De maakbare dood

Zelfbeschikking is een mooi principe. De aantrekkelijkheid van de westerse cultuur ligt voor een groot deel in de vrijheid om je leven in te richten zoals het je goeddunkt, mits dat geen schade voor derden met zich meebrengt. Strekt die vrijheid zich uit tot en met het stervensmoment of valt de dood erbuiten? Het burgerinitiatief ‘Uit Vrije Wil’, bestaande uit een aantal bekende Nederlandse senioren, onder wie Jan Terlouw, Frits Bolkestein, Mies Bouwman en Hedy d’Ancona, bepleit in een manifest stervenshulp voor zeventigplussers die ‘hun leven voltooid achten’.

Volgens onderzoek zijn er op dit moment honderd- à tweehonderdduizend ouderen met een continue doodswens, die niet weten hoe ze die moeten realiseren. Sommigen nemen hun toevlucht tot de bekende paardenmiddelen als voor de trein of van een balkon springen. Ook in verzorgingshuizen schijnen zelfmoordpogingen regelmatig voor te komen. Met de toename van het aantal hoogbejaarden komen er steeds meer mensen die diepgaand aan het leven lijden en een welbewuste doodswens koesteren. Wordt het niet langzamerhand tijd dat de overheid dit leed verzacht en regels gaat ontwerpen, zodat mensen op een waardige manier, met behoud van regie, hun eigen leven kunnen beëindigen?

Tegelijk met de publicatie van dit manifest vertoonde het programma Netwerk een documentaire over de zelfgekozen dood van de 99-jarige Moek Heringa, een vrouw die niet aan een terminale ziekte leed, niet depressief was, zo te zien in een prettig verzorgingshuis zat en liefdevolle contacten onderhield met haar zoon en kleinkinderen. Toch wilde ze eruit, want ze had er geen zin meer in. Na herhaalde verklaringen over ettelijke maanden dat dit een serieuze wens was, besloot haar zoon haar te helpen. Te zien was hoe de oude dame een bakje yoghurt opat met bepaalde poeders erin, waarna ze een enorme hoeveelheid pillen wegwerkte. Een stuk of 130, lichtte de zoon toe.

Het was vooral deze aanblik (het achteroverslaan van liefst 130 pillen) die mij aan het twijfelen zette over de onderneming. Er zat verder niets in de film dat mijn wantrouwen of weerzin wekte. De doodswens van deze 99-jarige leek mij alleszins begrijpelijk en respectabel. De motieven van de zoon om haar hulp te bieden kwamen mij moreel smetteloos voor. Maar toch. Het wegslikken van 130 pillen vond ik barbaars. Hier was niet bepaald sprake van een simpele ‘pil van Drion’ (die in werkelijkheid uit drie pillen bestond). Voor deze dood moest nog steeds hard gewerkt worden.


De groep ‘Uit vrije wil’ is voorstander van speciale commissies die elke individuele doodswens zorgvuldig moet onderzoeken en uiteindelijk al dan niet honoreren. De vraag dringt zich op wie in deze commissies moeten zitten. Artsen zullen ervoor passen. Die hebben hun handen al vol aan de gewone euthanasiegevallen. Verpleegkundigen? Psychologen? Ethici? Leken die een cursus ‘Hulp bij aanhoudende doodswens’ hebben gevolgd? Je vraagt je af wat voor mensen zich zullen aanmelden voor deze concrete doodsarbeid en of deze vrijwilligers niet eigenlijk ongeschikt zijn, juist omdat ze zo graag stervenshulp aan onbekenden willen bieden. In Nederland moet altijd alles worden gereguleerd. Twijfelachtig blijft of het collectieve leed van hoogbejaarden die graag dood willen, opweegt tegen de collectieve vuile handen van degenen die dit sterven zullen voorbereiden, mogelijk maken en superviseren.

Een zelfgekozen dood zou op een makkelijker en minder opzichtige manier moeten gebeuren. Als het binnen de privacy van de familie en buiten de bureaucratie van de wet blijft, is het minder klinisch en minder barbaars. Maar er is nog een andere mogelijkheid. Ik droom weleens van een roeslokaal voor mensen die der dagen zat zijn. Een ruimte waar een levensmoe persoon zich de laatste weken of maanden kan laven aan alle mogelijke middelen die ontsnapping uit de werkelijkheid bieden. Vanzelfsprekend moet je er kunnen roken zoveel je wil, de alcohol vloeit vrijelijk, de jointjes liggen voor het grijpen. Maar ook zwaardere middelen zijn voorhanden: heroïne, cocaïne, lsd, amfetamines, zware slaapmiddelen, de hele mikmak. Iedereen heeft wel een bepaald middel waar hij zich lekker bij voelt, en anders is een verslaving snel opgebouwd. Obers en serveersters kunnen de bestellingen opnemen en toedienen: “Nog een xtc, meneer De Vries? Morfinepompje comfortabel zo, mevrouw Smit?” Een overdosis zit dan in een klein hoekje. Maar belangrijker is: de roes maakt het draaglijk, misschien zelfs wel aangenaam.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import beatrijs ritsema