De armoede van Pekela

Dertien kilometer armoe en narigheid langs een kanaal – dat is het beeld dat we doorgaans van de Groningse gemeente Pekela krijgen. Terecht? ‘Het is hier goed wonen, het is een mooi dorp, maar je moet het willen zien. Je moet er wat van maken.’

De manier waarop Pekela doorgaans in het nieuws komt, is niet om vrolijk van te worden. Op alle ellendeplattegrondjes – armoede, krimp, werkloosheid – kleurt de gemeente paars of rood, net als de Oost-Groningse buurgemeenten. Inwoners van pastelkleurige plaatsen leggen de krant huiverend ter zijde en koesteren hun geluk. Pekela, hebben ze gelezen, is een bar oord waar de wind giert over kale vlaktes en afbraakwoningen.

De negatieve publiciteit heeft Klazien de Lange-Hazelhoff – boerin, juf, lijsttrekker voor het CDA bij de gemeenteraadsverkiezingen – veel verdriet gedaan. Je voelt je op je hart getrapt, zegt ze. De Lange woont in een boerderij in Nieuwe Pekela. De voorkant is herbouwd nadat er op een dag een vrachtwagen tegen de gevel reed. Vandaag is Jan Klungel op bezoek, scheidend fractievoorzitter van het CDA. Er is koffie en cake.

Voor het huis ligt het Pekelderdiep, een vaart met aan weerszijden huizen en een weg, die dertien kilometer door Pekela loopt. Dertien kilometer narigheid, is het beeld. Het is onterecht. Pekela heeft goede voorzieningen – er zijn acht basisscholen, artsen, sportverenigingen en een modern winkelcentrum met vrij parkeren. De 13.000 inwoners zijn niet ongelukkiger dan mensen die elders wonen.

Pekela behoort wel tot de armste gemeenten van het land; het inkomen per hoofd ligt zeventien procent onder het gemiddelde. De werkloosheid is hoog, het opleidingsniveau laag, er is veel criminaliteit. Jongeren trekken weg, ouderen zijn eenzaam. De Pekelders gaan relatief vaak naar de dokter en weinig naar de tandarts. Er is onvrede over het onderhoud van de wegen en het groen, en er is overlast door hondenpoep. Er zijn ook veel honden.


De problemen begonnen met de sluiting van de strokartonfabrieken in de jaren zestig en zeventig, toen communistenleider Fré Meis en stakingen de Pekelders de naam van een strijdvaardig volkje bezorgden. We moeten naar de toekomst kijken, zegt Klungel. Hij is 66, Klazien de Lange is een nette vrouw van 53. “Wij gaan uit van het positieve,” zegt ze.

Met de twee CDA-kopstukken ga ik naar HempFlax op het industrieterrein, waar ze van hennepstengels vezels voor de bouw en de industrie maken. Vooraf doen we een rondje Pekela. Klungel trapt het gaspedaal van zijn Peugeot goed in. Met 60, 70 kilometer per uur rijden we langs een paar honderd jaar veenkoloniale geschiedenis, over verkeersdrempels, langs een tankstation, Chinees Azië en Modehuis Tunteler. Bij het winkelcentrum minderen we vaart. Mensen duwen winkelkarren naar hun auto’s. “Kijk eens wat een drukte van belang,” zegt Klungel.

HempFlax is gevestigd in de voormalige strokartonfabriek Free & Co. Ooit werkten hier vierhonderd mensen, nu twaalf. Ze rijden op heftrucks door enorme hallen en bedienen van tweedehands machines gemaakte productielijnen. Het is koud in de fabriek; op sommige plekken lekt het dak.

Wat er zou moeten gebeuren, zegt bedrijfsleider Mark Reinders later in een vergaderzaal, is dat de politiek grootschalig op de productie van vezelhennep inzet. Hennep onttrekt CO2 aan de atmosfeer, het is groen en duurzaam. Op de akkers van Oost-Groningen zou hennep naast aardappelen, suikerbieten en graan ‘het vierde gewas’ kunnen worden. Maar de politieke wil ontbreekt.

De hennep van HempFlax wordt gebruikt in deurpanelen van Mercedes en BMW, de paarden van de Deense koninklijke familie poepen op hennepstrooisel uit Oude Pekela. Voor een definitieve doorbraak zou hennep kunnen fungeren als isolatiemateriaal in gebouwen van de overheid. Maar het is wel duurder dan steenwol of glaswol, en brandbaarder.


“Laat mij nou eens zien, geachte overheid, wat doe je nou om duurzame productie te stimuleren?” zegt Reinders. HempFlax draaide vijftien jaar met verlies, dit jaar spelen ze voor het eerst quitte. Maar tot overmaat van ramp hebben ze een paar kilometer verderop met subsidiegeld een concurrent van HempFlax opgezet. Klungel en De Lange drinken koffie. “Hoe zit het met de werkgelegenheid?” vraagt Klungel. De Lange belooft signalen af te geven aan Den Haag.

Als je erdoorheen rijdt, is er niet veel bijzonders te zien aan Pekela. Je hebt Oude Pekela, Nieuwe Pekela en Boven Pekela – voor de veenkoloniën typerende lintdorpen die in 1990 in één gemeente opgingen. Pekela is een gewone plaats, met huizen, mensen en auto’s. Er is een asielzoekerscentrum en er zijn voetbalvelden. Het is koud, zoals overal.

De Doorsneeweg in Nieuwe Pekela is ook een gewone weg. Er staan een paar twee-onder-een-kapwoningen en huurwoningen in de sociale sector. Aan de overkant van de weg ligt de Doorsnee, een zijtak van het Pekelderdiep. Erachter liggen velden met wat schuren en elektriciteitsmasten.

Op nummer 13 hangt een A4’tje voor de ruit: “Geen Bio Gas in Nieuwe Pekela.” Hier wonen Ankie Voerman en Thea de Boer. Ankie werkt bij de beveiliging van FC Groningen, Thea, een stoere vrouw met een blokjesblouse, een bril en gel in het haar, is verslaggever bij Radio Westerwolde. Hun huisje staat gezellig vol met gitaren, een banjo en voerbakken voor twee enthousiaste kleine hondjes.

De bio-ethanolfabriek moet een paar honderd meter verderop verrijzen, op het terrein van de vroegere aardappelmeelfabriek van Avebe. De grond is eigendom van een rijke boer, die samen met een Duits consortium de groene-gasfabriek wil bouwen. De plannen hebben de zegen van wethouder Etze Dijk, die inmiddels een vergunning heeft verleend.


Thea heeft een ringbandklapper vol met kaarten, correspondentie en bezwaarschriften. De plannen voorzien in de aanleg van twee biogasinstallaties en zeventien silo’s van 25 meter breed, waarin graan en maïs tot gas liggen te vergaan. Op internet staan filmpjes van hoe zo’n tank ontploft. Dan heb je de groene maïsprut tot in Boven Pekela op de ruiten. Naast de planlokatie staat een LPG-tank; daarachter is de gasopslag bij Zuidwending. “Het is iets waarvan je zegt: liever niet hier.”

Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen hebben Ankie en Thea op de PvdA gestemd, de partij van wethouder Dijk. Thea heeft gezien hoe Dijk zich opstelde in een andere kwestie, rond de voorgenomen sluiting van zwembad Atlantis in Oude Pekela. Personeel en burgers wilden Dijk een petitie aanbieden, maar hij liep erlangs met de neus in de lucht, zo van ‘die neem ik niet aan, die petitie niet’. Thea was live op de radio.

Afgelopen zaterdag ging de bel, even na tien uur ‘s ochtends. Voor de deur stond een gemeenteraadslid, in een rode jas.

Hij vroeg of hij Ankie en Thea namens de PvdA een roos mocht aanbieden, en hoe het was om hier te wonen. Thea zet- te de microfoon aan. Wat kwam het raadslid hier doen? Kwam hij voor de aardigheid, of was het een politieke stunt? Hoe zat het met die rotfabriek? Het raadslid moest toegeven dat het een politieke stunt was. Op de radio kon je de hondjes horen blaffen.

Bij een kruispunt tegenover sport- en recreatiecentrum Atlantis in het centrum van Oude Pekela staat een verkiezingsbord met de posters van de aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnemende partijen: de SP lijst 2, het CDA lijst 3, de partij Samen Voor Pekela van Jaap van Mannekes lijst 7. Op de poster van de PvdA, lijst 1, staat een foto van lijsttrekker Henk Busemann, een man met kort haar en een ringbaardje.


In de kantine van Atlantis zit Busemann aan een tafeltje. Naast hem bieden grote ramen zicht op het subtropische zwembad. Er is een 25-meterbad, een kinderbad en een bubbelbad, er zijn glijbanen, watervallen en gezellige zithoekjes. Op het moment, maandagochtend kwart over tien, doen bejaarde zwemmers oefeningen. Dit is de reumaclub, zegt Busemann. Voor hen wordt het bad verwarmd tot 32 graden.

Tweeëndertig graden is warm, voor zo’n bad. Zeker als je bedenkt dat het water weer moet worden afgekoeld tot 22 graden, voor de zwemclub. Het vreet energie. Het is een prachtig zwembad, zegt Busemann, maar het is te duur. Het kost jaarlijks 765.000 euro, en het trekt te weinig bezoekers.

Het is een probleem van de regio, zegt Busemann: krimp. In tien jaar verloor Pekela 350 inwoners.

Krimp is niks nieuws, buurgemeente Oldambt raakte een paar duizend mensen kwijt. In Oudeschans, Bourtange, overal vertrekken mensen.

Jongeren vinden elders een baan en gaan weg. Met de mensen vertrekken de voorzieningen.

Sport is belangrijk, zegt Busemann. Het bindt en verbroedert, en is gezond. Busemann is voorzitter van voetbalclub Noordster, tweede klasse zondagamateurs, de velden liggen hier achter de sporthal. De korfbalclub is vlakbij, hier onder dak zitten de judoclub en fitness. In een grote sporthal hebben twee schoolklassen gym; de instructies van de leerkrachten worden deels overstemd door het gestuiter van basketballen.

De PvdA wil het zwembad van Atlantis niet sluiten, zoals wordt beweerd. Zo legde met name Jaap van Mannekes van Samen Voor Pekela het uit. Het plan van wethouder Dijk behelsde sloop van Atlantis en herbouw van een nieuw, kleiner instructiebad, zegt Busemann. Maar na de protesten van de Pekelders wil de PvdA kijken of het huidige bad niet in soberder vorm kan blijven bestaan, zonder bubbelbad, watervallen, glijbanen en gezellige hoekjes. De verwarming zou ook een graadje lager kunnen.


Het is even na twaalven, de sirenes hebben net geloeid. In de straten van Pekela staat hier en daar een auto van Thuiszorg Groningen geparkeerd. Huisvrouwen doen de was of dweilen de vloer, bij sommige huizen staat een rode roos in de vensterbank.

Jaap en Hennie van Mannekes wonen in de Eigenhaardstraat, achter in Nieuwe Pekela. Ze kwamen 37 jaar geleden van Nieuwerkerk aan den IJssel naar Groningen, op zoek naar een betaalbare woning met wat grond. Ze waren hippies en verbouwden biologische groentes, bij demonstraties waren ze altijd paraat. De Van Mannekes werden liefdevol opgenomen door de Pekelders, Jaap werd actief in de plaatselijke PvdA.

Hij was jarenlang het gezicht van de Pekelder PvdA. In 2006 was hij lijsttrekker. Ze gingen van zes naar zeven zetels, gezien de opkomst van de SP een mooi resultaat. Het was feest, ze waren blij en dronken bier. Een dag later werd Van Mannekes aan de kant geschoven, vertelt hij. Het was gebruik dat de lijsttrekker óf fractievoorzitter óf wethouder werd, maar de dag na de verkiezingen werd Busemann tot fractievoorzitter gekozen, en drie weken later werd Etze Dijk wethouder.

Thuis, tussen de verantwoorde producten en de weckflessen met door Hennie ingemaakt fruit, ging hij nadenken. Het klopte niet. Het werd ruzie. Het hoofdbestuur van de PvdA vroeg hem zijn zetel op te geven, wat hij weigerde. Nu heeft hij zijn eigen partij, Samen Voor Pekela – een regenboogpartij waar diverse in de oude politiek teleurgestelden onderdak vinden.

Zijn tegenstanders hebben de pech dat het koud is en het stratenmakersbedrijf van Van Mannekes stilligt. Hij voert volop campagne. Hij gaat de wijken in en spreekt de mensen die zich belangeloos inzetten voor de Pekelder gemeenschap, zoals Joop Brugman, voorzitter van de Bewonersorganisatie Pekela (BOP).


Brugman en zijn vrouw wonen in een nette nieuwbouwwoning in de Roomse wijk, een oude arbeiderswijk in Oude Pekela. Eerst woonden ze een paar straten verderop. Ze kregen nieuwe buren, jonge mensen die van harde muziek hielden. Bij de Brugmans rammelden de beeldjes de porseleinkast uit, je had geen leven meer. Ze verhuisden, met pijn in het hart.

Om de leefbaarheid in de wijk te vergroten, voert woningcorporatie Acantus een grootschalig herstructureringsprogramma uit. Oude arbeiderswoningen worden gesloopt om plaats te maken voor koophuizen en levensloopbestendige woningen. Straten gingen plat, hele stukken grond kwamen braak te liggen, de buurt schudde van het sloop- en bouwgeweld. Als Joop Brugman namens de BOP niet aan de bel had getrokken, dat het zo wel leefbaar genoeg was, waren ze nu nog aan het slopen.

Je overlegt en doet, je praat wat af, maar tegen de wetten van macht en markt kun je als eenvoudige Pekelder niet altijd op. Je biedt de wethouder drieduizend handtekeningen aan tegen sluiting van de dierenweide, daarna sluiten ze de dierenweide. De geitjes en de konijnen gingen op transport naar een leven elders, de Pekelders bleven, met een gesloten dierenweide en weer een stuk van hun vrijetijdsbeleving verloren. Als ze hier aan de deur komen, zegt Brugman, dan kunnen ze wat hem betreft de pot op met hun roos.

Het is goed wonen in Pekela, het is een mooi dorp, maar je moet het willen zien. Je moet er wat van maken. De Pekelders zijn betrokken bij elkaar, ze zijn actief in het vrijwilligerswerk. Zonder vrijwilligers zou het afgelopen zijn met het welzijnswerk, en daarmee met het welzijn in Pekela.


Je moet het leven nemen zoals het komt. “Ik geloof dat je tegenkomt wat je nodig hebt,” zegt Sjaan Woltjer. Deze instelling heeft haar rond haar zestigste een herenboerderij aan het Pekelderdiep opgeleverd, met in de keuken een afzuiginstallatie voor de sigaretten die ze rookt.

Sjaan kwam uit Rhenen, in Utrecht. Ze trouwde met Henk uit Pekela. Ze was hier een bezienswaardigheid, de plattelandsvrouwen vochten erom wie haar mocht komen afhalen. Zij en Henk verkochten hun grond en hun quotum en gingen zich als vrijwilliger inzetten. Sjaan runt een eetpunt in dorpshuis De Kiepe in Nieuwe Pekela, waar ouderen op woensdagmiddag om twaalf uur voor €3,50 een warme maaltijd krijgen, met soep vooraf en een toetje na.

Ze kookt graag, in grote pannen. Dan maakt ze bijvoorbeeld kippenpoten met rijst en kerrie. De bejaarden eten hun vingers erbij op. Ze bruist van de ideeën, ideeën die je in Pekela voorzichtig moet brengen. In dorpshuis De Snikke in Oude Pekela is ook een eetpunt, waar ze de ene week stamppot en de andere macaroni eten. Sjaan zou er ook een keer komen koken. Ze stond al in de supermarkt bij de kip en de kerrie, toen ze telefoon kreeg. De Snikke aan de lijn. “Wij maken zuurkool,” hoorde ze. “En jij hoeft niet te komen.”

Een dorpshuis is de ziel van een samenleving, zei Sjaan. De ziel van de samen- leving, daar moeten Albert Schrik en klusjesman John, in dorpshuis De Kiepe in Nieuwe Pekela, wel even om lachen. Schrik is voorzitter van De Kiepe, John een zestiger met achterover gekamd haar. Ze zitten in De Körf, het cafégedeelte. De ziel, dat is mooi gezegd. Gelet op wat er hier in het dorpshuis gebeurt, zit de ziel van de Pekelder in kaarten, bingo en het shantikoor.


Het dorpshuis is belangrijk, zeker. In Nieuwe Pekela is geen café. “Ik vind: bij een samenleving hoort een café,” zegt Schrik. Voor de jeugd is er niets te doen. Ze trekken weg, het is het oude verhaal. Soms vervelen ze zich zo dat ze zomaar iemand in elkaar slaan.

Maar Pekela heeft toekomst, de Pekelders zijn wilskrachtig, ze hebben het altijd nog gered. Toerisme en recreatie bieden mogelijkheden. Ze moeten proberen om de waterrecreant hier naartoe te krijgen, zegt Schrik, net als in Friesland. Het Pekelderdiep is prachtig, maar de 33 bruggen en vier sluizen op de route kunnen als een obstakel worden ervaren.

In voorgaande zomers was John brugwachter. Als hij pleziervaarders zag, fietste hij vooruit om met een collega om en om bruggen en sluizen te openen. “Mooi hier,” zeiden de recreanten, “maar je bent lang onderweg.” Nahijgend bij de laatste sluis keken John en zijn collega de bezoekers na. Dan stapten ze op hun fiets en keerden om, terug naar Pekela.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Bert Nijmeijer