‘Geert, kom met mij praten’

Bas Paternotte, foto's Jean Pierre Jans 27 nov 2009 Leven

Ze geeft ongezouten haar mening, is overtuigd hoofddoekdraagster en een rasbestuurster. We kennen haar al jaren, en eigenlijk toch niet. Daarom een openhartig gesprek met Amsterdams PvdA-stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik (36). ‘Als je wordt bedreigd, word je hard en cynisch.’

We gaan het straks hebben over Geert Wilders, hoofddoeken en politiek. Eerst wil ik weten: bent u verliefd, verloofd of getrouwd?

“Ik ben verloofd en woon samen, hij heet Mounir. Een leuke man uit Leiden. Hij heeft zijdelings met de politiek te maken, omdat hij een adviesbureau heeft dat zich bezighoudt met maatschappelijke vraagstukken. Het is een schat van een man, die mij steunt. Hij denkt mee en kan heel erg nuchter zeggen of ik iets wel of niet goed doe. Hij heeft, in tegenstelling tot ikzelf, niet gekozen voor een leven in de spotlights; daarom vertel ik dus niet te veel over hem. Als politica ben ik een publiek persoon, maar ik hoef niet álles te delen.”

Is hij moslim?

“Ja.”

Was dat een vereiste voor u?

“Nee. Een mens volgt zijn hart, ik had ook verliefd kunnen worden op een niet- moslim. Maar het is mooi dat we hetzelfde geloof hebben, we hoeven elkaar op dat vlak niets meer uit te leggen. We weten van elkaar waar we voor staan. Mounir kwam op mijn pad, en daar ben ik zeer gelukkig mee.”

Hoe bent u de politiek ingerold?

“Ik volgde de lerarenopleiding biologie. Al snel was ik actief in van alles en nog wat. Dat ging van het maken van de schoolkrant en lid zijn van de feestcommissie, tot actievoeren tegen het beleid van toenmalig minister van Onderwijs Jo Ritzen. Ik was toen al erg scherp en kritisch. Vervolgens werd ik voor verschillende debatten uitgenodigd. En dat vrouwtje met die hoofddoek en die plat Amsterdamse uitspraak viel natuurlijk op. Uiteindelijk ben ik gescout door Eberhard van der Laan. En zo kwam ik voor de PvdA in de gemeenteraad van Amsterdam terecht.”


U was toen 24 jaar oud. Is dat niet erg jong?

“Nu ik volwassen ben, beoordeel ik jonge politici op hun competenties, niet op hun leeftijd. Ik was natuurlijk heel erg jong maar zéér actief in het maatschappelijk middenveld, geen studentje dat even wat in de politiek ging doen. Ik was lid van het Landelijk Inspraak Orgaan Marokkanen, ging met buurtgenoten naar het GAK om ze te helpen. Zo heb ik gezien hoe mensen, als ze hun baan kwijtraken, een zurig hoopje worden omdat hun bestaansrecht is verdwenen. Ik heb grote mannen zien huilen. Zo leerde ik ook de bureaucratie kennen waar een stad als Amsterdam lang onder gebukt ging. En als je dan de kans krijgt om gemeenteraadslid te worden…”

Dan grijp je die.

“Inderdaad. Mijn vader is hier begonnen als gastarbeider. Dan weet je wel hoe dat moet, kansen grijpen.”

Want?

“Die is hier in 1965 gekomen en heeft zijn hele leven gewerkt als magazijnmedewerker voor de KLM. Die zeurde nooit, meldde zich nooit ziek. Mijn moeder ook niet trouwens. Zij kwam begin jaren zeventig in Nederland aan als analfabete Marokkaanse. Vroeg ze aan de gemeente of ze een taalcursus kon krijgen. En dan werd er gewoon ‘nee’ gezegd. Uiteindelijk heeft ze in de moskee een taalclubje opgezet. Dat werden dus uiteindelijk zeventig dames die Nederlands gingen leren. Van mijn vader heb ik het arbeidsethos, mijn moeder is de bron van inspiratie. Als mijn moeder dezelfde kansen als ik had gehad, was ze ook politica geworden.”

Vertel eens over dat hoofddoekje, hoe zit dat?

“Dat draag ik sinds mijn zestiende. Dit jaar is het mijn twintigjarig jubileum, besef ik nu. Zodra ik thuis ben, gaat het af.”


Hoofddoekjes zijn een toonbeeld van onderdrukking van de vrouw, zeggen sommige politici.

“Toen ik dertien of veertien jaar oud was, ben ik mij serieus gaan verdiepen in de Koran en de islam. Achteraf is dat bizar, mijn vriendinnetjes waren er namelijk helemaal niet mee bezig. Ik was toen al kritisch. Ik heb mijn moslimleraar helemaal gek gemaakt, stelde altijd vragen. Leuk dat Allah dat zegt, maar wat bedoelt die gast ermee? Dat werk. Gek genoeg werd ik daarna heel erg streng in de leer. Ik werd roomser dan de paus, dat is niet oneerbiedig bedoeld. Maar dat hoorde denk ik bij die bewustwording. Tegelijk ben ik altijd Hollander gebleven. De spiritualiteit spreekt mij erg aan, en in de gebeden zitten veel wijsheden waar ik iets aan heb. Mijn hoofddoekje is de bekroning van dat proces waarin ik mijzelf leerde kennen. Ik had een symbool voor mijzelf nodig. En het is misschien ook een eerbetoon aan mijn moeder, die ik mij niet zónder kan voorstellen. Ik merk dat ik vrij in de samenleving wil staan, én mijn religieuze identiteit wil behouden. Ik ben een product van deze tijd, én een kind van dit land. Moslima én Hollandse, ik vind het een mooie combinatie.”

Maar laat u zich nou wel of niet onderdrukken met dat hoofddoekje?

“Het is kwalijk dat een hoofddoekje in het Westen wordt gezien als onderdrukkend, en het is kwalijk dat het in sommige landen ook zo gebruikt wordt. Maar wat denk je zelf, ben ik een meisje dat zich laat onderdrukken?”

Dat lijkt mij niet.

“Dat bedoel ik.”

U heeft altijd zo’n grote mond, valt mij op.

“Dat komt omdat ik door passie gedreven word. En ik heb het hart op de tong. Ik weet dat ik vaak fel en hard overkom op mensen en media. En dan word je soms verkeerd begrepen. Maar ik ben een Amsterdamse, wij zijn een apart slag. Als wij met het gezin op vakantie gingen naar Marokko, werd ik daar altijd de Hollander genoemd vanwege mijn bijdehand-zijn. Dat komt door mijn directheid, een typisch Hollandse eigenschap die je in de Marokkaanse cultuur niet terugziet. Je kunt mij een bitch vinden, maar ik loop nergens voor weg.”


Herman van Veen kreeg onlangs politiebescherming vanwege zijn uitspraken, van Wilders is het bekend. Heeft u ooit in zo’n situatie gezeten?

“De nacht na de moord op Theo van Gogh is er ingebroken op het stadsdeelkantoor. Om precies te zijn: in mijn werkkamer. Ik kwam daar de volgende ochtend aan en mijn bureau lag helemaal overhoop, de monitor weg. De toenmalig stadsdeelvoorzitter riep mij vervolgens naar zijn kamer. Even later stond er een beveiliger voor de deur. Er was een brief binnengekomen die aan mij was gericht. Ik weet nog steeds niet wat daar precies in stond, maar ik moest vervolgens naar het politiebureau om aangifte te doen. Het was heel onwerkelijk, ik had geen enkele invloed op de situatie. Dat ben ik niet gewend.”

Persoonsbeveiliging?

“Vijf maanden lang.”

U wordt emotioneel.

“Je bent de eerste journalist die mij aan het huilen brengt. Het was een verwarrende periode, ik heb toen black-outs gehad, kan mij niet alles meer herinneren. Ik snapte het wel, maar geloofde het niet. Ik heb toen een tijdje als een zombie geleefd.”

Heeft u daar iets aan overgehouden, bent u in therapie gegaan?

“Niet lang na de moord bereidde ik mij voor op een werkbezoek aan Marokko. Ik stapte in de auto om nog even snel wat spullen bij de drogist te halen. En toen durfde ik niet uit te stappen, wilde de straat niet op. Ik dacht bij mijzelf: Faat, wat is dit? Toen heb ik hulp gezocht en dat heeft gewerkt. Toch heb ik er een groot litteken op mijn ziel aan overgehouden.”

Er was onlangs reuring rond uw collega Ahmed Marcouch. Is hij de mannelijke Fatima Elatik?


“Ik ken hem goed, hij heeft voor mij gewerkt als jeugd- en veiligheidscoördinator. Misschien heb ik hem wel ontdekt, zeg ik met een glimlach. Hij is nu wat ik twaalf jaar geleden was; niet weg te slaan van de televisie en met een grote passie overal induiken. We sparren veel met elkaar over de problemen in zijn stadsdeel Slotervaart. Hier in Zeeburg ligt het anders, is de situatie minder gespannen.”

Hij verwacht medewerking van imams om de Marokkaanse jeugd in toom te houden. Critici verwijten hem de scheiding tussen kerk en staat niet in ere te houden.

“In de politiek moet je daar voorzichtig mee zijn. Ik ben er niet voor om een verband te leggen tussen de Marokkaanse jongeren die zich misdragen, en de islam. Je moet niet belerend willen zijn vanuit de religieuze optiek. Als PvdA’er wil ik verheffen, maar ook normen stellen. De situatie verandert niet door begrip te hebben voor hun moslimachtergrond. Aan de andere kant is Marcouch een oud-smeris, hij weet wel van optreden. Daar twijfel ik niet aan, hij is een krachtig bestuurder. Maar je moet oppassen met het islamiseren van het debat. Dat doe ik in ieder geval niet.”

We hebben het nog helemaal niet over Geert Wilders gehad.

“Ik zou hem wel een keer willen ontmoeten. Ik vond het goed van hem dat hij publiekelijk afstand nam van die bedreigingen aan het adres van Herman van Veen. Wilders is, net als ik, scherp in het debat en dat is helemaal niet erg. Wat ik alleen niet begrijp, is dat hij zo hard is maar nooit alternatieven biedt. Aan de andere kant: toen ik bedreigd werd, was ik ook hard en cynisch. Dat overkomt je, denk ik. Het is een gevolg van de situatie waarin je verkeert. Maar overstijg het dan ook weer! Wilders gaat het debat iedere keer uit de weg. Je ziet hem eigenlijk alleen in de Tweede Kamer, in het land gaat hij het debat niet aan. Maar ik zou hem graag daartoe uitnodigen.”


Gaat uw gang.

“Geert, wat jou is overkomen, is onmenselijk – als het nodig is, bescherm ik je met m’n eigen leven. Maar je moet wel in debat gaan. Kom een keer bij ons langs in Zeeburg om een kop koffie te drinken, en ga dan eens inhoudelijk de discussie aan. Als dat niet kan vanwege de beveiliging of iets anders, dan kom ik graag naar jou toe.”

Waarom zit u eigenlijk niet in de Tweede Kamer?

“Daar heb ik niks te zoeken, ik ben namelijk een rasbestuurder. Ik vertelde je net over mijn achtergrond in de biologie. Je kunt de samenleving vergelijken met een ecosysteem, alles hangt met elkaar samen. Ik wil mensen met elkaar verbinden en op het snijvlak staan. Zodat ik leiding kan geven en voor structuur zorgen. Ze zullen het zelf moeten doen, maar ik wil ze daarbij helpen. Als Kamerlid heb je echter een controlerende rol. Ik ben vier jaar raadslid geweest, dat ken ik en daar ligt mijn passie nu niet. Fatima Elatik is een doener en ze wil met haar benen in de modder staan.”

Minister dan, of hoger?

“Ik heb een keer in een interview gezegd dat ik ook wel premier wil worden. De knipoog is nooit begrepen, want wat daar niet bij stond was dat ik vervolgens zei ook de ambitie te hebben om koningin te worden. Voor de toekomst sluit ik op voorhand niets uit. Ik ben geboren in Amsterdam-Oost, ben nu lijsttrekker van de PvdA voor Oost. Ik ben er trots op dat ik hier mag dienen, dit is het meest eervolle beroep ever. Überhaupt mogen we ons wel vaker realiseren hoe goed we het in dit land hebben. Zelfs als je het helemaal hebt verkloot, is er een vangnet. Dit is een samenleving die het waard is om voor te vechten, en dat zal ik doen tot mijn laatste ademtocht. Laatst zei iemand tegen mij dat de politiek meer sexy moet worden. Hoezo? Het is keihard werken, soms moet je dingen doen die niet leuk zijn en mensen teleurstellen. Ik werk zeventig tot tachtig uur per week, het gaat erom dat je het algemeen belang dient.


Politiek is niet sexy maar noodzakelijk.”

Reageer op artikel:
‘Geert, kom met mij praten’
Sluiten