De man zonder eigenschappen

Wouter Bos loodste Nederland kundig door de kredietcrisis. Maar de kiezer herkent hem niet. Wacht de man met het pipse profiel de nederlaag af, of gaat hij eindelijk terugknokken?

Beste Wouter,

Hoe voelt het om anno 2010 een prominent politicus te zijn? Hoeveel branden moet je blussen om ‘s avonds, als je dat tenminste nog redt, een beetje met een opgeruimd gevoel op de bank te ploffen? Zeker in een land waar zo ongeveer alle kiezers een ruim ontwikkeld ego bezitten en dagelijks in hun eigen achtertuin op het wereldwijde web hyperindividualistisch over de rode loper paraderen, ben je, lijkt me, nooit echt klaar. Om het moderne kiezersvolk te paaien lijkt het zo briljant mogelijk afhandelen van de staatszaken allang niet genoeg meer. Nee, om hun stem binnen te slepen moet je vier jaar lang een flirt met ze aangaan. Lonken, charmeren, kietelen. De verwende kiezer eist tegenwoordig een permanente voorkeursbehandeling of, tenminste, een heleboel aandacht van een gevestigde machthebber zoals jij. Anders zal hij bij de eerste de beste uitnodiging in het stemhokje zijn moment pakken, zijn woede koelen. En een lange neus trekken naar ‘het establishment’, en de doorgaans zeer verstandige dingen die je te melden hebt.

Ik begin niet voor niets over je thuissituatie, beste Wouter. Over dat magische moment dat je even kunt ontspannen, de boel de boel kunt laten en terugkeert naar de realiteit van een verjaardagstaart, een knuffel op de bank, een gillend kind, een uitvallende kies en de vertrouwde geur van je eigen zweetsokken. Want hoezeer je daar ook naar zegt te verlangen, hoe vaak je in interviews ook benadrukt hebt dat je thuis je rust en inspiratie vindt, en hoe dikwijls je stiekem achter de kinderwagen bent gekiekt, je hebt er – foei! ik vermoed bewust – op aangestuurd dat je inmiddels betrokken bent bij ongeveer elke brand die er in Nederland te blussen valt! Het is een godswonder dat je de afgelopen jaren geen dikke bonus hebt getoucheerd van de brandweer, want het aantal is écht niet te overzien. De talloze (of permanente?) branden in de coalitie. De eindeloze branden in je eigen partij. De branden met de vakbond. Die met de (aanstaande) AOW’ers. Met de weglopende kiezers. En dan natuurlijk die ene superbrand, waar je ons als eersteklas spuitgast voorlopig zo mooi uit gered hebt: de kredietcrisis. Allemaal op jouw schouders!


En het einde is nog niet in zicht. Want als je dan de kans krijgt het hoofd in je nek te leggen en, diep zuchtend, de smetteloos witte staat van je eigen plafond te bewonderen, dan is er altijd nog zo’n onruststokertje, nota bene afkomstig uit je eigen partij, dat het leuk vindt om een stel vrijwillig aangemelde sensatiezoekers voor het karretje te spannen van zijn eigen politieke agenda: Maurice de Hond. Na elke scheet uit politiek Den Haag komt hij via peil.nl weer met zogenaamd verontrustende en nieuwswaardige peilingen, die moeten aantonen dat het kiezersvolk tezamen een etterende puist vormt die op uitbarsten staat. Hoewel jij daar als cum laude afgestudeerde staatsman na verloop van tijd niet meer van opkijkt, laat het persvolk zich maar al te graag opschrikken door de periodieke noodsignalen van De Hond. Waarna jij weer honderden vragen moet beantwoorden over de boodschap die niet over zou komen, en de kaasstolp waar jouw partij nog steeds onder zou zitten. Eerlijk gezegd lijkt het me dat je bezig bent aan een regelrechte martelgang. Begrijp je waarom ik hoofdschuddend kijk naar die steeds dikkere lagen schmink als je bij Buitenhof of NOVA verschijnt? En waarom ik deze brief op bezorgde toon begon, vragend naar hoe het voelt om politicus te zijn anno 2010? Als je zou antwoorden ‘niet’, geloofde ik je meteen.

Het voelt niet. Het is: blik op oneindig en die onafzienbare reeks branden blussen.

Zo deze brief al eindigt in een snoeiharde afrekening, weet dan dat jij de politicus bent met wie ik me het meest verwant voel. Ik herken je aarzelingen, je afkeer van politieke spelletjes en de commandocultuur, je geduld om dingen uit te leggen, je reserves bij het virulente individualisme, je ontroerende pogingen (ik herinner me praatsessies in snackbars) om te ontsnappen aan het verwijt dat Haagse politici – dus ook jij – per definitie elitair zijn. Misschien komt het omdat ook ik van 1963 ben. En wij, eerder misschien dan goed voor ons was, hebben doorzien dat de krachttermen van de ‘grote denkers’ Pronk, Den Uyl en Van Dam in het museum thuishoren. Wij hebben de Grote Verhalen uiteen zien vallen, met de ineenstorting van De Muur in 1989 als defining moment, en voelden sindsdien dat het tijd was voor andere verhalen – kleiner, minder spectaculair, minder hoogdravend, met minder stemverheffing gebracht. “Ik droom niet van de politiek,” heb je ooit bekend. En: “Ik wil het gewoon een beetje beter maken voor de mensen.” Persoonlijk ontwapen je me met zulk soort uitspraken, maar jij snapt ook: een slagschip als de PvdA, vol lokale potentaatjes, heeft hardere taal nodig om van koers te veranderen. Met een gebrek aan politieke passie heeft onze generatie in de jaren negentig het initiatief gelaten aan de managers. Dat is ‘ons’ litteken, ‘onze’ fout. Omdat wij te druk waren met onszelf, de bomen tot in de hemel leken te groeien, en we geen andere idealen koesterden dan de vervolmaking van onze persoonlijkheid en loopbaan dan wel het onbekommerd oppeuzelen van de welvaart, kon de ultieme manager, premier Wim Kok, de man die als PvdA-leider openlijk zei dat ‘de ideologische veren afgeschud’ moesten worden, de macht grijpen. En kreeg de Paarse coalitie (PvdA, VVD, D66) met onze stilzwijgende goedkeuring de kans zich te ontwikkelen tot de meest arrogante, afstandelijke en technocratische Sovjet-regering die Nederland ooit heeft gekend. In de door de pers bejubelde kabinetten-Kok is de basis gelegd voor de onvrede van nu. Privatiseringen, fusies, schaalvergrotingen, marktwerking, multiculturele theedrink- organen – Paars stampte onder het mom van ‘flexibilisering’ zorgeloos en ongehinderd een semipublieke sector uit de grond, waar het sociaal-democratische non-talent ineens tonnen kon vangen voor het fabriceren van even dikke als onbegrijpelijke organisatierapporten aan lange vergadertafels. Kok is de man die het woord ‘Arbeid’ in de PvdA willens en wetens heeft doorgestreept en er de PvdM, Partij van de Managers, voor in de plaats heeft gezet. Wie tegenwoordig iets wil doen, iets wil ondernemen, een idee heeft of gewoon een rolstoel wil regelen voor z’n bejaarde pa of ma, moet eerst in drievoud langs de bureaucratie van de PvdM. Met andere woorden: in een paar jaar is jouw partij van een advocaat van de werkenden veranderd in een taaie vijand van de werkenden.


Jij en ik, Wouter, met ons afgebrokkelde geloof in masterplannen, hebben niet de kracht om de PvdA uit dat paarse moeras te trekken. Ik mag dan lichtelijk ontroerd dat boekje Dit land kan zoveel beter hebben gelezen. Ik mag dan een traantje hebben weggepinkt bij je passage over toenmalige Shell-collega’s die alleen nog maar babbelden over de BMW7-serie, de nieuwste Rolex en hun laatste scores op de golfbaan. Feit is dat Het Kwaad al zo’n beetje was afgerond toen jij in 1998, uit afkeer van je poenerige werkomgeving, je entree maakte in de politiek. En feit is ook dat jij tot op heden, en met jou de hele partij, niet duidelijk genoeg afstand neemt van Koks erfenis. Zo’n Plasterk is een veel te zacht ei om de grootverdienende onderwijsmanagers hun plaats te wijzen. En hoewel je na eindeloos wikken die zweefteef van de achterstandswijken hebt gedumpt, heb je dus kennelijk ooit gedacht dat Ella Vogelaar orde op zaken ging stellen. En vond je ‘muisje’ Cramer schijnbaar mans genoeg om de zeespiegelstijging te lijf te gaan en de Noordpool te redden. Roep je, met zo’n zwak personeelsbeleid en zo weinig animo dwarsliggers de deur te wijzen, niet zelf de ellende over je af? Is het dan vreemd dat je zoveel branden moet blussen? Jozias Van Aartsen sprak in 2005 de volgende woorden over de schier onbeweeglijke PvdA: “Van Appelscha tot Zevenaar, overal zie je die lokale apparatsjiks en partijtijgers, onvermoeibaar in hun raden en colleges tegen elke vernieuwing in hangen. Ze blijven traineren en brommen en piepen. Die wandelen liefst morgen dat moeras weer in, om hun hoofd in het drijfzand te steken.” Die autistische PvdA bestaat anno 2010, helaas, nog steeds! Ondanks jouw halfslachtige pogingen Nieuw Flinks uit de grond te stampen. Een van de grootste technocraten uit jouw club, Dominic Schrijer, is zelfs lijsttrekker in mijn thuisstad Rotterdam. Met ruimhartige steun van jou. Mag ik even een teiltje? Want uitgerekend Schrijers’ PvdA, die louter in beleidstaal doorreutelende carrièrepartij, mag van mij bij de komende gemeenteraadsverkiezingen dubbel en dwars worden afgestraft. Hoe harder, hoe beter.


Echt. Ik wil je niet de put in praten, maar mag ik waarschuwen? Het grootste probleem van de huidige PvdA loopt mijns inziens volstrekt parallel met jouw eigen grootste probleem: geen eigen gezicht. Als ik mijn eigen onmacht even in de strijd mag gooien: zelfs na het nauwkeurig bestuderen van De Wouter Tapes – een unieke documentaire over de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2006, boven op je huid gemaakt – zou ik nog steeds niet weten wat de figuur ‘Wouter Bos’ uiteindelijk definieert of aan de praat houdt. Niet in de laatste plaats omdat deze kwesties, ín de film, onderdeel zijn van brainstormsessies die je met een zich ‘Mercurius’ noemende groep belegt. Hoe onthecht en verknipt zit je in elkaar als je voor de camera met een groep softies gaat overleggen over wat jou jou maakt? Ben je dan een politieke pionier omdat je jouw ziel massamediaal blootgeeft aan de kijker? Of ben je gewoon een man zonder eigenschappen? Ik vrees het laatste. En precies dat maakt je zo kwetsbaar tegenover Jan Peter Balkenende. Hoewel hij intellectueel geen partij voor je is en hij qua charisma bij wijze van spreken nog niet eens bij jou in de kleuterklas mag zitten, heeft hij één belangrijke voorsprong: hij is te ‘casten’. Wanneer een filmregisseur Jan Peter als figurant in z’n maag krijgt gesplitst, weet hij meteen waar hij ‘m hebben wil: aan de zijkant, als muurbloempje. Maar wat moet hij met jou? Zodra hij jou ergens neerzet, begint hij te twijfelen. Kan je niet ook daar? Of daar? Of daar? Ach weet je, denkt zo’n regisseur: die vent kan overal! En precies dat, dat inwisselbare, dat flexibele en multi-inzetbare van jou – daar houden kiezers niet van. Die willen duidelijkheid, herkenbaarheid.


Je angst voor gezichten, voor sprekende en betekenisvolle beelden, weerspiegelt zich in je afkeer van familie- en roddelbladen. Nederland mag niet genieten van je gezinsgeluk. Van je stralende koters. Van je lieve vrouw. Daar ben je heel principieel in. Van Story tot Privé tot Viva tot LINDA., ze krijgen allemaal een ‘njet’ te horen. Ik kan je daarin volgen, daar niet van. Maar het maakt je in elke volgende verkiezingscampagne kwetsbaar voor het wél familiaire en gezellige karakter van, bijvoorbeeld, het CDA. En voor het verwijt dat je, in wezen, toch die afstandelijke, paternalistische socialist bent die vanuit zijn bastion in Den Haag wel zal bepalen wat goed is voor het volk. Waarom valt een bliksembezoek van ‘s lands ranzigste paparazzo, Joop van Tellingen, niet onder het kopje Vervelend Maar Noodzakelijk? Met de extra stemmen die het oplevert, kun je ‘het leven van de mensen een beetje beter maken’. Dat is toch je diepste wens? Of ben je dat ook alweer vergeten? Neem een voorbeeld aan je huidige collega op Defensie, tevens jouw voormalige plaaggeest als orkestleider van de CDA-campagne, Jack de Vries. Je weet wel, de man die – om jou de nekslag te geven – de typering ‘draaikont’ zo niet uitvond, dan toch in ieder geval goedkeurde. Die immer vrolijke Jack strooit altijd met frisse oneliners en keurig samengebalde emoties. Na de recente Irak-crisis in de coalitie kwam hij met het even simpele als effectieve beeld dat het ‘in een relatie na een stevige ruzie altijd lekkerder zoenen is’. Een vleugje van dat talent, een klein vleugje maar, zou jou pipse profiel eindelijk kleur kunnen geven. Zet nou eens een helder beeld neer! Het is vanuit jouw rol als partijleider toch een gotspe dat jij die kredietcrisis verbaal niet wat slimmer uitbuit? Natuurlijk zijn we je allemaal dankbaar dat je op de cruciale momenten de geldkraan hebt opengedraaid, maar van een socialist mag je toch iets meer verwachten dan de platte moraal van de geldpers. Of niet soms? Stilletjes zit ik te wachten op de dag dat jij een woord durft te gebruiken als ‘bankgajes’. Of denk je soms dat moralisme passé is? Nou, dat denk ik niet. Ik denk dat driekwart van Nederland snakt naar duidelijkheid. Het land staat volgens mij te juichen als jij die zelfingenomen, over het paard getilde, zonder enige zelfreflectie door het leven brallende bankiers eindelijk bij de naam gaat noemen. Zeg me na: “Bank-ga-jes!” Nog een keer: “Bank-ga-jes!’ En natuurlijk zul jij dan zeggen: “Hans, in mijn hoedanigheid van minister van Financiën…” Bla bla bla. Maar dan zeg ik: “Wouter, als jij een woord als ‘bankgajes’ niet uit je bek durft te trekken, zullen Nederlandse kiezers bevestigd zien wat ze achter in hun hoofd toch al denken, namelijk: dat jij zelf uiteindelijk een van die yuppen bent. Bankgajes, dus! Tel uit je winst…”


Maar je durft zelden wat. En je kiest zelden wat. Alleen als het écht niet anders kan (tijdens de kredietcrisis, bijvoorbeeld, ja, dan ben je sterk!). Hoe meer deze brief vordert, hoe wanhopiger ik word. “Bos is een zoekende leider,” zei psychologe Janka Stoker na het zien van De Wouter Tapes. “En dus is hij eigenlijk geen leider, maar meer een coach. Iemand die tussen de mensen in staat. Ze beter wil maken.” Die verdraaide Stoker zette me wel aan het denken. Ik hoorde meteen die oude Postbank-commercial van Vijftien miljoen mensen in mijn hoofd aanzwellen, en zag jou, Wouter, ineens op een verhoginkje staan als de even geduldige als vermoeide coach van die vijftien miljoen Nederlanders. Coach! Het zou een hoop verklaren. Dat je werk nooit klaar is, zelfs niet bij benadering. Dat je iedereen, ook bankspelers, tevreden wilt houden en dus nooit scherpe keuzes maakt. Dat je als een control freak contact wilt houden met alle spelers. Dat je, diep in je hart, alle inmiddels zeventien miljoen Nederlanders elke dag tevreden naar bed wilt sturen en je verantwoordelijk voelt voor elk ruzietje en oneffenheidje. Vanuit dat diepgevoelde verantwoordelijkheidsbesef vind je Balkenende eigenlijk maar een lichtzinnige knutselaar. Je vindt ‘m een nerd, die clichés door elkaar husselt en, als je even niet uitkijkt, zomaar een heel rapport van tafel veegt waar geleerden maandenlang tot op de laatste komma over gediscussieerd hebben. De stoom kwam uit je oren, na JP’s losse flodder dat de commissie-Davids slechts ‘een mening’ verkondigde. Maar zelfs het wurgen van Balkenende kleed jij zo in dat wij kiezers, er amper iets van merken. Of we moeten de moeite nemen onze zondagse wandeling te verpatsen aan het discussieprogramma Buitenhof. En de verbetenheid opmerken waarmee je daar in januari meldde dat sommige zaken weinig grijstinten toelaten. En dat een regering de Kamer of volledig informeert of onvolledig. En dat er dus ‘stevig gepraat’ moest worden in de coalitie om uiteindelijk de commissie-Davids ‘leidend te laten zijn’ bij de evaluatie van de politieke steun aan de inval in Irak. Je optreden was wat de Engelsen zo mooi noemen cool, calm and collected. Als een strenge bovenmeester. Dat is leuk voor de welstandsklasse A. Maar bij verkiezingen moeten de handschoenen uit, Wouter! Begrijp dat nou ‘s! Dan gaat het om welstandsklasse B en C!


Of neem die recente J.M. den Uyl-lezing van je. De inhoud was weliswaar prima (zou bijna geloven dat je deze brief al had ontvangen), maar de omzwachtelde manier waarop je daar afrekende met Paars, met het naïeve geloof in de marktkrachten, met de semipublieke organisaties waar de hoogmoedswaan regeert, kortom, met de nalatenschap van Wim Kok, was weer zó doordrenkt van begrip en mededogen dat zelfs de architect in eigen persoon, Kok, ongebroken de zaal kon verlaten. Laat staan dat de Nederlandse kiezer ooit door gaat krijgen dat jij de PvdA van de jaren negentig – de belangrijkste veroorzaker van het huidige wantrouwen jegens de overheid en de semipublieke diensten – bij nader inzien een verschrikking vindt. Te weinig en te laat, Wouter. Het is vijf voor twaalf!

Tijd voor een bekentenis: ik ben fan van Obama. Ook na één jaar presidentschap. Ondanks zijn wellicht tegenvallende resultaten bespeur ik bij hem de oprechte wil een streep in het zand te zetten, een Dam Tegen De Graaicultuur op te werpen. De ondernemende en cultuurdragende klasse te bevrijden uit de destructieve fikken van de managers, de gewetenloze handlangers van het durfkapitalisme. Hoe vaker de Amerikanen hem uitschelden voor ‘socialist’, hoe meer ik van hem houd. Obama weet tenminste ook hoe je emoties vertaalt in een politieke speech. “I hated the bail out!” riep hij in zijn State of The Union. Zo’n soort uitspraak zou jou niet misstaan, Wouter. Maar we moeten eerst een pistool op je neus zetten alvorens jij het woord ‘haten’ durft uit te spreken. Je bent gewoon het zoveelste watje in coalitieland. Ideologisch ben je na al die jaren uitgekomen bij het zwaar verlepte PvdA-mantra dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen’. Duhuh!


Waar doe ik al deze moeite voor? Ik heb uit betrouwbare bron vernomen dat je liever vandaag nog dan morgen president van De Nederlandsche Bank wilt worden, het warme plekje van Nout Wellink. Dat verklaart een hoop van je tact en omzichtigheid. Ik maak me geen illusies. Als jij voor de spiegel staat en moet kiezen tussen dat lekkere plekkie en de slijtageslag van de politiek, kies je, met een schuin oog naar je gezin, voor het eerste. En krijgen we straks ook nog ‘s de theedrinker-van-Amsterdam aan het hoofd van jouw partij. Dan is de kans op bevrijding definitief voorbij. Dan gaat Nederland weer op slot. En ben jij een politieke passant gebleken wiens talent en onmiskenbare charisma veel te weinig verschil hebben gemaakt. Waarom? Omdat je de handschoenen niet durfde uit te trekken.

Wouter Bos (14 juli 1963) komt uit een sociaal-christelijk milieu en groeit op in Odijk, vlakbij Utrecht. Zijn vader, Jone Bos, is mede- oprichter van de interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie ICCO. Vlak voor zijn zeventiende verjaardag (in 1980) haalt Wouter zijn gymnasiumdiploma, waarna hij zich een jaar lang in Engeland nuttig maakt voor de oecumenisch-christelijke jongerenorganisatie YMCA. Ook het volgende station, de Vrije Universiteit (VU), is een exponent van de polderlandse overlegcultuur. Hij studeert er economie en politicologie; studies die hij beide cum laude afrondt. Daarna gaat hij bij Shell werken omdat ‘het bedrijfsleven niet mag worden overgelaten aan rechts Nederland’. Standplaatsen zijn onder meer Boekarest, Londen en Hongkong. In 1998 komt Bos in de Tweede Kamer; in 2002 wordt hij PvdA-leider. Na de succesvolle gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 staat Bos virtueel op 60 zetels (!), maar later dat jaar keldert de PvdA omdat Bos zich verslikt in de AOW-kwestie. Het CDA weet hem, met succes, af te schilderen als een draaikont en beseft dan: Bos is kundig, maar geen straatvechter. Wanneer Bos – na zoiets eerst te hebben uitgesloten – als minister van Financiën tóch toetreedt tot een kabinet met Jan Peter Balkenende, wordt zijn politieke profiel niet bepaald duidelijker. Hoewel vriend en vijand het erover eens zijn dat hij de kredietcrisis goed heeft opgevangen, lijkt Bos weinig voeling te hebben met het verhardende politieke klimaat. Wachten tot de voormalige VU-student en vegetariër zijn spierballen laat zien, lijkt wachten op Godot.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Hans van Willigenburg