Engelse wortels

Bart Jan Spruyt 20 nov 2009 Cultuur

Willem Barnard: Een zon diep in de nacht – De verzamelde dagboeken, 1945-2005. Skandalon. € 39,50. Benno Barnard: Een vage buitenlander – terug naar Engeland. Atlas. € 18,90. Beide boeken ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Als jongetje ving Benno Barnard (1954) ergens het woord ‘erectie’ op. Thuis vroeg hij aan zijn vader Willem Barnard (1920) wat dat woord betekende. “Een erectie, jongen, is een staande ovatie voor een dame,” was het antwoord.

Het valt waarschijnlijk niet mee om als zoon op te groeien in de schaduw van een vader met zo veel brille. Zeker niet, vermoedelijk, als je dezelfde gaven als hij hebt meegekregen en ook dichter/schrijver wordt. Maar bij vader en zoon Barnard is nergens sprake van frictie. Benno adoreert zijn vader openlijk en is voortdurend met hem in gesprek, of misschien beter: zijn leven is één lange discussie met zijn vader. En Willem schrijft in de verrassend royale keuze uit zijn dagboeken dat Benno niet alleen een nazaat is, ‘maar ook mijn confrater, een schrijver : en wel een die zijn ouderlijk huis, zijn vader vooral, herhaaldelijk ter sprake heeft gebracht, hetgeen vroeg om repliek’.

De dagboeken van Willem Barnard zijn vorige week in de Nicolaikerk in Utrecht gepresenteerd, tijdens een symposium dat een hele middag mocht duren. De prachtig vormgegeven bundel is een nieuwe keuze uit de dagboeken die Barnard sr. vanaf zijn veertiende heeft bijgehouden. Het gemopper over gebrek aan erkenning is uit deze keuze weggesneden. Barnard sr. was dominee én dichter, en dat was voor veel literaire critici een combinatie die hen bij voorbaat verhinderde zijn werk serieus te nemen. Tijdens de presentatie werd wrang herinnerd aan het feit dat een omvangrijke keuze uit zijn poëzie (Praten tegen langzaam water uit 2007) in de ramsj was beland. De dagboeken bieden een leerzaam commentaar op zestig jaar Nederlandse geschiedenis. Barnard bekritiseerde in 1989 de ‘kleine conservatieven’ die al gauw te veel stemmen krijgen. Maar hij had wel sympathie voor de mensen die op hen stemden: ‘diknekkers’ misschien, maar wel de mensen die in de volkswijken de rekening hebben moeten betalen voor wat zo mooi de ‘multiculturele samenleving’ heet.


Het jaar 1956 omvat in de dagboeken maar een paar bladzijden. De Barnards woonden toen in Engeland, op de vlucht voor het gevaar van het communistische imperialisme, want de Russische tanks die over de Hongaarse vlakte rolden, zouden binnen korte tijd in Amsterdam staan. Dat jaar in Engeland is bepalend geweest voor het leven van Benno. “Engeland is mijn oerverhaal,” schrijft hij in een nieuwe bundel beschouwingen, “het verhaal dat voorafgaat aan alle verhalen die samen mijn leven vormen.” Het verhaal verdichtte zich tot een ‘intieme mythe’, gevoed door lange zomervakanties in Engeland en door speculaties over de Engelse wortelstok van zijn familie. Barnard jr. studeerde ook in Engeland, woonde er, en is ook in zijn smaak een anglofiel: Eliot en Auden zijn, met Brodsky, zijn favoriete dichters.

Barnard heeft in sprankelend en knetterend proza een boek geschreven met beschouwingen over Engeland en zijn relatie tot een land dat hem zoveel over zichzelf vertelt. Ook in dit boek zijn jr. en sr. voortdurend met elkaar in gesprek, of beter: in discussie. En als je een zin leest over een neiging tot de politieke rechtervleugel, waar ‘ik op de aanwezigheid van traditie en intellect hoop, meestal tevergeefs trouwens – iets wat ik dan weer corrigeer door beschaafd links te stemmen’, dan realiseer je je dat die zin ook door de vader geschreven had kunnen zijn.

Reageer op artikel:
Engelse wortels
Sluiten