De realistische jongeren van nu

Ze zijn jong en veelbelovend. En ze groeiden op in een maatschappij met onbegrensde mogelijkheden en zekerheden. Wat voor leven willen jongeren van nu? Vijf vwo-leerlingen van het Zaanlands Lyceum in Zaandam vertellen over hun toekomstdromen. ’Nuttig zijn voor de samenleving heeft voor mij geen prioriteit. Mijn leven moet vooral leuk zijn.’

Nienke van Loon (17) [[image file=”2009-12/rsz_nienke_van_loon_foto_ilvy_nijokiktijen.jpg” align=”right” ]]

“Ik heb mijn toekomst alleen in grote lijnen uitgestippeld. Dat ik straks naar de universiteit ga, staat voor mij al lang vast. Maar ik twijfel nog altijd over de richting. Ik moet binnenkort maar eens een toptien maken. Op dit moment spreekt psychobiologie me erg aan. Dan bestudeer je de koppeling tussen hersenen en gedrag. Dat vind ik fascinerend! Mijn ouders zijn allebei psycholoog, maar dat heeft niks met mijn keuze te maken. Ze hebben ook geen enkele invloed op deze voorkeur gehad, want ze laten me altijd vrij om zelf te bepalen wat ik worden wil. Ik had in eerste instantie verwacht dat ik voor iets heel anders zou kiezen, want ik wil geen mensen behandelen. Mijn ouders behandelen allebei wél, maar dan ben je volgens mij de hele tijd alleen maar bezig met problemen. Dat lijkt me zwaar.

Ik wil oplossingen zoeken. Mijn studiekeuze baseer ik vooral op mijn interesses, dan kom ik later vanzelf wel terecht in een beroep dat bij me past. Werk zal een belangrijke rol spelen in mijn leven. Iets waar je zoveel tijd in steekt, moet natuurlijk ook een beetje leuk zijn. Leuk, dat is belangrijk. Nuttig zijn voor de samenleving heeft voor mij geen prioriteit. Maar aan de andere kant: ik denk dat er maar weinig opleidingen zijn die niet bijdragen aan een betere maatschappij. En hoe leuker ik mijn baan vind, des te beter ik er waarschijnlijk in ben. Mijn leven moet vooral leuk zijn. Dat is het ook altijd geweest. Ja, ik ben over het algemeen voortdurend wel vrij gelukkig geweest. Dit wil trouwens niet zeggen dat ik lui achterover ga hangen om terug te denken aan alle leuke dingen die ik al heb meegemaakt. Dat ik niet de behoefte voel om mijn leven drastisch te verbeteren, betekent niet dat ik niet mijn best moet doen om het ook leuk te houden. Het is mijn grootste angst om later passief achter de geraniums te zitten. Maar aan de andere kant, als ik daar gelukkig van word…

Onze generatie is volgens mij best tevreden. We zijn opgegroeid met allerlei zekerheden en mogelijkheden. Volgens mij is dat een van de voornaamste redenen dat we minder idealen hebben dan onze ouders misschien hadden. Wij hoeven nergens tegenaan te schoppen. Het gaat bij ons in de klas dan ook nooit over politiek. Wij zijn niet erg geëngageerd. Maar dat komt vanzelf weer. De volgende generatie zal waarschijnlijk een stuk idealistischer zijn ín reactie op ons realisme. 

Maar ík heb geen grootse toekomstplannen. Mijn leven hoeft niet bijzonder te zijn. Als het even prettig is als het nu is, ben ik tevreden. Ik hoop dat ik rond mijn dertigste een leuke man vind, al schijnt de kans dat ik en mijn leeftijdsgenoten een vaste relatie krijgen, kleiner te zijn dan die voor onze ouders was. Maar ik vind het lastig om dat traditionele huisje-boompje-beestje-idee los te laten. Dat heb ik natuurlijk van huis uit meegekregen. Ik heb gezien hoe prettig het leven op die manier kan zijn.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Jenny Velthuys