Zelfportret: Jan Jongbloed

Oud-international Jan Jongbloed (Amsterdam, 1940) was eerste doelman van het Nederlands elftal bij het WK van 1974 en 1978. Later werd hij assistent-trainer bij Vitesse.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Ik ben zoekende. Mijn contract bij Vitesse is onlangs opgezegd. Ik stond altijd vijf keer in de week om half zeven op om van Amsterdam naar Arnhem te rijden. De vrijgekomen tijd moet ik nu weer zien in te vullen. Het liefst bij een club, want iedere dag vissen hoeft van mij ook weer niet. 

Wie zijn uw helden?
Mensen die grote sportprestaties hebben geleverd, bewonder ik niet. Hun talent is aangeboren. Bewonderenswaardig vind ik het pas als iemand zich voor anderen heeft ingezet, zoals Albert Schweitzer.

Lijkt u op uw moeder?
Net als zij ben ik een zachtaardig en sociaal voelend mens.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik ben nooit een dromer geweest. Ik heb weleens gedacht: als ik toch eens trainer zou zijn en met mijn elftal kampioen zou worden… Ik heb verstand van voetbal en kan goed meedenken. Maar ik ben geen leider en voor hoofdtrainer dus niet in de wieg gelegd.

Aan wie ergert u zich?
Aan asociale mensen in het verkeer.

Bent u aantrekkelijk?
Niet als je mij met iemand als Robert Redford vergelijkt. Ik denk wel dat vrouwen mij een leuke man vinden. Mensen mogen mij graag.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Dat doe ik regelmatig. Bijvoorbeeld als ik op televisie mensen heel gelukkig met elkaar zie zijn. Dat koppel ik dan aan het overlijden van mijn zoon (hij werd in 1984 op het voetbalveld door de bliksem getroffen – red.). Soms ook als ik in de auto zit en opeens aan Eric denk. Dan barst ik niet enorm in tranen uit, maar ik huil wel. Het gebeurt gelukkig niet zo vaak meer als vroeger. 

Bent u monogaam?
Tijdens mijn eerste huwelijk ben ik na een aantal jaren vreemdgegaan. Gedurende mijn tweede huwelijk niet.

Wat is uw definitie van geluk?
Dat is een momentopname. Het gevoel komt ineens over me heen als er bijvoorbeeld een kleinkind de kamer binnenkomt en ik zie dat ze blij is. Of als we samen zijn met de hele familie. Het kan ook tijdens het vissen gebeuren.

Waar schaamt u zich voor?
Niets.

Lijkt u op uw vrienden?
Ik heb niet zoveel vrienden. Mijn broer is mijn beste vriend. Wij zijn beiden behoorlijk eigenwijs.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik ben tevreden. Vroeger wilde ik iets langer zijn. Ik ben bijna één meter tachtig. Met zo’n zeven centimeter extra was ik misschien een nog betere keeper geweest. Maar ik weet niet of we die WK-finales dan wel hadden gewonnen.

Wie is uw grootste liefde?
Mijn eerste vrouw.

Hoe moedig bent u?
Ik zal uit mezelf nooit vechten. Maar als het nodig is, doe ik het meteen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Mijn moeder heeft mij heel goed opgevoed, en van mijn familie heb ik geleerd om altijd opgewekt te zijn. Al mijn broers en zussen zijn ook optimistisch. Een slecht humeur duurt bij ons nooit langer dan een uurtje.

Wanneer was u het gelukkigst?
Toen Eric geboren werd. Onbeschrijflijk. En natuurlijk ook bij de geboorte van mijn dochter. Daar kan het spelen van vijfentwintig WK’s niet tegenop.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Ik ben altijd een enorme familieman geweest en vind het belangrijk dat een man veel aandacht aan zijn gezin schenkt.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Dat ze goed voor haar gezin zorgt en het thuis gezellig kan maken. Ik vind het ook belangrijk dat een vrouw er goed uit blijft zien.

Hoe ontspant u zich?
De volgorde in mijn leven is altijd geweest: vrouwen, vissen en voetbal.

Wat is uw dierbaarste bezit?
Dat was mijn viskoffer. Ik had ’m in mijn auto laten liggen toen die voor de deur werd gestolen. Ik heb er weken van wakker gelegen. Er zaten molens in van wel vijfentwintig jaar oud die het nog perfect deden.

Wat is uw grootste prestatie?
Twee jaar na het WK van 1978 kreeg ik een nekhernia. Mijn carrière als doelman was voorbij. Mijn grootste prestatie is dat ik een jaar later door Go Ahead Eagles werd gevraagd om nog een paar wedstrijden te keepen en dat ik daar uiteindelijk nog vier seizoenen heb gespeeld.

Wat is uw grootste mislukking?
Ik ben niet trots op mijn twee scheidingen. Vooral van die laatste heb ik veel spijt gehad.

Gelooft u in God?
Nee. Anders vind ik het zeer onredelijk dat hij mijn zoon heeft weggenomen. Er was geen enkele aanleiding voor. Als God wel bestaat, zou ik daar nog graag een uitleg voor krijgen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Bij mijn eerste huwelijk waren van beide kanten toe aan een scheiding. Maar mijn tweede vrouw heeft erg met onze scheiding gezeten.

Wat is de beste plek om te wonen?
Op een woonboot. Het spijt me nog steeds dat ik dat nooit heb gedaan. Misschien als ik ooit de Staatsloterij win.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Dat kan niet. Ik denk ook niet dat je daar moeite voor moet doen. Je kunt hoogstens een beetje opletten. Zoiets als wat er met Eric is gebeurd, kun je niet voorkomen.

Wat is uw devies?
Doe wat je lekker vindt, maar nooit te.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ernest Marx