Eigenlijk weten we niets

Na bijna tien jaar oorlogsverslaggeving weten we nog steeds heel weinig van wat zich werkelijk afspeelt in Afghanistan. De gemiddelde correspondent haalt zijn kennis uit een reisgids. Hoe kan dat beter? Als er geen objectieve journalistiek mogelijk is, laten we dan in ieder geval integere journalistiek nastreven.

Enkele weken na 11 september 2001 landde de wereldpers in de Pakistaanse stad Quetta om het verloop van de Amerikaanse inval in Afghanistan te verslaan. De grenzen met Afghanistan waren hermetisch afgesloten – alle journalisten moesten zich verplicht melden in een van de drie door de Pakistaanse overheid aangewezen hotels. Wilde je in je eentje de stad verkennen, dan was dat nagenoeg onmogelijk. De Pakistaanse overheid verplichtte je om een lijfwacht in te huren. Formeel was deze lijfwacht er om je te beschermen, in feite moest hij vooral zorgen dat je niet buiten het blikveld van de overheid viel. Omdat niet alle lijfwachten Engels spraken, was de tweede zorg voor journalisten het vinden van een goede tolk. Dat zijn doorgaans vlotte, goed ogende jongens met een auto die rondhangen bij de hotellobby’s, in de hoop een journalist voor een aantal weken aan zich te binden. Het was een lucratieve periode voor deze jongeren. Een beetje Engelssprekende tolk kon al snel 250 dollar verdienen. Maar met een beetje pech had je tolk geen auto, en dan moest je ook die, inclusief chauffeur, huren.

Quetta is niet bepaald een kosmopolitische stad met een bruisend openbaar leven. In afwachting van de heropening van de landsgrenzen bestond het hoogtepunt van de week voor inwoners en journalisten uit zorgvuldig opgezette anti-Amerikademonstraties op een afgesloten sportveld. Boos kijkende pubers en wat verdwaalde oudere familieleden kwamen er na het vrijdagmiddaggebed samen om collectief boos te zijn op alles en iedereen. Na een hoop geschreeuw werden de Amerikaanse vlaggen verbrand en een mislukte pop die George W. Bush moest voorstellen.


Pakistan binnenkomen als journalist is betrekkelijk eenvoudig. Je haalt je visum bij de ambassade en koopt een vliegticket richting de stad waar je wilt gaan werken. De problemen beginnen zodra je aankomt: waar begin je en wat doe je in de korte tijd die je van de redactie hebt gekregen om je verslag te maken? De meeste journalisten vertrouwen blind op de informatie van hun fixers, tolken en chauffeurs. De mogelijke belangen van deze mensen kunnen ze niet checken. In de periode dat ik zelf in de regio verkeerde, van 2001 tot 2009, heb ik niet één westerse journalist meegemaakt die een van de vijf grote lokale talen beheerste en dus – al was het maar bij benadering – kon verifiëren of wat zijn helpers zeiden, klopte.

Een ontmoeting met een groepje vluchtelingen in Quetta onderstreepte dit probleem. In de hoop op nieuwe informatie was elke journalist naarstig op zoek naar nieuwe vluchtelingen uit Afghanistan. Dit was niet zo gemakkelijk als je zou denken. Quetta ligt een paar honderd kilometer ten zuidwesten van Peshawar, waar het merendeel van de ontheemden in grote UNHCR-kampen waren gevestigd. Wie wel in Quetta aankwam, was op weg naar familie in de omgeving. Op een dag werd ik gebeld door een kennis uit het noorden van de stad die vertelde dat er nieuwe vluchtelingen waren aangekomen. Ik kon hen interviewen.

Toen mijn cameraman en ik aankwamen, bleek een groep Japanse journalisten daar al te zijn. Terwijl de mensen hun verhaal deden over de verwoestingen die zij hadden meegemaakt, maakten de tolken er een compleet ander verhaal van: “Deze mensen hebben helemaal geen reden om weg te trekken, ze zijn op doorreis en vakantie omdat hier hun familie woont. De Taliban zijn helemaal geen slechte mensen.”Toen ik de tolken op hun verkeerde voorstelling van zaken aansprak, was hun reactie even laconiek als choquerend: “Vandaag kun jij ons nog verbeteren, maar ben je er morgen ook nog? Wat is belangrijker: het politieke doel van de Taliban of het verhaal van deze Hazara, deze ongelovigen die hier voor ons staan?” De Japanse journalisten stonden erbij en keken glazig toe. Ook hun Engels was gebrekkig.


De taal is niet het enige probleem. De meeste journalisten hebben ook geen historische en etnische kennis van Afghanistan. Wie zijn de Hazara (zie kader)? De houding en reactie van de tolken suggereert dat de Taliban ook een tribale verhouding hebben tot de Hazara-vluchtelingen.En wie zijn de Taliban? Een stel fundamentalistische fanatici of misschien (ook) een verbond van etnische groeperingen? Zulke fundamentele vragen kun je aanvullen met tientallen andere vragen waarop je de antwoorden niet zult vinden in onze media of Lonely Planet-reisgidsen waar ik verdacht veel journalisten gretig gebruik van zag maken. Op een enkel artikel na heb ik de afgelopen jaren geen duiding van de etnisch-historische context in Afghanistan kunnen vinden.

Wel talloze berichten over aantallen slachtoffers bij aanslagen. Maar die geven geen inzicht.

Enerzijds is het probleem voor de journalist dat hij maar weinig ruimte of tijd heeft om een groot onderwerp te verslaan. Anderzijds reflecteert hij zelf niet voldoende op zijn eigen positie. Wat zijn de werkomstandigheden op locatie, hoe afhankelijk ben je van tolken, fixers en chauffeurs? Dergelijke ‘nevenzaken’ hebben een veel grotere invloed op de nieuwsgaring dan wordt onderkend. Ook de gemiddelde hoofdredactie heeft geen oog voor die context. Doen alsof er sprake is van journalistieke objectiviteit is dan ook belachelijk.

Ik begrijp wel dat academisch onderzoek te veel gevraagd is. Maar wat – op z’n minst – wel kan, is je grondig verdiepen in het land, de etnische verhoudingen, de geschiedenis en de religieus-sektarische breuklijnen die het land tekenen. Goed, objectieve journalistiek is onmogelijk. Maar dat als een feit erkennen, is in ieder geval een goed begin. Integere journalistiek is wel mogelijk. En die komt er als de journalist volledig transparante en reflectieve berichtgeving nastreeft.


Ayatollah Musa, een Nederlandse Hazara, reisde de afgelopen jaren veel in Afgha-nistan en Pakistan als freelance journalist en onderzoeker. Dankzij zijn kennis van de plaatselijke culturen en talen kon hij zich als een van de weinige westerse (foto)journalisten vrij bewegen zonder militair toezicht. Daarnaast deed en doet Musa onderzoek naar de geschiedenis en diaspora van de Hazara, een volk dat leeft in Afghanistan, Pakistan en Irak; hij werkt ook aan een literair fotoboek over deze etnische groep. Momenteel werkt Musa als curator bij De Nieuwe Oogst (DNO), een nieuwe kunstinstelling in Rotterdam.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ayatollah Musa