Niet van een vreemde

Omdat het Jan Mulder-maand is, gingen mijn gedachten de afgelopen dagen onwillekeurig terug naar 1990, toen ik als een van de eerste landelijke mediavertegenwoordigers een groot interview had met zoon Youri. Dit voor een blad waarvan ik de naam niet kan noemen omdat het Panorama is. De weerslag van dat genoeglijke vraaggesprek had ik destijds graag gepubliceerd zien worden onder de kop ‘Niet van een vreemde’, maar een eindredacteur die meende dat hij moest werken voor zijn geld veranderde dat eigenhandig in ‘De zoon van zijn vader’, wat ik veel minder sterk vond. Mooi dat ik dat nu, twintig jaar na dato, toch nog kan herstellen.

Anno 2010 is het nauwelijks meer voor te stellen, maar ooit was de uiterst mediageniek gebleken Youri Mulder iemand die nog helemaal bij het grote publiek moest worden geïntroduceerd. Aangezien ik veel – ik mag niet liegen – álles wat ik ooit geschreven heb bewaar (tot de prijs van oud papier sky high is gestegen – en ver daarna) kan ik nog precies teruglezen hoe ik dat destijds deed. De inleiding is gezwollen. “Redt hij het uiteindelijk niet in de keiharde jungle van het profvoetbal, dan blijven er voor Youri Mulder (21) twee mogelijkheden over. Of hij gaat de geschiedenis in als de broer van Gerrit, ‘de laat-twintigste-eeuwse expressionistische schilder met de enorme scheppingsdrang’, óf hij zal tot in lengte van dagen het stempel de zoon van Jan, de ‘onderkoelde literator die het begrip voetbalknie een extra dimensie gaf’ met zich meedragen.” Merkwaardig dat dit zo de kiosk heeft gehaald, want die broer heet Geret – en ik had de tekst vóór publicatie naar de Mulders gefaxt!

Ik ontmoette de neo-prof van FC Twente gewoon bij hem thuis – dat kon toen nog – in ‘een nog maar nauwelijks gemeubileerde flat in het centrum van Enschede’ en moet tot mijn schande bekennen dat ik hem tijdens het gesprek de meest gruwelijke aller schoolkrantvragen heb gesteld. Jazeker, hij had hobby’s. Wijzend op een dode tak in een pot in die kale flat riep hij: “Tuinieren!” Later zou hij zeggen dat hij het jammer vond dat die grap de kolommen niet had gehaald.

Vréselijk vond hij het, om altijd maar vergeleken te worden met zijn vader. “Wat is er nou zo bijzonder aan dat ik de zoon ben van een bekende voetballer? Van Hanegem, Kraay, Muller… Straks die Cruijff natuurlijk… Het is doodgewoon, het komt zo vaak voor.”


Met ‘Muller’ werd Danny Muller bedoeld, de spruit van Bennie. Grote kans dat beide namen onze jongere lezers niets meer zeggen.

Als antwoord op de vermaledijde hobbyvraag laat Youri in de gedrukte versie van het gesprek ‘wat ondefinieerbaar gerangschikte krassen houtskool’ zien. Zich verontschuldigend: “Een tijd geleden gemaakt hoor.” Dat voorzetje werd door de interviewer ingekopt met een gevat ‘Toen woonde je zeker nog in Brussel?’ Daar moest Youri, zie ik nu, om bulderen. Hij leefde tot zijn vierde jaar in België, vandaar.

Talrijke pogingen om het toch over vader Jan te hebben volgden (over latente literaire aspiraties: “Is je nooit gevraagd om eens een column te maken? Hans Kraay junior mag dat ook hier en daar en die schrijft ongeveer zoals ik voetbal” – “Ik schrijf nooit. Ja, vroeger op school weleens, een opstelletje. Haalde ik met moeite een zesje”), waarna De Zoon Van Zijn Vader uiteindelijk resoluut zei: “Ik ga geen uitspraken doen over mijn vader. Dat hebben we afgesproken, hij doet het ook niet over mij. Echt, geen woord meer.” En: “Mijn vader zegt: ‘We moeten geen duo worden, Youri.'”

Die laatste opmerking was de enige die hij graag uit het verhaal geschrapt zag worden. Alsof hij voorvoelde dat hij twee decennia later bijna wekelijks met zijn vader zou aanschuiven bij Studio Voetbal, als duo. En dat hij dan tot vervelens toe met zo’n stokoude quote om de oren kon worden geslagen.

Volgende week: een schone luier voor Urby Emanuelson (onder voorbehoud)

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import michiel blijboom