Etnische dorpspolitiek

‘All politics is local’, dus dat maakt gemeenteraadsverkiezingen belangrijk. Het is een mantra van de democratie dat de politiek dicht bij de burger moet staan, en dat geldt in het bijzonder voor je eigen woonplaats. Toch houd ik als burger de politiek liever op afstand en ben ik tevreden als het lokale bestuur geruisloos zijn werk doet. Strikt genomen is dat niet hetzelfde als onzichtbaar, maar daar komt het in de praktijk wel op neer. Als gemeentepolitici veel in het nieuws zijn, betekent dat meestal niet veel goeds. En lokale politici die tot landelijk bekende kopstukken uitgroeien, hebben vaak een eigen agenda, of hun partij heeft er een voor hen. Dat leidt al snel tot vervreemding van de eigen buurt. Zie Ahmed Marcouch, die in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart met steun van de partijtop van de PvdA aan de weg timmerde, maar de pas werd afgesneden door een coup in eigen kring.

Slotervaart ligt mij bij om de hoek, maar van de kwestie-Marcouch heb ik niet veel gemerkt. Via de landelijke media heb ik er iets van meegekregen, maar de kwestie had zich ook in het Rifgebergte kunnen afspelen. Dat is het mooie van de stad: je duikt erin onder en je hoeft je van je buren niets aan te trekken. Amsterdam heet met 177 verschillende nationaliteiten de meest multiculturele stad ter wereld te zijn (Antwerpen, bolwerk van het Vlaams Belang, staat op de tweede plaats) en laat de echte wereldsteden New York en Londen achter zich. Hoe dat kan, begrijp ik niet goed, maar het is keurig statistisch vastgelegd op een gemeentewebsite. Op 1 januari 2009 woonden er 130.002 niet-Nederlanders in de hoofdstad. Daaronder één Noord-Koreaan; uit Guinee-Bissau en Tonga woont er niemand.

Amsterdam is een internationale en misschien ook kosmopolitische stad, maar multicultureel is een andere kwestie. Op het stadhuis lezen ze de mate van multiculturaliteit graag af aan de hoeveelheid nationaliteiten, maar dat is onzin. Het zou betekenen dat ook die ene Noord-Koreaan zijn culturele invloed doet gelden. Daar merken we niets van, zoals we ook weinig merken van alle Duitsers, Belgen, Britten, Fransen, Italianen en Amerikanen die hier wonen. Weliswaar is hun inbreng groot, maar zij gaan als westerlingen probleemloos op in de Nederlandse meerderheidscultuur die Amsterdam nog steeds kent. Dat zou heel wat moeilijker zijn als je in Amsterdam niet met Engels terecht kon, maar dat gaat zo vanzelfsprekend dat je buitenlanders hoort klagen dat ze zo nooit Nederlands leren. Ik zou zeggen: houden zo. Het is die (gebroken) Engelstaligheid die ervoor zorgt dat Nederlanders en buitenlanders langs elkaar heen kunnen leven. Meer aanpassing is niet nodig, en hoe minder er op last van lokale overheden geïntegreerd moet worden, hoe groter de kans dat al die nationaliteiten elkaar met rust laten.


Niets erger dan gedwongen integratie.

En Turken en Marokkanen dan? Zij geven als grote (islamitische) minderheden onze steden samen met Surinamers, Antillianen en Molukkers inderdaad een kleurtje. Dat er ook Oost-Europeanen zijn, en andere Aziaten, Afrikanen en Zuid-Amerikanen, doet er minder toe. Zij houden zich schuil; met name Chinezen leven in een eigen subcultuur waar Nederlanders buiten staan. Zij handhaven zich door vreemden in een ander land te blijven. Deden Marokkanen dat ook maar, dan zouden er minder problemen zijn. Waar Turken zich nog sterk op de eigen familiebanden oriënteren, eisen Marokkanen hun plaats op in de Nederlandse samenleving, met een beroep op ‘respect’ en gelijke rechten, en de lokale politiek (waarin zij stemrecht hebben) biedt hun een kans om zich te profileren. De PvdA ziet in mannen als Marcouch een rolmodel waaraan andere allochtonen zich kunnen optrekken. Ahmed Aboutaleb is zelfs burgemeester van Rotterdam: is dat niet het bewijs dat iedereen het in dit land kan maken?

Deels is dat waar, al was Aboutaleb (ook nog afkomstig uit ‘020’) nooit burgemeester geworden als hij niet benoemd was. Hier schuilt het gevaar van ‘identiteitspolitiek’. Als Nederlanders ergens bang voor zijn, dan is het dat zij verdrongen worden en buitenlanders hun buurt overnemen. En juist de lokale politiek is door snelle personeelswisselingen overnamegevoelig, waardoor kleine activistische clubjes buitensporige invloed kunnen verwerven. Met name de PvdA kan door etnisch gestuurde cliëntèlepolitiek in de grote steden (zie Amsterdam-West) makkelijk als ‘Partij van de Allochtonen’ worden gebrandmerkt. Voor de sociale vrede in Nederland lijkt het mij beter dat de emancipatie van etnische minderheden niet via de schimmige lokale politiek gebeurt, maar via het voetbalveld, de muziek en het zakenleven. Daar zitten de echte rolmodellen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import dirk jan van baar