‘Die Europese staat komt er vroeg of laat’

Een jonge garde Europarlementariërs is opgestaan en sleutelt in de luwte aan een beter Europa. Zij buigen zich op een andere manier dan nationale politici over zaken als Griekenland, het gezicht van de EU en de eurozone. ‘Alle toetredingen zijn win-winsituaties.’

Ik kom uit de Verenigde Europese Staten. Uit Nederland, om precies te zijn. Geven we dat in de nabije toekomst als antwoord op de vraag waar we wonen? Het lijkt niet ondenkbaar. Europa wordt steeds belangrijker, ook voor Nederland. Nu al wordt 85 procent van de Nederlandse wet- en regelgeving beïnvloed door de Europese Unie. HP/De Tijd sprak met vijf jonge politici die besloten zich niet op de nationale politiek, maar op Brussel te storten. Daar zijn ze minder in het zicht, maar kunnen ze naar eigen zeggen wel meer bereiken. Een rondetafelgesprek met deze jonge politieke voorhoede over hun Brusselse carrièremove, de toekomst van de euro en de realiteit van één Europese Staat.

Waar nationale politici bekendheid genieten, moeten we jullie eerst introduceren. Is het geen slechte carrièrestap om naar Brussel te verhuizen?

Jan: “Nee, absoluut niet. Het is onder politici inderdaad minder populair om in Brussel te gaan zitten als ze ook in het nationale parlement terechtkunnen. En carrièretechnisch zijn er meerdere wegen naar een ministeriële functie. Op dit moment is de weg via de nationale parlementen wel gemakkelijker dan onze Europese route. Maar als politicus moet je je afvragen waar je wilt zijn: in Brussel, waar je echt iets kunt bereiken, of waar de mensen je kunnen zien, in een nationaal parlement.”

Marietje: “Ik zit liever hier dan in de Tweede Kamer. Ik werk zelf vooral op het gebied van Buitenlandse Zaken. Hier in Brussel denken we daar heel Europees over na. Alleen daarom al weet ik honderd procent zeker dat ik hier wil zijn. Het is een allesomvattende baan. Het vormt heel je leven. We maken lange dagen, reizen veel en hebben zware verantwoordelijkheden.”


Marisa: “Nationale parlementariërs zijn nog altijd zichtbaarder. En dat is een teken van het falen van de EU. Lidstaten erkennen nog steeds niet dat Brussel veel invloed heeft en dat nationale parlementen de tweede viool spelen. “

Frank: “Er bestaat bij burgers veel onduidelijkheid over wat wij hier in Brussel doen. Raar eigenlijk, want we beslissen hier over zoveel dingen die het dagelijks leven van Europeanen direct beïnvloeden.”

Saïd: “Ik ben blij met mijn ervaring in het Europees Parlement. Meer dan tachtig procent van de nationale wetgeving vloeit voort uit wat wij hier beslissen. Toch spreekt voor burgers en de media nog steeds de nationale politiek meer tot de verbeelding. Ik wil dat Europese burgers het gevoel krijgen dat wij als Europarlementariërs even dicht bij hen staan als nationale politici. Maar ook dat meer en meer van hun dagelijkse problemen alleen hier in Brussel kunnen worden opgelost. En dat is moeilijk. Het is nu eenmaal gemakkelijker om uit te leggen dat je het stadhuis gaat renoveren dan de klimaatdoelstellingen voor 2020 te bespreken.”

Marietje: “Dat is precies het punt. Pas op de lange termijn worden de resultaten van ons werk concreter. Maar wij durven in elk geval te investeren in de toekomst. Daarom denk ik dat wij hier aan tafel een slimme keuze hebben gemaakt. En juist wij als jonge generatie moeten graag deel willen uitmaken van de Europese Unie. Wij hebben zo veel mogelijkheden om ons werk dichter bij burgers te brengen. Bijvoorbeeld via nieuwe media als Twitter en weblogs. De interactie tussen burgers en politiek, daar zou de nadruk op moeten komen te liggen. Die kunnen wij als jonge politici verbeteren.”


Voor jongeren in Nederland betekent Europa nu vooral de eurocrisis, met Griekenland voorop. Hoe denken jullie daarover? Moeten lidstaten uit de eurozone kunnen worden gezet?

Frank: “Landen de euro afpakken zou desastreuze effecten hebben voor de resterende eurolanden. Die effecten zullen veel erger zijn dan wanneer we gezamenlijk een land van de ondergang redden. De Griekse crisis is zo uit de hand gelopen omdat Duitsland het proces vertraagde door zijn kiezers niet onder ogen te willen komen. Een monetaire unie houdt solidariteit in onder de deelnemers. Ook in slechte tijden.”

Saïd: “De vraag is niet of Griekenland wel of niet uit de eurozone moet worden gegooid. Als we dat zouden doen, staan de PIIGS (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje, red.) in de rij.”

Marisa: “Die afkorting vind ik verschrikkelijk. Maar Portugal staat inderdaad mogelijk hetzelfde lot als Griekenland te wachten.”

Saïd: “We hebben niet meer regels, maar meer solidariteit nodig. En betere samenwerking op het gebied van economische wet- en regelgeving. Ook weten kiezers nu niet wat op de lange termijn de gevolgen zouden zijn als we slecht presterende landen de eurozone uitzetten. Inderdaad, we draaien dan niet meer op voor hun schulden. Maar tegelijkertijd zal een hoop opgebouwd concurrentievoordeel verloren gaan. De goedkope arbeid in deze landen is goed voor de concurrentiepositie van de hele Unie. Dat gaat dan verloren. En de nationale munten van de ex-eurolanden zullen zo zwak zijn dat landen als Duitsland en Nederland een groot deel van hun exportmarkt verliezen. Uiteindelijk zal iedereen verliezen – ook de sterke eurolanden.”


Marietje: “Als we niet bereid zijn om voor elkaar te betalen, zijn we dan wel bereid om voor elkaar te vechten? Als iedereen zijn eigen landsbelang maar voorop blijft stellen, zijn we in al die jaren geen stap verder gekomen en hebben we het idee van de Europese Unie niet begrepen. Om te voorkomen dat landen zich niet aan de regels van de monetaire unie houden (het Stabiliteits- en Groeipact, red.), hebben we vanaf nu sterker politiek leiderschap nodig dat toezicht houdt op naleving van de regels. Daarnaast vind ik het belangrijk dat voor elk land gelijke regels gelden. Want een deel van het probleem is natuurlijk dat er met verschillende maten is gemeten.”

Marisa: “Het aanscherpen van het Stabiliteits- en Groeipact betekent dat we kredietbeoordelingbureaus weer alle instrumenten in handen geven om ons nogmaals in dezelfde crisissituatie te storten. We zijn nu volkomen afhankelijk van Amerikaanse en Britse kredietbureaus, terwijl die landen niet eens deelnemen aan de euro. Mocht het toch op een verscherping van het Stabiliteits- en Groeipact neerkomen, dan zou de EU in elk geval de ballen moeten hebben om een eigen kredietbureau op te zetten. De G van groei kan dan wel uit het pact worden geschrapt.”

Dus er hoeven geen landen de eurozone worden uitgezet? Er zijn Nederlanders die de gulden terug willen…

Frank: “Nee, dat willen ze niet. Ze willen een veilige munt waarbij hun spaargeld hun spaargeld blijft. Het maakt hen niets uit of ze een gulden, mark of euro in hun portemonnee hebben, zolang dat maar een stabiele munt is. Toch is het terecht dat men bang is. Als we nog even doorgaan met de discussie over het aanhouden van de euro, dan hebben we over zes maanden helemaal geen euro meer. Dan wil niemand onze munt nog hebben. En als we dan gedwongen terug moeten naar de nationale valuta, hebben we echt een probleem. Het is eng dat zo weinig mensen zich realiseren dat je vertrouwen nodig hebt om een munt te lanceren. En hoe zou je dat in de huidige omstandigheden in vredesnaam voor elkaar moeten krijgen?”


U vindt het dus prima dat er geen politieke unie is die beslist over het lot van landen die de boel voorliegen?

Frank: “Zal er meer politieke unie zijn wanneer landen de eurozone worden uitgegooid? Zonder solidariteit geen unie. Het echte probleem is dat we een monetaire unie hebben zonder een economische unie. Maar voor een economische unie zullen we een Europese federatie moeten oprichten. En dat betekent uiteindelijk een Europese staat.”

De euro kan niet overleven zonder Europese staat…

Frank: “Inderdaad. Dat is de ultieme consequentie van het introduceren van een gezamenlijke munt.”

Al in 1987 vroeg Turkije het EU-lidmaatschap aan. Nog steeds voldoet het land niet aan alle toelatingseisen. Wordt het niet eens tijd de deur dicht te gooien?

Frank: Turkije is van harte welkom. Althans, dat vind ik. Binnen de fractie van de Europese Volkspartij verschillen de meningen daarover. De Turken werd al 47 jaar geleden beloofd dat ze Europese vooruitzichten hebben. Ik vind niet dat je dan nu kunt zeggen: jongens en meisjes, het gaat niet door. Dat een land als Frankrijk dreigt met een referendum dat moet uitmaken of we deze mensen toelaten of niet, is oneerlijk. Zo behandel je een land niet.”

Saïd: “Alle toetredingen zijn win-winsituaties; goed voor de oude en goed voor de nieuwe lidstaten. Maar nationale politici hebben van Turkije onterecht een actueel thema gemaakt. Ik zie Turkije de komende jaren nog niet tot de Europese Unie toetreden. De positie van het leger vormt nog steeds een struikelblok voor toetreding, net als de problemen met Cyprus. Bovendien moet Turkije eerst alle Europese wetgevingen overnemen. Maar als de Turken zich aanpassen, dan kunnen we niet zeggen dat het allemaal maar een grapje was.”


Marisa: “En dan is er ook nog de omvang van het land. Die speelt een belangrijke rol in de twijfels van regeringsleiders. Turkije zou na toetreding een even zware stem in de besluitvorming krijgen als bijvoorbeeld Duitsland. Daartegenover staat dat Turkije de Europese afzetmarkt enorm vergroot. Uiteindelijk was het doel van de Unie toch uitbreiding, om meer afzetmarkt te krijgen? In de jaren negentig is dat al besloten. Dan moeten we nu niet steeds de regels veranderen, afhankelijk van de mate waarin Turkije winstgevend is voor de Unie.”

Marietje: “Wij als jonge generatie Europarlementariërs zijn het dus eens over dit controversiële onderwerp. Maar kandidaat-lidstaten moeten nog steeds voldoen aan de strikte en duidelijke Kopenhagencriteria (toetredingsvoorwaarden EU, red.). Voordat daaraan voldaan is, zal Turkije dus niet toetreden.”

Catherine Ashton is sinds november 2009 een hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Een soort minister van Buitenlandse Zaken van de EU. Maar hoe kan ze in het buitenland nu serieus genomen worden als ze niet eens een leger heeft als machtsmiddel?

Jan: “Ik denk dat Ashton het aantal legers dat we in Europa hebben juist moet verminderen. Een Europees leger zou daarbij in de weg staan.”

Marietje: “Natuurlijk gaat buitenlands beleid mank zonder na te denken over defensie, maar tussen de NAVO en de EU bestaat een flinke overlap. We zouden als EU beter moeten samenwerken met de NAVO op het gebied van defensie. Daarmee zouden we dan onze buitenlandse politiek kunnen bekrachtigen. Dat, en door Ashton in haar taak als coördinator van het Europees buitenlands beleid te steunen. Op dit moment is Europa nog te ongecoördineerd op het wereldtoneel. Dat zien we elke dag. Neem bijvoorbeeld de energietoevoer uit Rusland, of de situatie in Iran. Als dit soort onderwerpen op tafel komt, dan is het zo gemakkelijk om Europa te verdelen.”


Frank: “Dat juist Ashton deze functie nu bekleedt, dient te voorkomen dat ze de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten verdringt. Haar aanstelling bewijst dat Europa niet op zoek is naar echte leiders. Ashton moet eerst maar eens gaan werken aan haar geloofwaardigheid. Het lijkt me geen goed idee dat ze daarbij een leger achter de hand heeft.”

Marisa: “Ik wil niet over Ashtons persoon praten, maar over haar functie. Ik denk dat een leger het tegenovergestelde zou zijn van wat we willen bewerkstelligen. In de laatste jaren is diplomatie niet meer bereikt door het voeren van oorlog. Ik vind het zelfs tegenstrijdig om de woorden diplomatie en leger in één zin te gebruiken. Een sterke positie voor de EU ligt meer in ontwikkeling en hulp.”

Marietje: “Oorlogen worden ook steeds meer op een andere manier gevoerd. Denk aan terrorisme en cybercrime. Het idee van defensie verandert daarmee. Ik denk dat deze vormen van oorlog om een nieuwe vorm van conflictbeslechting vragen die het best in Brussel gecoördineerd kan worden.”

Het lijkt alsof het vaak dezelfde mensen zijn die hier aan de touwtjes trekken. Is Europa een old boys network?

Frank: “Was dat maar zo. Er zijn juist te weinig old boys van de eerste lidstaten over. Als die er nog zouden zijn, zou er misschien nog een gevoel van Europese verantwoordelijkheid bestaan. Het oude Europese old boys network had één verdienste; het nam de beslissing om na de Tweede Wereldoorlog samen te werken om dit allemaal op te bouwen. Als we diezelfde inspanning vandaag zouden moeten leveren, zou dat niet lukken. Dat is een trieste stand van zaken.”


Jan: “Maar dat heeft niets met deze generatie te maken. Wij zouden ook monumentale beslissingen kunnen nemen. Maar we bevinden ons nu niet meer in dezelfde situatie als net na de Tweede Wereldoorlog.”

Saïd: “Even terug naar het Europa van vandaag. Ik denk dat iedereen in het Europarlement, inclusief de jongste generatie, veel invloed kan hebben. Toch zie ik ook dat nationale leiders steeds nationalistischer worden en slechts aan de korte termijn denken. Het gaat steeds minder over de langetermijndoelstellingen van Europa. Misschien komt dat door de toenemende druk vanuit de media.”

Marietje: “Europa is gewoon een old boys network, daar hoeven we niet over te discussiëren. Kijk naar het parlement. Ongeveer tien procent van de Europarlementariërs is jonger dan veertig en op slechts vijfendertig procent van de zetels zit een vrouw. De diversiteit van politici verschilt enorm per land. Maar een old boys network betekent ook veel achterkamertjespolitiek. Ook dat gebeurt in Europa te veel. De manier waarop Ashton bijvoorbeeld in het zadel werd geholpen was democratisch noch transparant. Onze generatie gaat daar verandering in brengen. Simpelweg omdat we in een andere wereld zijn opgegroeid. We zijn gewend aan andere, transparantere, manieren van besluitvorming.”

Van Rompuy, Barroso, Ashton, Buzek, Juncker. Allemaal gezichten van Europa. Maar is Europa niet wanhopig op zoek naar één gezicht? En welk gezicht zou dit dan moeten zijn?

Saïd: “Obama!”

Marietje: “Obama heeft zijn populariteit niet te danken aan het old boys network en ook niet aan zijn bekende gezicht. Obama is in staat geweest mensen te mobiliseren en samen te brengen. In Europa moeten wij hetzelfde bereiken. Ik weet zeker dat het talent daarvoor ook in Europa aanwezig is. Neem Neelie Kroes, zij is lid van de Europese Commissie en heeft een duidelijk portfolio (voorheen interne markt, nu digitale media, red.). Ze gaat over zaken die belangrijk zijn voor veel burgers, bedrijven en voor de politiek. En ze levert op dat gebied perfect werk af. Als gevolg daarvan herkennen mensen haar. Ze geniet meer populariteit dan veel andere politici.”


Saïd: “Niet in België.”

Marietje: “Ik wil alleen maar zeggen dat als Europese politici echt iets gedaan krijgen, ze daar bekendheid mee verwerven. Het geeft hen, en Europa, een gezicht. Neelie is voor mij het meest duidelijke voorbeeld van een Europese leider die verder kijkt dan partijpolitiek en die vanuit een Europees perspectief werkt. Een leider die inhoudelijk echt iets gepresteerd heeft en die Europa thuis heeft gebracht bij burgers.”

Frank: “Ik zou kunnen leven met meer dan één gezicht voor Europa. Zolang ze maar zo zijn georganiseerd dat het plaatje klopt. Nu hebben we vijf mensen die wedijveren om het gezicht van de EU te zijn en elkaar constant voor de voeten lopen. Ik bedoel, wie is degene die als eerste handen schudt met Obama? Oké, daar zijn ze dan (met Van Rompuy, red.) nog net uitgekomen.”

Komt uit voor de Partij van de Europese Sociaal-Democraten. Studeerde moderne geschiedenis aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Twitterde na afloop: “Heeft net interview met Nederlands tijdschrift HP/De Tijd achter de rug. Verschijnt in juni.”

Lid van de Groenen/Europese Vrije Alliantie. Groeide op in Braunschweig, naast drie nucleaire opslagplaatsen. Studeerde rechten aan de universiteiten in Bremen, Brussel en Berlijn. Is de jongste Duitser in het Parlement.

Lid van de Europese Volkspartij en Europese Democraten. Studeerde rechten in Brussel en Metz. Dineert graag later op de avond, zodat er eerst een drankje kan worden gedronken.

Jongste Nederlandse in het Parlement voor de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa-fractie. Adviseerde eerder onder meer het ministerie van Buitenlandse Zaken. Plaatste afgelopen week dertig tweets.


Komt uit voor een van de kleinere groepen in het parlement: de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, waar ook de SP deel van uitmaakt. Studeerde sociologie in Coimbra. Volgens velen op internet een van de mooiste Europarlementariërs.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Anne Marije Elekan en Erik Bloem