat ik denk: mijn eerdere boeken hadden dit ook al verdiend.

Ik ben wel altijd onzeker per dag, of het wel goed gaat, die twijfels heb ik wel. Maar als ik van een boek dat ik eenmaal af heb of van een hoofdstuk denk: het is perfect!, dan kom ik er ook niet meer aan. Ik heb het gevoel dat dit succes de komende vijf jaar blijft, het houdt niet op bij dit boek. Totdat ze weer genoeg hebben van mij; dat gaat nog wel even duren, maar dat moment gaat wel komen. Dat moet ook, op een gegeven moment moet je weer eindigen in de vergetelheid.


Over twee weken: Willem van ‘t Wout.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Sara van Gorp