De tijd dringt

In mijn laatste column van 2010 waarschuwde ik dat het kortzichtig zou zijn om voor ‘Israël’ en ‘Iran’ op de pro-westerse regimes in Egypte, Jordanië en Saoedi-Arabië te blijven vertrouwen, omdat de bevolking daar er anders tegenaan kijkt. Dit in reactie op collega Van Baar, die even eerder Iran tot hoofdprobleem en Israël tot nevenprobleem voor onze relatie met het Midden-Oosten had verklaard.

Ik schreef toen, inzake het westerse wegkijken bij alle mensenrechtenschendingen door Netanyahu en Mubarak: “Ook hebben we, als uiteindelijk de dictatoriale dam in Caïro door een revolutie breekt, ginds weinig grond meer om op te staan, omdat een nieuw, meer islamitisch én meer democratisch Egyptisch bewind dan in Iran het kleinere kwaad zal zien.”

Veel sneller dan ik verwachtte, is dit actueel geworden. Zeker: de Egyptische Opstand richt zich als zodanig niet tegen Israël of het Westen, maar heeft wel grote consequenties voor de internationale verhoudingen. Ook Moebaraks seculiere opponent El Baradei heeft al laten weten dat de oude koers van Caïro niet onverkort zal worden voortgezet, en voor de Moslim Broederschap geldt dat nog meer.

Niet toevallig hebben Washington en West-Jeruzalem zo zenuwachtig op het wankelen van Moebaraks troon gereageerd. Israël gaat er prat op de enige democratie in de regio te zijn en wil dat graag zo houden. De pers windt er geen doekjes om: Moebarak is dan wel een boef, maar tenminste ónze boef, want hij staat voor stabiliteit.

Die stabiliteit vormt echter tegelijkertijd wel de dekmantel voor roof. Middels Amerikaanse wapenleveranties aan het lijntje gehouden, hebben de bevriende Arabische autocraten moeten zwijgen over de ononderbroken voortgaande Israëlische kolonisatie ten koste van de Palestijnen, die door de Arabieren als broedervolk worden gezien. Dat vergde van die autocraten intern een straffe hand. De prijs werd door hun onderdanen betaald, en die willen zich niet langer meer laten onderdrukken teneinde Israël te plezieren.


Met de Egyptische Revolutie lijkt thans een constellatie te kantelen, die onvermijdelijk eens kantelen moest. De Amerikaanse politiek heeft zich decennialang te makkelijk aan de Israëlische ondergeschikt gemaakt, erop vertrouwend dat, ongeacht de publieke opinie, een cordon sanitaire van autocratische bondgenoten tegen Iran wel gedwongen zou zijn haar te volgen – tegen een Iran, dat zich steeds meer als woordvoerder van de ontrechte Palestijnen ging opwerpen. Zolang de Koude Oorlog duurde, hadden die bondgenoten inderdaad niet zoveel keus. En na de implosie van de Sovjet-Unie vormden de Verenigde Staten de enige supermacht, zodat ze opnieuw niet veel keuze hadden, op straffe van een Iran-achtig isolement.

In hun ideologische overwinningsroes heeft Amerika toen nagelaten Israël onder druk te zetten, ook uit angst voor de machtige Israël-lobby thuis: democratieën zijn gericht op de korte termijn, en dus schuiven veel politici het ruziemaken liever door naar hun opvolgers zolang de kwestie niet superurgent lijkt.

Zodoende kreeg Israël de handen vrij. Recente onthullingen hebben duidelijk gemaakt hoe weinig de huidige ultrarechtse regering aldaar bereid is voor vrede concessies te doen. Het seculiere Fatah wilde vrijwel alles inleveren en staat nu bij de Palestijnen nog meer als verrader en westerse pion te boek, wat betekent: vrij baan voor Hamas.

De oude politiek van Washington om overal in het Midden-Oosten autocratieën in stand te houden, aangezien democratisering in minder pro-Israëlische regeringen zou resulteren, is failliet. Mede door eigen toedoen is Iran een geduchte regionale grootmacht geworden: het is onder de sjah door Amerika zelf zwaar bewapend en door Bushs verwijdering van een recalcitrant geworden Saddam Hoessein (op zíjn beurt na 1979 mede door de Amerikanen zwaar bewapend als tegenwicht voor het ontglipte Iran) van een grote concurrent bevrijd: het in meerderheid sjiitische Irak raakt steeds meer in de invloedssfeer van het eveneens sjiitische Iran. Dat heeft recent ook via Hezbollah in Libanon zijn slag geslagen.


In Turkije, een andere belangrijke Amerikaanse steunpilaar, hebben de seculiere kemalisten voor gematigde islamisten plaatsgemaakt, met al even zichtbare consequenties: meer afstand tot Israël, minder tot Iran. En nu is er dus Egypte, dat zich – als het democratischer wordt – soortgelijk zal gedragen.

Het Westen kan tussen Rode Zee en Gele Zee niet langer met Israël als enige ankerpunt volstaan. Amerika heeft ginds niet meer bewapende, maar meer betrouwbare partners nodig. De nu in ijltempo verschuivende machtsbalans vereist een nieuwe strategie teneinde nog enige invloed te behouden – en dat zou ook degenen in Nederland, die zich steeds weer pavlovachtig achter Israël opstellen, eindelijk aan het denken moeten zetten. Ook voor hen geldt: de tijd dringt.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import thomas von der dunk