Licht en verstild

Wie is de grootste Nederlandse historicus van na de Tweede Wereldoorlog? Er zijn aardig wat kandidaten, denk ik: Kossmann en Wesseling, Jacques Presser en Lou de Jong, Piet de Rooy, Cees Fasseur en Maarten van Rossem. Maar A. Th. van Deursen hoort zeker ook in dit rijtje van namen thuis. Bij een verkiezing zou ik zelfs op hem stemmen.

Wat zo bewonderenswaardig is aan Van Deursen en zijn oeuvre is zijn onverstoorbaarheid. Hij is altijd gebleven die hij was en heeft zich nooit geroepen gevoeld met enige mode mee te gaan. Het zijn vooral zijn vakmanschap en visie die een prachtige combinatie met elkaar zijn aangegaan. Als je vroeger bij Van Deursen op zijn kamer aan de Vrije Universiteit kwam, stonden daar wel wat boeken, maar vooral schoenendozen. In die dozen zaten – in een tijd waarin al dit handwerk nog niet door de computer was overgenomen – kaartjes met allerlei feiten en wetenswaardigheden, veelal ontleend aan voor het eerst ontgonnen archiefmateriaal. Die feiten en wetenswaardigheden vormden het materiaal van waaruit Van Deursen zijn boeken opbouwde.

Onze eigen Gouden Eeuw was zijn specialiteit. Hij schreef over Bavianen en Slijkgeuzen, de elkaar verbijtende en veretende protestantse facties die midden in een oorlogsbestand met elkaar op een Nationale Synode op de vuist gingen. Hij schreef over de gewone mensen, over de bewoners van het dorp Graft en hun besognes en geloof, over Maurits, de Oranje die de regent Van Oldenbarnevelt op het schavot bracht. Zijn studies op dit gebied culmineerden, wat mij betreft, in het overzichtswerk De last van veel geluk, dat uit het hoofd geschreven schijnt door iemand die de stof tot in de kleinste details beheerst en dat niet meer hoeft te bewijzen.

Hij schreef ook een boek over zijn eigen Vrije Universiteit, een boek waarin wordt vastgesteld dat die universiteit haar gereformeerde pretenties eigenlijk niet heeft kunnen waarmaken. Vroeger waren er mensen die dat betreurden omdat ze er wel naar streefden, maar dat is nu allang niet meer het geval. Van Deursen behoort tot de kleine groep mensen die dat falen nog steeds betreurt en graag een Vrije Universiteit met een uitgesproken christelijk karakter had gezien.


Getuigt zijn eigen werk van een uitgesproken christelijk karakter? Het gereformeerde geloof van de auteur hangt nergens zwaar boven de pagina’s. Dat hoeft ook niet, want het belangrijkste gebod waaraan je als christen hebt te voldoen, is dat je je naaste uit liefde recht doet, ook je naaste uit een ver verleden, en daartoe moet je hun levens opsporen en reconstrueren en een eerlijk verhaal vertellen.

Naast al die geschiedenisboeken heeft Van Deursen ook een klein oeuvre als cultuurcriticus opgebouwd, en daarin klinkt zijn geloof als vanzelf veel duidelijker door dan in zijn andere werk. De belangrijkste bijdragen die Van Deursen op dit gebied heeft geleverd, zijn nu door de historicus Ton van der Schans in een kloeke bundel bijeengebracht. Het is een mooi boek geworden, zeer lezenswaardig ook, zelfs voor de lezer die misschien niet het geloof deelt van waaruit dit alles is geschreven. Van Deursen wijst ziektes aan in onze cultuur en weet ook waar het medicijn te vinden is. Hij weet dat zijn tijdgenoten dat medicijn uitspuwen zoals vroeger de levertraan van hun moeders.De lichte stijl van Van Deursen krijgt daardoor in de mooiste bijdragen in deze bundel een bepaalde verstildheid, de stijl van de teleurgestelde wijze.

A.Th. van Deursen: De geest is meer dan het lichaam. Bert Bakker, €19,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Bart Jan Spruyt