Voedsel & variété

Michiel Blijboom 20 nov 2009 Cultuur

Het amusement mag wel wat minder belegen, maar het diner is dik in orde, met dank aan reuzelreus Herman den Blijker. Over stalen dijen, boerende vips en draadjesvlees 2.0.

De Nederlandse showbizz: het blijft behelpen. Waar fraai uitgedoste rodelopergasten bij een filmpremière in Tuschinski om de vijf minuten moeten inschikken omdat tram 9 erlangs moet (óndenkbaar op Hollywood Boulevard!), daar wordt de feestelijke opening van de dinnershow Palazzo, in een spiegeltent naast station Amsterdam Bijlmer, gekenmerkt door het volledig ontbreken van zo’n uitgerold stuk hoogpolige gastvrijheid. Omdat het regenwater in centimeters dikke stralen naar beneden komt, is besloten die hele loper maar achterwege te laten. De sterren die zijn uitgenodigd om het feest extra cachet te geven – een André van Duin, een Jeroen van der Boom, een Marijke Helwegen, een Harry Mens, een Barry Stevens, een, eh, Maud Mulder – dienen hun kunstje voor de in groten getale toegestroomde paparazzi dus in de krappe entree van de tent op te voeren. Veel grandeur heeft het niet, maar de gratis champagne vergoedt een hoop.

Palazzo zelf biedt al zes seizoenen lang een exquise melange van voedsel en variété. Het concept is ijzersterk: terwijl u geniet van een veelgangendiner dat onder leiding van een van Nerlands topkoks is gecomponeerd, werken clowns en acrobaten uit de bovenste lagen van de internationale circus- en theaterwereld zich in het zweet om ook uw visuele zintuigen een onvergetelijke avond te bezorgen. Was het in voorgaande jaren tweesterrentovenaar Ron Blaauw die de borden in Palazzo van veelkleurige miniatuurstillevens voorzag, ditmaal is de Rotterdamse reuzelreus Herman den Blijker er technisch directeur. En Herman kennende hoeven we dus niet eerst een bodempje te leggen bij de aangrenzende Febo. Want met alle respect voor Blaauw – zijn bombe van After Eight met passievrucht en karnemelk-basilicumijs verdient nog altijd de Nobelprijs voor Goede Smaak -, qua volume zouden zijn porties niet hebben misstaan op een buurtbarbecue voor de bewoners van Madurodam. Met Den Blijker, dat wandelende stuk wildbraad, weet je tenminste zeker dat er een hoeveelheid voer op je bord komt waarin je je kunt verslikken. Wel zo geruststellend.


Ik neem plaats op mijn gereserveerde zetel in de middelste ring en begin meteen, bij wijze van amuse, mijn ambachtelijk gebakken broodjes te beschilderen met houmous, rillettes en pté (zij het niet tegelijkertijd). Alles wat aan de tanden blijft plakken, spoel ik vervolgens weg met een Blanc de Blanc Cuvée Aleksandr uit Moldavië, en passant kijkend naar de eerste artiest van de avond, een man die jongleert met een hoed en een wandelstok. Een tweede potsenmaker, qua corpulentie de gelijke van Den Blijker, doet theatraal alsof hij wordt vergiftigd. Het vip-publiek, kosteloos op stap dus over het algemeen wel bereid een lachsalvo te doneren, heeft duidelijk nog niet genoeg drank achter de kiezen om enthousiast te reageren. Wellicht dat de Chteau de Lastours, een rosé ‘met subtiel rood fruit en een vleugje aangename kruidigheid’ daar verandering in kan brengen. De meer dan voortreffelijke rosé wordt geserveerd bij ‘Herman’s Bouillabaisse met Stellendamse garnalen’, een goddelijke vissoep die zorgt voor een orgiastische smaakbeleving op de papillen. Als ik een Stellendamse garnaal was, zou ik vereerd zijn om in deze soep te eindigen.

Terwijl op en rond het podium enig jarenveertigvariété gaande is, til ik de amuse over de soep heen – zowel letterlijk als figuurlijk. Ik smeer de smeuïge pté duimendik op de broodjes, geheel in de geest van Herman den Blijker, met als gevolg dat ik na elke hap een neus vol lekkers heb. Maar dat kan natuurlijk ook aan de lengte van het reukorgaan liggen. Uit een wijnkoeler op een tafeltje in het midden van de tent komt een arm met een fles die twee glazen van geestverruimend druivensap voorziet. Het sprookjesachtige tafereel, waarbij bloemen wijken en plaatsmaken voor een vlinder, wordt van afstand gadegeslagen door een zuinig kijkende Harry Mens. Als om de crisis in de vastgoedsector te benadrukken, is hij in de buitenste, dus goedkoopste ring geplaceerd, en dat zit (hem) zo te zien niet lekker. “This is the moment,” zingt de Engelse zangeres Melanie Stace aansluitend, begeleid door de regendruppels die ongenadig hard op het tentzeil inbeuken.


Een avondje Palazzo (‘Spectaculinair!’ melden de aanplakbiljetten) is er voor entreeprijzen van 99 tot 145 euro per persoon, maar dat is dan wél inclusief tafelwater. Wie een aanvullend wijnarrangement wenst, legt nog eens 40 of, desgewenst, 50 euro neer. En die wijn drink je dan uitsluitend voor de smaak, want dronken worden is eigenlijk niet nodig bij Palazzo: ook broodnuchter spelen zich voor je ogen bij vlagen taferelen af die in een delirium niet zouden misstaan. Neem het Trio Sunrise, acrobatiek uit Oekraïne. Je denkt aanvankelijk dat de onderste twee figuren kerels zijn, gelet op de enorme kracht die hun gespierde benen uitstralen. Maar als je je blik langs die gestaalde dijen omhoog laat glijden, kom je tot de ontdekking dat het wel degelijk meisjes zijn. En als er op het laatst eentje boven op een been staat dat naast een oor zit gevouwen, grijp ik duizelend naar mijn glas, dat inmiddels is gevuld met een Malvasia Bianco Krita uit het Italiaanse Puglia, een witte wijn die alle andere witte wijnen overbodig maakt. Nou ja, in elk geval vanavond.

Palazzo 2009 heeft als ondertitel ‘Het bal van de Graaf’. De graaf in kwestie is de uit Oekraïne afkomstige Evgeniy Voronin, een witgeschminkte illusionist die zich volkomen uitdrukkingsloos door de tent beweegt en slechts zijn vingers laat spreken. De magiër, winnaar van de prestigieuze Las Vegas Magic Award, strooit met trucs zoals de gemiddelde Zwarte Piet dat met pepernoten doet. Waarbij niet álles even indrukwekkend is. Zo ontfutselt hij zijn landgenote, de non-stop twitterende actrice Victoria Koblenko, zogenaamd een beha – en dat is een truc die ik al eens in een Turks all-in-resort heb gezien. Dat geldt dan weer níet voor de parelhoen met parelgort en gefrituurde peterselie, die Den Blijker op dat moment opdient. Kookkunst met een enorm grote K.


Weekend-verslaggever Ger Lammens (ex-Story, ex-Privé, ex-Party), een gossipveteraan die bijna toe is aan zijn vierde generatie Alberti, vindt er dan al niets meer aan, laat hij misprijzend weten. Lammens, vanwege zijn vileine pen ook wel De Giftige genoemd en om die reden zelfs gebrouilleerd met Clown Bassie, vergelijkt de meeste optredens met de pauze-acts in Mies Bouwmans Een van de acht. Een paar slokken wijn later vraagt hij zich zelfs luidkeels af waar de Wama’s blijven.

Het moet inderdaad gezegd dat de show af en toe van een oubolligheid is die we ons nog kunnen herinneren uit het Nederland van Juliana. Als de graaf achterstevoren met een pistool kaarsen uitschiet en bij de laatste kaars ‘per ongeluk’ het doek openwaait zodat je iemand ziet blazen, dan zijn de Mounties en Rudi Carrell ineens héél dichtbij. Jos van der Valk presenteert… Piste, dat niveau. Gelukkig tilt Rustam Tsodikov het geheel daarna weer naar een veel hoger niveau. De extreem gespierde ladykiller – Koblenko glijdt al twitterend van haar stoel – geeft een staaltje kracht en elegantie ten beste dat voordien slechts in tekenfilms was te bewonderen. Omdat ik besef dat ik me in aanwezigheid van deze ‘jonge God’, zoals het programmaboekje terecht opmerkt, geen enkele illusie hoef te maken, stort ik me sans scrupules op de volgende gang: de lièvre a la Royale met appel, bospeen en wildsaus. Zijn naam was haas, denk ik, als mijn mes het boterzachte medaillon klieft. Een stuk wild om rustig van te worden. Draadjesvlees 2.0.

En terwijl er Brunello di Montalcino Banfi uit Toscane door mijn mond klotst (‘een heerlijke geur met viooltjes, kersen, cederhout, kaneel en kruidnagel met een krachtige smaak: vol, complex, met tonen van vanille en een lange, krachtige afdronk’) kijk ik naar Peter Pitofsky, een komiek uit de Verenigde Staten die ook wel bekend staat als ‘The Man With The Thousand Faces’. Hij offreert ons er twee: van een gorilla en van een egelvis, waarna het publiek verzoeknummers mag indienen. ‘Robert De Niro’ hoort hij roepen en dat lijkt me persoonlijk niet erg geloofwaardig, na een gorilla en een egelvis. Het volgende en laatste verzoekje betreft ‘Sylvester Stallone’ en dat is voor Pitofsky wel zo makkelijk: hij verruilt een mondhoek omhoog (De Niro) voor een mondhoek omlaag (Stallone).


Gelukkig zijn daar al gauw de serveersters met het toetje: een bourdaloue (perentaartje) met vanilleijs. En terwijl die zaligheid naar binnen glijdt, op de hielen gezeten door een lekkere zoete Moscato d’Asti uit Piemonte, krijgen we het pièce de résistance van Palazzo 2009 opgediend: het Duo Artemiev, dat een stukje luchtacrobatiek van olympische proporties ten beste geeft. Hoog boven de naboerende vips geven ze aan lak te hebben aan zoiets futiels als de zwaartekracht. Waar de meeste trapezewerkers altijd minimaal één hand gebruiken als ze de ander vastgrijpen, doen Dimitri en Elena het uiteindelijk alleen met hun… voeten! En hoewel je elk moment vreest dat die kleine, blonde Elena na een afgrijselijke val wordt gereduceerd tot een kwak tomatenpuree, blijven de twee geliefden wonderwel in de nok hangen. Het Duo Artemiev rechtvaardigt daarmee in z’n eentje de toegangsprijs van Palazzo. Nou vooruit, Artemiev en de Stellendamse garnalen. Plus die gespierde Rus – en de witte wijn. En eigenlijk is die zangeres ook wel lekker.

Na afloop staat de chef-kok zijn gasten al sigaren etend uitgeleide te doen. Den Blijker is ook nu weer zó hongerig dat- ie zijn eigen woorden inslikt, maar van de kruimels die uit zijn mond rollen, valt toch nog wel wat leesvoer te bakken. “Ik heb het expres niet hetzelfde gedaan als Ron (Blaauw – MB), want dan gaan mensen toch maar vergelijken,” zegt hij, links en rechts de welgemeende complimenten van de uitbuikende BN’ers in ontvangst nemend. “Bovendien heb ik heel andere opvattingen over koken. Ik wil dat je éét! Bij mij geen kermis van hapjes en kleurtjes, maar gerechten met een huiselijke uitstraling. Soep, wat smeerseltjes… Stevig voer, dat had ik met dit menu voor ogen. Voedsel dat ook koud nog smakelijk is, want het is moeilijk hoor, om al die porties tegelijk uit te serveren! Lekkere dikke smaken, daar hou ik van. Oké, ik weet dat het bij Palazzo in principe gaat om de show en je moet natuurlijk nooit mooier willen zijn dan de bruid, maar het eten moet wel goed zijn. En ondanks dat je voor een massa kookt, moet je als gast toch het idee hebben dat je intiem met z’n tweeën zit te tafelen.”


Op dat moment wordt hij in de rede gevallen door Gerard Cox. De voor- malige linkse cabaretier heeft héérlijk gratis gegeten en bedankt zijn kokke-rellende stadgenoot uitgebreid voor de smaakvolle gerechten. Den Blijker neemt nog een trek van zijn sigaar en zegt dan, zich verschuilend achter een wolk rook: “Ach, morgen schijt je het allemaal weer uit.”

Reageer op artikel:
Voedsel & variété
Sluiten