Bert Maalderink

Bert Maalderink (Steenderen, 1963) is sportverslaggever bij de NOS. Hij bracht onlangs zijn boek Buiten beeld uit, over zijn tijd als Oranjevolger. Ook dit jaar volgt hij Oranje op de voet tijdens het WK vanuit Zuid-Afrika.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Heel goed. Tijdens het EK van 2004 was mijn vriendin zwanger. Zes weken na de finale was ze uitgerekend, maar de avond vóór de halve finale Portugal-Nederland begonnen de weeën. Vervolgens werd ik gebeld dat onze tweede zoon was geboren, maar dat er iets mis was. Zuurstofgebrek. Ik ben ‘s nachts teruggevlogen. Gelukkig is zoiets nu niet aan de orde en kan ik met een goed gevoel in Zuid-Afrika zijn. Ik blijf zolang het Nederlands elftal meedoet.

Wie zijn uw helden?

Tot mijn veertiende heb ik die gehad. Vooral regionale sporthelden die opeens de Achterhoek ontstegen. Het elftal van de Graafschap dat in 1973 promoveerde met Guus Hiddink als de grote man, motorcrosser Gerrit Wolsink, dammer Ton Sijbrands en voetballer René Notten.

Aan wie ergert u zich?

Aan mensen die hun best niet doen. Op alle fronten. Of je doet iets goed, of je doet het niet.

Lijkt u op uw moeder?

Vooral als het gaat om rechtvaardigheid en principieel zijn. Zij was een zeer religieuze vrouw en ontleende haar principiële standpunten aan het geloof. Dat is bij mij niet zo. Maar als iets niet eerlijk is, bemoei ik me er wel tegenaan.

Bidt u weleens?

Nee. Vroeger wel.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Dat is niet aan mij besteed.

Bent u aantrekkelijk?

Ik voldoe niet aan het huidige schoonheidsideaal. Om aantrekkelijk te zijn, moet je bovendien een beetje donker zijn, en bij mij vergeleken is Sneeuwwitje een neger. Innerlijk ben ik best aantrekkelijk. Ik denk dat mijn vriendin mijn gevoel voor humor en mijn principiële kant aantrekkelijk vindt.


Bent u monogaam?

Ja.

Wat is uw definitie van geluk?

Dat er geen ellende in mijn nabije omgeving is.

Waar schaamt u zich voor?

Helemaal nergens voor.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Sinds het gedoe rond de geboorte van onze jongste zoon ben ik bevattelijk voor kinderleed. Bij de dochter van een goede vriend is een zusje van een klasgenoot overleden. Die dochter van twaalf heeft daar zelf een liedje over gemaakt. Toen ik dat beluisterde, was ik helemaal van slag.

Lijkt u op uw vrienden?

Nee. Mijn vrienden zijn een stuk gezelliger met andere mensen dan ik met andere mensen ben.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn vriendin. We zijn al twintig jaar samen.

Wat is uw grootste ondeugd?

Roken. Ik had me voorgenomen om te stoppen zodra mijn tweede kind geboren zou worden. Hij is inmiddels bijna zes. Ik zou best willen stoppen, maar ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik op een gegeven moment nooit meer een sigaret zal roken.

Hoe moedig bent u?

Verbaal ben ik erg moedig. Maar als er gevochten wordt, ren ik als eerste weg.

Wanneer was u het gelukkigst?

In de periode van 1988 tot 1990, toen ik bij Jongbloed en Joosten werkte. We begonnen met een jonge groep aan een programma dat uiteindelijk erg succesvol werd. Ik heb daar ook mijn vriendin ontmoet.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Helemaal niks.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Bij zowel mannen als vrouwen waardeer ik het als ze zich niet anders voordoen dan ze werkelijk zijn.


Wat is uw dierbaarste bezit?

Ik heb niks met materiële dingen. Maar ik ben erg blij dat ik een auto heb die elke ochtend start.

Hoe ontspant u zich?

Door televisie te kijken. Liever niet naar sport, want dan kijk ik al snel met een vakmatige blik.

Wat is uw grootste prestatie?

Vroeger wilde ik iets met sport en journalistiek. Dat het uiteindelijk gelukt is om sportjournalist te worden, en ook nog eens bij de NOS, is wel een prestatie.

Wat is uw grootste mislukking?

Ik heb een goede neus in het kiezen wat ik moet doen. Zowel qua werk als privé. Ik ben daarin erg berekenend en zorg dat mij geen grote mislukkingen overkomen.

Gelooft u in God?

Nee. Maar het klinkt in mijn oren raar om dat te zeggen. Ik kom uit een gelovig milieu en voel me daarin nog steeds thuis. Mijn kinderen gaan naar een christelijke school.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Als er mensen zijn die vinden dat ik ze leed heb berokkend, kijken ze er helemaal verkeerd tegenaan.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Niemand. Ik vind het juist spannend om mensen tegen te komen waarmee ik een keer een akkefietje heb gehad. Kijken hoe we op elkaar reageren.

Wat is de beste plek om te wonen?

Utrecht. Ik zou best weer in een dorp willen wonen, met een hechte omgeving waarop je kunt vertrouwen. Maar dat is met mijn werk niet handig. Dan vraagt iedereen me de hele dag over voetbal te praten.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Niet.

Wat is uw devies?

Ga uit van het slechtste, dan valt het altijd mee.


Volgende week:

Annemarie Postma

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ernest Marx, foto Jos Lammers