Dries liet het afweten

We wisten al dat Dries van Agt zich in zijn tijd als bewindspersoon niet uitzonderlijk inspande: regeren was bij hem vooral een kwestie van delegeren. Zelden krijgen we echter een inkijkje in de emoties die dit destijds bij andere bewindslieden losmaakte. Zoals bij Wim Polak, PvdA-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl (1973-1977), waarin Van Agt minister van Justitie en vicepremier was. In het Stadsarchief Amsterdam trof HP/De Tijd een brief waarin Polak, inmiddels nét benoemd tot burgemeester van Amsterdam, zijn voormalige collega bij de enkels afzaagt.

De brief, gedateerd 12 mei 1977, kwam er nadat Polak in een interview met Bibeb in Vrij Nederland kritiek had geuit op het functioneren van Van Agt als minister. Die laatste vroeg hem in een kort briefje om opheldering, en die kon hij krijgen. Het is ‘zeker niet de bedoeling dat dit gepubliceerd zal worden’, schrijft Polak. In de persoonlijke brief stelt Polak vast dat Van Agt zich in die dagen als lijsttrekker nadrukkelijk presenteert als kandidaat-premier. En daar wil hij, nu hem de kans wordt geboden, best zijn zegje over doen. Polak is klip en klaar: “Ik zie dat voor jou niet zitten. Daar mis je enkele organisatorische en psychologische capaciteiten voor.”

Polak doelt op de enorme achterstand in dossiers die door de minister van Justitie op zijn departement moest worden weggewerkt. Stápels lagen er. Het is niet zo gek dat iemand je een slechte manager vindt, zo schrijft hij aan Van Agt. “Als je deze brief in je kamer op het departement leest, zou ik willen vragen: kijk eens om je heen…” Polak vervolgt: “Een van de collega’s (ik wil je, als je daarom vraagt, zijn naam wel noemen) zei mij laatst: ‘Als ik een handtekening van Dries moet hebben, stuur ik het dossier niet naar hem toe, want dat kan oneindig lang duren. Ik ga gewoon naar zijn kamer en zeg: Dries, teken dit even.'”

“Persoonlijk heb ik je altijd ervaren als een bewindsman die zeer solistisch te werk gaat. (-) Die een grote stroom van zaken op zijn departement eenvoudig laat liggen. (-) Ik vind dat de viceminister-president een andere rol behoort te spelen dan jij hebt gedaan. Je wás eenvoudig niet de plaatsvervangend leider van de club, ook al begrijp ik dat dat naast een duizendpoot als Joop erg moeilijk is.”


Polak wijst erop dat Van Agt veelvuldig absent was bij de bijeenkomsten van de verschillende onderraden van de ministerraad, en ook bij de vergaderingen van het kabinet zelf. Alleen de minister van Buitenlandse Zaken was volgens Polak vaker afwezig dan Van Agt. “Dat je op de laatste vrijdagvergadering van het kabinet, toen de crisis (het kabinet-Den Uyl viel in 1977 over de grondpolitiek – red.) al levensgroot boven de horizon kwam, wegens ziekte ontbrak, maar ‘s avonds wel in Middelstum verscheen, was niet alleen een politieke fout, maar ook een falen als vicepremier.”

Twee maanden later antwoordt Van Agt, dan bijna premier, in de van hem bekende laconieke stijl. Hij excuseert zich omdat hij had moeten afzeggen voor een ontvangst die Polak had georganiseerd voor de oud-collega’s en dankt hem dan voor de openhartige kritiek. “Het zal wel een illusie zijn te denken dat wij daar later nog eens over kunnen praten, want wij verdrinken allemaal in de besognes van onze ambten.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import haagse post