Jetzt geht’s los!

Sleetje rijden, dansje maken, theetje drinken – met een scheutje rum, dat dan weer wel. Laat het ouderwetse wintervermaak maar aan de Zwitsers over.

Vroeger… Vroeger hadden we nog échte winters, met sneeuw. Zeiden we vroeger. Tegenwoordig weten we wel beter, want het witte spul komt je hier zo langzamerhand je neus uit. Een reisje naar Zwitserland, voor wat nostalgische sneeuwpret, lijkt dan ook een volstrekt overbodige onderneming. En toch glijden we erheen, aangeduwd door die aardige lui van Zwitserland Toerisme, die iets te promoten hebben. In Kandersteg, een besneeuwde speldeknop tussen, grofweg, Bern en Brig, heeft de première plaats van de allereerste Belle Epoque Woche.

Bij dit als ‘spektakel’ aangekondigde gebeuren, dat een jaarlijks terugkerend evenement moet worden, ‘waant u zich in het jaar 1900’, aldus de folder. We zijn van harte welkom om de Belle Epoque Woche aan den lijve te ondervinden, zo hebben we via de mail mogen vernemen. En omdat we geen spelbreker willen zijn, stappen we op zondagochtend om 07.00 uur in het vliegtuig naar Zürich, om vervolgens na enig comfortabel treinwerk zoals beloofd stipt om 11.41 uur – Zwitsers precisiewerk is niet voor niets een vermaard begrip – het perron van Kandersteg te betreden. Daar worden we verwelkomd door een man met een pandjesjas en een komisch hoedje, die erop staat onze koffers te dragen. En inderdaad, we wanen ons al in vroeger eeuwen, toen service en klantvriendelijkheid nog bestonden. Dat de koffers op rolletjes lopen, wil er bij de behulpzame man met het komische hoedje niet in. Gesjouwd zal er worden!

Wie door Kandersteg schuifelt, schuifelt door een driedimensionale ansichtkaart die aan alle kanten door de computer lijkt te zijn bewerkt. Maar het panoramische decor van met hemelse poedersuiker bestrooide bergtoppen is écht, evenals het spoorlijntje, het stationnetje, de chalets en het spitse kerktorentje, die alle uit de koker van de firma Märklin lijken te komen. Kandersteg is een adembenemend dorpje waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan – een Belle Epoque Woche is er dan ook niet écht noodzakelijk, zou je denken.


Desalniettemin geht’s los en drukken we even later de gehandschoende hand van Jerun Vils, de geestelijk vader van het evenement, die kort daarvoor een ouderwetse braadworst in zijn keelgat heeft laten glijden. Terwijl hij voor ons ook zo’n druipende lekkernij laat aanrukken, zet hij zijn hoge zijden hoed recht en schikt hij zijn pochetje, alvorens de beweegredenen achter de Belle Epoque Woche uiteen te zetten. Kandersteg, zo laat hij doorschemeren, is een populaire vakantiebestemming, maar dan wel voornamelijk in de zomer. ‘s Winters verkiest de doorsnee skiër en, vooral, après-skiër de pistes en omringende bars van oorden als Saas-Fee en Davos. Zelfs de toeristen díe er in de wintermaanden verblijven, zullen de sneeuw niet van de berghellingen schreeuwen: men gaat erheen voor z’n rust, en respecteert het dat anderen dat ook doen. “Kandersteg is een plek waar oma’s zich komen vermaken met hun kleinkinderen,” stelt Vils. “Daarom kan zo’n Belle Epoque Woche ook alleen hier plaatsvinden. Wij hebben nog oude pakhuizen en paardenkoetsen; in andere dorpen staan ultramoderne beddenpaleizen. Oké, misschien hebben wij ons verschlafen, maar wij hebben nimmer massatoerisme geambieerd. In Kandersteg hoeft geen McDonald’s te komen.”

Is het nu al rustig in het dorp, vroeger kon je er helemáál een sneeuwkanon afschieten. Vils: “Vóór 1913 kwam de trein hier nog niet. Toen werden de hotels gebeld dat er vijf toeristen onderweg waren, per koets. En dat waren makkelijke telefoonnummers hoor, van 1 tot en met 10.” De meeste toeristen waren en zijn Britten, weet Vils ook nog te vertellen. “Vandaar dat er in dit gebied, het Berner Oberland, in elk dorp wel een Hotel Victoria is.”


Het onze, bestierd door het ouderwets vriendelijke echtpaar Muriel en Casi Platzer, ligt onder aan de nostalgische bobbaan, die speciaal voor de Belle Epoque Woche in oude luister is hersteld. Denk daarbij niet aan een afdaling van olympische allure, maar aan een geheel uit sneeuw opgebouwde glijbaan waarmee de plaatselijke bevolking op honderd jaar oude sleeën (en replica’s van honderd jaar oude sleeën) naar beneden roetsjt. Ter gelegenheid van de Belle Epoque Woche, die hiermee officieel wordt geopend, doen de meesten dat onder een koddig petje en in een dito jasje – en schaterend van de pret. Oud-burgemeester Walter Holzer, gestoken in een originele drollenvanger én de schoenen met spijkerbeslag die hij sinds 1956 niet meer heeft gedragen, is belast met het bijhouden van de tijd. Elke keer als een bemande slee langs zijn monumentale schoeisel schiet, zakt hij door de knieën om het indrukken der stopwatch extra cachet te geven. Jammer alleen dat hij aanvankelijk misdrukt – de eerste equipe ziet daardoor geen eindtijd op het tot scorebord gepromoveerde schoolbord verschijnen.

Vils offreert ons, verwonderde toeschouwers, een beker thee met rum (‘wie früher’), en doet daar wat partjes gedroogde appel bij (‘wie früher’), die stuk voor stuk doen denken aan de wangen van de oudste inwoner van Nederland.

Die oudste inwoner, nu jammerlijk absent, zou zich opperbest hebben vermaakt tijdens het aansluitende thé dansant in Café Schweizerhof, waar op evergreens als Moonlight Serenade en Bésame mucho de voetjes van… herstel, óp de vloer blijven. Verantwoordelijk voor de uiterst beschaafde klanken is het Duo Häsler, ‘Spezialisten für exzellente Tafelmusik’.


Blijkens hun visitekaartje spelen ze op ‘angenehme Lautstärke’ en bieden ze desgewenst ‘Gesang in fünf Sprachen’.

En over de drummer van het combo: “Als Hochzeitsfotograf kann Erwin Häsler auch in doppelter Funktion arbeiten. Bitte verlangen Sie eine Offerte.” Drummer/bruidsfotograaf Erwin en accordeonist Chary (‘ehemaliger Bayerischer und Deutscher Meister auf dem Akkordeon mit Klavierausbildung’) worden op het thé dansant in Kandersteg, waar godzijdank ook bier wordt geschonken, terzijde gestaan door Susanne, een helblonde zangeres van Monique Smit-allure die desgewenst ook een lekker moppie saxofoon speelt. En hup, daar zwiert het hele gezelschap weer over de dansvloer, terwijl Susanne Que sera, sera zingt. Wie früher.

Die avond vergast hotelier Platzer ons op een zogeheten Tatarenhut.

Bij deze vleesfonduevariatie is het de bedoeling dat rauwe plakken kip, kalfs- en varkensvlees tegen een met scherpe punten afgezette, gloeiend hete metalen hoed worden gesmeten. De punten zorgen ervoor dat het vlees de wetten van de zwaartekracht kan tarten en aldus prachtig dichtschroeit, waarbij de weglopende sappen onderin de rand van de hoed worden opgevangen – en aldus weer beschikbaar zijn voor consumptie. Uiteraard eten we er patat bij – wie früher.

Dag twee van de Belle Epoque Woche, die zeven hele dagen duurt, staat in het teken van ‘open air curling onder leiding van Schotse curlingspelers’. Dit omdat deze olympische sjoelvariant van origine uit Schotland afkomstig is – en ook door die bevolkingsgroep in Kandersteg is geïntroduceerd. We begeven ons daartoe naar een ondergelopen stuk weiland nabij het station, waar we de hand drukken van een man die net zoveel met Schotland te maken heeft als het Duo Häsler met heavy metal. Maar de oude Zwitserse baas is onlangs nog derde geworden bij regionale kampioenschappen, én hij heeft voor de gelegenheid een Schots petje opgezet, dat dan weer wel. Hij tracht ons met aandoenlijk enthousiasme de fijne kneepjes van de curlingsport bij te brengen. De essentie van curling, zo leren we, is dat je een stuk steen van twintig kilo met een handvat – in z’n geheel ogend als een buitenproportionele warmwaterkruik – over de baan schuift, waarna het in een aan gene zijde in het ijs gekerfd dartbord tot stilstand moet komen. En dat lukt alleen als je ook daadwerkelijk schuift – dus niet als je het speeltuig met een rotknal de piste op gooit. Dat is bovendien zonde van het ijs.


Een ervaren curlingspeler glijdt gracieus met de steen mee – één knie omlaag, één knie omhoog. Om de snelheid te waarborgen, vegen ploeggenoten ondertussen de baan schoon, in een tempo dat je eigenlijk alleen in slapstickfilmpjes ziet. Wie früher dus.

En dan zit de Belle Epoque Woche er voor ons alweer op. Noodgedwongen, want slechts voor twee dagen geboekt, laten we Operetten-Klangen im Waldhotel – Franz Lehár pakken we wel op de iPod – en ook de rest van het programma, met op dinsdag een Nostalgie-Eislauf, op woensdag Telemark-skiën, op donderdag een Thé Dansant mit Pianoklängen, op vrijdag het Jahrhundert Ball en op zaterdag de afsluitende Vollmond Tailing Party in Hotel zur Post, voor wat ze zijn. Volgend jaar is er weer een Belle Epoque Woche en het jaar erop vermoedelijk wéér. Tot het evenement na verloop van tijd over zichzélf kan zeggen: wie früher.

www.myswitzerland.com, www.swiss.com

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Michiel Blijboom