Vaarwel schuldgevoel

Plegen vrouwen overspel omdat ze gefrustreerd zijn in de romantische liefde en blijven hunkeren naar de ware? Vroeger misschien. Tegenwoordig is het, net als voor de man, een spannend spel dat goed is voor je ego. En de relatie die je al hebt, krijgt er juist een impuls door. ‘Mensen, doe niet zo ingewikkeld. Lééf in godsnaam.’

Waarom gaan vrouwen eigenlijk vreemd? Waarom mannen het doen, probeerden we afgelopen zomer uit de doeken te doen in HP/De Tijd (Overspel, 31 juli). “Het is vergelijkbaar misschien met de eerste keer dat je als jongen iets jatte uit de V&D, die spanning,” verwoordde een van de mannen zijn uiteindelijk betrekkelijk onschuldige drang naar avontuur in een verder evenwichtig en tevreden leven. Maar zou dat voor vrouwen ook zo kunnen zijn? Het leek me onwaarschijnlijk. In de vlotte-vrouwenblaadjes wordt vreemdgaan meestal geduid als een ontsporing die het gevolg is van een haperende relatie. “Mijn man praat niet meer met mij,” sipte Anja, en ze schaakte zijn beste vriend die haar ‘zo goed begreep’. En daarnaast worden vrouwen die er een intens en gevarieerd seksleven op na houden, in brede lagen van de maatschappij nog altijd gezien als nymfomanen, ‘bitches’ of ‘afgelikte boterhammen’.

Maar toen ik erop begon te letten, bleken er wel degelijk overspel plegende vrouwen te zijn die de stereotypen tartten. En sterker nog, ze bleken gewoon om mij heen te verkeren. Op het schoolplein, aan tafel bij de dispuutgenootjes van mijn eega, onder mijn tennisvriendinnen. Met drie van hen was de verstandhouding dermate vertrouwd dat ze bereid waren mij, op voorwaarde van anonimiteit, een inkijkje te geven in hun goeddeels verborgen liefdesleven.

De uiterlijke gelijkenis met Neelie Kroes is opmerkelijk, met dit verschil dat Hannah een stuk jonger is, begin vijftig, en nog geen plastische ingrepen hoefde te laten verrichten. De kakkineuze tongval ontbreekt eveneens, maar daarvoor in de plaats bezit Hannah een stemgeluid dat herinnert aan een verleden als rookster, wat verder niets afdoet aan haar charme. Ze woont in een weelderige villa in zo’n duindorp in Kennemerland, met man Boudewijn, registeraccountant, een dochter van vijftien en een zoon van dertien. Vier dagen per week werkt Hannah als managing consultant bij een adviesbureau voor overheidspersoneel. Uit dien hoofde verzorgt zij regelmatig trainingen aan ambtenaren, veelal in een van die conferentiehotels op de Veluwe. Die bijeenkomsten omvatten meestal meerdere dagen, wat betekent dat Hannah daar logeert.


Ze voelt er niet voor om al te expliciet te spreken over haar amoureuze uitstapjes, maar ze geeft het bestaan ervan grif toe. Niet dat het wekelijks gebeurt, of maandelijks, maar zo eens in het jaar, soms zelfs met wat langere tussenpozen, permitteert zij zich een en ander. Daarbij dienen wij niet meteen te denken aan daadwerkelijke gemeenschap, maar eerder aan, zoals Hannah het uitdrukt, ‘een beetje friemelen tussen de gordijnen’.

En nee, daarmee heeft zij geen enkele moeite. Geen schuldgevoel, geen gne. Niets. “Pure fun,” klinkt het. “Het is zo onschuldig dat ik me weleens afvraag waarom andere mensen er zo moeilijk over doen. Die denken meteen: ze laat haar kinderen in de steek, ze is een slechte echtgenote. Maar het heeft bij mij juist een tegenovergesteld effect: zo’n uit de hand gelopen flirtpartijtje wijst mij er vaak nog eens ondubbelzinnig op wat een heerlijk leven ik leid, met mijn huidige man, met wie ik al twintig jaar samen ben, met mijn kinderen, enzovoort.”

Hannah stelt het misschien fraaier voor dan het is, want manlief is onwetend en dat moet vooral zo blijven. “Waarom zou je het moeten vertellen? De ander kan zichzelf een loser gaan vinden, of zich aangetast voelen in zijn waardigheid. Daarbij ben ik ervan overtuigd dat ieder mens recht heeft op een eigen geheim. Waar komt dat idee vandaan dat je alles maar moet delen met je partner? Onzin. Wij bespreken veel, maar lang niet alles. Als Boudewijn zou vreemdgaan, hoef ik het ook niet te weten. Als hij het maar ‘veilig’ doet en niet verliefd raakt, want dan ontstaat er een ander verhaal. En ik hoop ook niet dat zijn eventuele vreemdgaan een dagelijkse realiteit is, want dat is weer het andere uiterste. Maar zo af en toe, ja hoor, no problem. Dan blijft het ook het spannendst, hè.”


Is het dat voor Hannah, een spannend spelletje? “Zeker. Maar het is natuurlijk ook behoefte aan een beetje hartstocht. Na twintig jaar is de grote passie met mijn man wel voorbij. We ‘doen’ het nog wel, maar het is anders, rustiger, liever en knuffeliger. Ik ben daar verder zeer tevreden mee, maar eens in de zoveel tijd, nou ja, dan wil je je laten gaan.”

Het is voor Hannah ook een kwestie van aandacht, van bevestiging. “Jij bent ondanks je 53 jaar kennelijk nog steeds begeerlijk. Dat geeft toch een machtig gevoel, iets onoverwinnelijks: Yes, ik ben er, ik doe ertoe. En helemaal leuk wordt het als je de aandacht trekt van jongere mannen… haha. Zo simpel is het.”

Maar waarom beperkt het zich dan niet tot aandacht krijgen, tot flirten? “Ach, dan zit je daar ‘s avonds laat aan zo’n bar, omringd door allerlei aardige mensen met wie je de hele dag bent opgetrokken, en dan loop je terug naar je kamer, en drink je daar nog wat… en dan valt er een zoen…Nou ja, zo gaat het. Het is een beetje zoals vroeger met stiekem roken in de schuur.”

“Seks is als ademhalen,” zegt Trude, en ze moet er zelf om lachen. Trude is een 35-jarige marketeer bij een uitgeverij. Ze is getrouwd en woont nabij Hoofddorp. We spreken elkaar in de serre van haar sfeervolle jaren-dertigwoning. “Seks is het mooiste geschenk dat de natuur ons heeft gegeven. Hoe meer, hoe beter. En ik heb er ook geen enkele moeite mee om het met andere mannen dan mijn eigen vent te doen. Dat gebeurt niet elke week, maar een, twee keer per jaar. Ik hou het niet exact bij. Nee, mijn eigen man heeft er geen weet van. Tenminste, daar ga ik van uit. Ik vertel het ‘m ook niet, want ik zie daar het nut niet van in. Het is van mij, en ik begrijp de betekenis ervan. Dat is genoeg. Als hij op zijn beurt vreemd zou gaan, zou ik er ook geen moeite mee hebben. Nee, echt niet. Seks is bevrediging van de lust, en dat is heel wat anders dan liefde, die naar mijn smaak van een hogere orde is. Mijn vriendinnen denken er net zo over.”


De Trudes van deze wereld zijn zelfbewuste, veelal hoger opgeleide, knappe, sportieve verschijningen en niet bevreesd om in het café of op de werkvloer bij ‘de jacht’ zelf het initiatief te nemen. “Sommige, vooral wat oudere kerels vinden dat hoerig gedrag, maar gelukkig verandert dat steeds meer. Trouwens, wat is er mis met hoerig? Ik heb in mijn studententijd weleens overwogen om wat bij te verdienen bij zo’n escortservice. Maar uiteindelijk deed ik het toch maar niet.”

Trude komt uit een Twents hbo-gezin, met ouders die er een weliswaar vrije maar beslist geen losbandige seksuele moraal op na hielden, die haar bij wijze van bescherming op haar veertiende de anticonceptiepil gaven en die liever hadden dat vriendjes bij haar in het ouderlijk huis bleven slapen dan dat er werd gerommeld in de bosjes of tegen de heg van de buren. Haar eerste vibrator kreeg Trude cadeau toen ze op haar zestiende verjaardag een abonnement kreeg op de Viva.

Trude hoopt dat ze binnenkort zwanger is, van haar eigen man welteverstaan. Maar ze denkt niet dat de komst van een kind haar promiscuïteit zal veranderen. “Wat ik van vriendinnen hoor, is dat een gezin een enorme wissel trekt op jou en je relatie. Maar ik denk dat de behoefte aan de ontspannende werking van seks en van op mannenjacht gaan eerder toe dan af zal nemen.”

Trude mag er dan open over zijn, en niet worden gehinderd door schaamte en schuldgevoelens, maar met haar echte naam in het blad wil ze niet. “Kijk, ik vind aan dit hele onderwerp niks vreemd, en veel van mijn leeftijdgenoten denken er net zo over. Maar ik weet zeker dat er op mijn werk heel wat wenkbrauwen gefronst zouden worden, en daar sta ik wel boven, maar ik vind het vooral zonde van mijn tijd om me te moeten verantwoorden voor iets dat zo normaal voor mij is. Als mijn vent er ooit achter komt, zal ik het hem uitleggen. Tenminste, dat zal ik proberen, maar als hij het niet snapt, dan zeg ik: ‘Sorry joh, het is jouw probleem, niet het mijne. Ik ga mezelf niet veranderen voor jou.’ Is dat hard? Mwah, ik weet gewoon wat ik wil, ik weet hoe ik in elkaar steek, wat ik plezierig vind. Dat heeft een ander maar te aanvaarden, toch?”


Maar als haar man het nou een vervelen-de gewoonte vindt, dan hou je daar in een serieuze relatie toch rekening mee? “Ja, maar het moet ook weer niet ten koste gaan van jezelf. Ik wil best wat aan mezelf veranderen, maar dan moet ik dat zelf willen, en niet omdat hij dat per se wil. Partners proberen elkaar te vaak te veranderen. Volgens mij heeft dat helemaal geen zin meer, als je eenmaal volwassen bent. Ooit hoopte ik mijn man zo ver te krijgen dat hij zittend ging plassen, net zoals ik, want hij morst altijd. Maar het zit er niet in, zoals het ook een zinloze exercitie is om hem aan te leren dat hij rondslingerende dingen in het huis moet opruimen. Dan kan ik wel jaren aan zijn kop zeuren, maar dat levert niets op. Dus laat ik het maar gaan. Of anders moet ik weggaan; nou, dat is het me niet waard. Iemand willen veranderen is in zekere zin bovengeschikt gedrag. De essentie van een relatie is toch elkaar in je waarde laten? Begin er anders niet aan.”

Kort voor we het gesprek beëindigen, vraag ik of Trude denkt dat zij en haar vriendinnen trendsetters zijn. “Ik ken heel wat vrouwen die vreemdgaan. Dat is niks bijzonders. Maar wij doen er niet moeilijk meer over. Wij zitten er niet mee, ben je gek. In feite voeren wij uit wat al die seksuele voorvechters uit de jaren zestig en zeventig als Masters en Johnson, Shere Hite en Anja Meulenbelt altijd hebben verkondigd: vrouwen, ontdek je lijf, en geniet ervan. Ik zou het nog anders willen zeggen tegen de moraalridders die het afwijzen: mensen, doe niet zo ingewikkeld, lééf. In godsnaam…”


Heeft het gesprek aan de verwachtingen voldaan, vraagt Trude bij het afscheid. Ik beaam dat en bedank haar, maar moet bekennen dat ik niet zou kunnen leven met een zo autonome vrouw. Ik zeg: het idee dat er andere kerels aan mijn eigen vrouw zitten, zou mij met deernis vervullen. Trude snapt dat wel. “Misschien reageer ik, als het mij overkomt, ook anders dan ik nu zeg. Maar ik denk toch van niet. Rommelen met een ander is echt iets anders dan vrijen met je eigen partner, en zeker als het de bedoeling is dat je samen nieuw leven wilt verwekken. Nogmaals, liefde is niet hetzelfde als seks.”

Claudia (47) kent Bert sinds de vijfde klas van het atheneum. Volgend jaar vieren ze hun 25-jarig huwelijk. Van hun vriendenclub, die ook heel lang bestaat, zijn Claudia en Bert het laatste stel dat nog bij elkaar is. Toch gaan Claudia en Bert vreemd, en regelmatig, maar wel op een speciale manier.

Als meisje raakte Claudia, moeder van twee volwassen dochters en logopediste van beroep, gefascineerd door het boek Verboden vruchten van de Amerikaanse seksuoloog en feministe Nancy Friday. Seks is lekker, en er bestaan eigenlijk geen taboes of remmingen om de vruchten daadwerkelijk te plukken en te verorberen, aldus Fridays boek, dat de weerslag is van een onderzoek naar vrouwelijke lust dat zij in de jaren zestig en zeventig hield onder honderden vrouwen.

Toch ontwikkelde Claudia’s seksuele relatie met Bert zich aanvankelijk minder voortvarend. Sterker nog, wat overbleef was: dikke vrienden, broer en zus. En dat bleek onvoldoende. Ze gingen ‘op proef’ uit elkaar. “Ik heb dagenlang zitten janken op een kamertje. Bert en ik hebben toen een afweging gemaakt: laten we met elkaar doorgaan, omwille van de meiden en omwille van elkaar, want zonder elkaar konden we ook niet. En wat de seks betreft waren we bereid onze wensen op een lager pitje te zetten. Dan maar geen grote, wilde vrijpartijen.”


Claudia had het nooit durven hopen, maar die realistische bijstelling zorgde voor een gemoedsrust die nieuwe hartstocht deed ontluiken. “Met Bert had ik in de loop van de jaren zo’n enorme vertrouwensband opgebouwd dat ik hem alles kon zeggen en vertellen. En wat bleek? Ook mijn diepere gronden, mijn seksuele fantasieën, begon ik met hem te delen. Het komt er sindsdien op neer dat Bert en ik elkaar verhaaltjes vertellen tijdens het vrijen waarvan we allebei opgewonden raken. Niet altijd hoor, want er zijn ook tijden dat we aan elkaar genoeg hebben. Maar soms, meestal in het voorjaar, komen er anderen aan te pas, kennissen, vrienden, collega’s. Wij houden soms de grootste orgiën, in ons hoofd dan, hè. Het is toch uniek dat je je partner betrekt in iets dat zo van jou is. Je laat ‘m heel dichtbij komen, in je kern, je diepste, oudste laag. Als dat geen intimiteit is… Ik kan het iedereen aanraden, want we houden het op die manier lekker spannend. Maar je moet niks gek van elkaar vinden of veroordelen, alles is geoorloofd, en je mag het ook zeker niet misbruiken in een ruzie of zo.”

Maar wordt Claudia nooit echt verliefd op een vriend of vriendin over wie zij de wildste gedachten heeft? “Die kans is aanwezig, maar je bent er zelf bij hoe ver je dat gevoel toelaat. En als je je voorkeur bekendmaakt aan je eigen partner, gaat er al veel druk van de ketel.”

Heeft zij nooit de behoefte om de fantasie om te zetten in realiteit? “Soms is de aandrang inderdaad sterk, maar wat maak je niet kapot als je eraan toegeeft? We zouden de spanning verbreken die er tussen ons bestaat, en ik vind dat een zeer verleidelijk soort spanning. Nee, de kunst is toch om de fantasie de fantasie te laten. Daarvoor is beheersing nodig, het vermogen maat te houden.”


Ik werp tegen dat ik dat een wat bangelijke houding vind. Na enig aandringen moet Claudia van het hart: “Het idee dat straks aan het einde van mijn leven Bert de enige man zal zijn met wie ik intiem ben geweest, benauwt me weleens. Het voelt alsof ik niet alles uit het leven heb gehaald, dat ik met de handrem erop heb geleefd. Dus ooit zal ik de fantasie in werkelijkheid omzetten. Ja, dat weet ik wel zeker.”

De vanzelfsprekendheid waarmee Hannah, Trude en Claudia, ieder op hun manier, vreemdgaan, doet ouderwets mannelijk-chauvinistisch aan: mannen gaan vreemd, maar vrouwen ook, en ze komen er, ondanks hun gewenste anonimiteit, openlijk en niet zonder trots voor uit. Je zou het de kroon op de emancipatie kunnen noemen.

Lichtelijk verward toch – want ik had meer terughoudendheid verwacht en misschien, in deze barre, economische tijden, zelfs eerder een hang naar oude, monogame waarden – klop ik aan bij Jan Latten, hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoeker van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en co-auteur van onder andere Liefde à la Carte, een boek over trends in moderne relaties. Zijn de vrouwen in dit verhaal indicatief voor een algemene, veranderende mentaliteit, of zijn ze atypisch? Latten: “Ze passen heel duidelijk in het huidige tijdsgewricht. Vrouwen zijn, door het feminisme, maar ook door zoiets als de ontkerkelijking, zeer zelfstandig geworden. Ze laten zich, in hun werk, hun relaties en sowieso bij de inrichting van hun leven, nog amper leiden door al dan niet door instituties opgelegde schuldgevoelens. Het leven is maakbaar en daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Dus willen ze het beste van het beste. Vaak betekent het dat ze continu verliefd willen zijn en de romantiek najagen. Zodra de sleet erin komt, zijn ze weg, op zoek naar nieuwe impulsen. Vreemdgaan is daar onderdeel van.”


Bedoelt Latten dat vrouwen toch ook vreemdgaan om te kijken of het bij een ander wellicht beter is? “Zeker. Het is niet alleen maar een spannend, verboden spel. Het is wel degelijk ook kijken, proeven en testen hoe het bij een ander is of zou zijn. Alleen, en dat zal je verbazen, het resultaat van een partijtje vreemdgaan is vaak dat de eigen relatie opnieuw wordt gewogen en geherwaardeerd.”

In wat voor wereld leven we als straks iedereen vreemdgaat? “Deze trend zal doorzetten,” meent Latten, “omdat seksualiteit steeds meer wordt ervaren als iets wat los kan staan van een blijvende verplichting, zoals een huwelijk of kinderen hebben. De consequentie is dat voor steeds meer vrouwen alleen de moeder-kindrelatie een vaste waarde zal blijven. De mannen bewegen zich daar dan zo’n beetje omheen.”

In het wat guur aandoende toekomstbeeld van Latten worden wisselende relaties dus de norm en zal vreemdgaan daardoor ‘uitsterven’. Terug naar het nu mogen we concluderen dat mannen en vrouwen grofweg hetzelfde denken over vreemdgaan: een tamelijk onschuldig verzetje, ter streling van het eigen ego, en met als bijkomend effect dat de bestaande relatie een nieuwe, frisse impuls krijgt. Het gebeurt allang niet meer uitsluitend wanhopig, wild en onbezonnen; het is eerder een nuchtere en berekenende stap, vanuit een besef dat vreemdgaan van een andere, lagere – maar daarom niet minder aantrekkelijke – orde is. Een spel, met overigens een bepaald soort spelers, want niet iedereen is geschikt om het ook volgens de juiste regels te spelen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Frans van Deijl