Een goed gesprek met Henk Krol

We zijn neergestreken in Karpendonkse Hoeve in Eindhoven. Aan tafel Rein Welschen (69) en zijn vrouw Anneke van Alphen. Welschen was van 1992 tot 2003 burgemeester van Eindhoven. Hij kreeg landelijke bekendheid door zijn voorzitterschappen van landelijke ministeriële commissies en vele televisieoptredens, werd meermaals werd gevraagd voor een ministerspost, die hij steeds weigerde. Tijdens zijn burgemeesterschap verhuisde het hoofdkantoor van Philips naar Amsterdam, ging autofabrikant DAF failliet en confronteerde het noodlot hem met de Hercules-ramp op de luchthaven van Eindhoven.

Vijfenhalf jaar geleden kreeg hij een enorme dreun te verwerken: er werd een non-Hodgkin-lymfoom in de hersenen gediagnosticeerd. Zijn artsen gaven hem hooguit enkele maanden, maar Welschen hield stand. Hij overwon de ziekte, die daarna nog twee keer terugkwam op andere plaatsen in zijn lichaam, en kreeg in die periode vier extra kleinkinderen: “Leuk spul is dat.”

Je weelderige krullen zijn verdwenen, maar je oogt energiek. Hoe gaat het met je?

“Ik heb voor de vierde keer die vorm van kanker, nu op de huid van mijn rug. De dokter zei me dat ze me waarschijnlijk niet meer kunnen helpen, maar ik blijf doorknokken. Anneke en ik gaan straks naar het ziekenhuis om te bespreken of een groep specialisten in Leiden wellicht nog iets voor me kan betekenen.”

Hoe kun je er onder deze omstandigheden toch zo levenslustig uitzien?

“Het is vooral de krachttraining die me enorm heeft geholpen. En natuurlijk de steun van Anneke. Ik ontdekte dat je de negatieve gevolgen van een chemokuur het best kunt tegengaan met sport en krachttraining. Dat is beter dan in bed gaan liggen of achter de geraniums kruipen.”

Hoe lang ken je Anneke al?

“Al sinds de middelbare school.” Anneke schuift wat dichterbij. “Rein zat in het volleybalteam van zijn lyceum in Breda. In die tijd alleen jongens. Ik zat ook op een middelbare school. In hetzelfde gebouw, maar wel enkele etages hoger. We waren strikt gescheiden. Op het schoolplein was een streep getrokken: links de jongens, rechts de meiden. Maar zijn godsdienstleraar en mijn leraar Nederlands begonnen elk een volleybalteam. Zo kwamen we met elkaar in contact.”


Rein: “En wij niet alleen. Vijf van de zes leden van het mannenteam zijn uiteindelijk getrouwd met vijf van de zes leden van het vrouwenteam.”

Anneke ziet mijn verbaasde blik: “Ja, écht! En volgens mij zijn alle vijf die paren – voor zover nog in leven, nu 53 jaar later – nog steeds bij elkaar.”

Je bent geboren in Breda, maar je familie kwam uit Rotterdam. Het waren onder meer wetenschappers en ondernemers. Hoe kwam jij in de politiek?

“Ik ben opgeleid als bioloog en wilde eigenlijk lesgeven. Al tijdens het tweede jaar van mijn studie ben ik daar mee begonnen. Toen ik daarna fulltime in het onderwijs belandde, merkte ik al snel dat dit niet mijn roeping was. Ik ben toen aan de slag gegaan als wetenschappelijk medewerker aan de medische faculteit van de Rotterdamse universiteit. Omdat ik les bleef geven aan artsen in opleiding, kon ik onderwijs combineren met eigen onderzoek. Dat heb ik tien jaar gedaan. Gepromoveerd ben ik ook. Daarna raakte ik gefascineerd door de vraag welke invloed hormonen hebben op menselijk gedrag. Daarom wilde ik in Tilburg psychologie studeren, maar hoewel ik was afgestudeerd als bioloog en gepromoveerd in de geneeskunde, kreeg ik geen enkele vrijstelling. Toen heb ik bewust voor mijn gezin gekozen, Anneke en ik hadden inmiddels twee kinderen. Ik nam zelfs een dag in de week vrij om Anneke in de gelegenheid te stellen haar studie fysiotherapie af te ronden. Zo werd ik deeltijdhuisman.

“Het moet in die tijd zijn geweest dat ik een keer binnenwandelde op een bijeenkomst van de PvdA. Daar was men heel blij met zo’n wetenschapper die kennelijk politieke belangstelling had. Dus was ik binnen de kortste keren voorzitter van de afdeling Breda en moest ik kandidaten zoeken voor de gemeenteraad.”


En vanaf dat moment ging je politieke loopbaan over rozen?

“Nee, zeker niet. Ik had veertien geschikte kandidaten gevonden en we kregen ook veertien zetels, maar mijn fractieleden wilden onder geen enkele voorwaarde samenwerken met de VVD. Daardoor kwamen we in de oppositie terecht. Ik vind juist dat je als politieke groepering altijd moet streven naar bestuursverantwoordelijkheid. De leden van mijn fractie dachten daar anders over; die vonden het wel leuk, zo’n protestpositie. Dat werd mijn erfenis toen ik vier jaar later lijsttrekker werd. De afdeling schaarde zich achter mijn standpunt, maar mijn eigen fractie lag dwars. Om de onderlinge verschillen te overbruggen, reisde ik vaak naar het hoofdbureau van de PvdA in Amsterdam en leerde ik daar de kopstukken uit die tijd kennen. Die haalden me over om politiek steeds actiever te worden. Ik werd wethouder en leerde gaandeweg het vak van volksvertegenwoordiger.”

Het voorgerecht komt op tafel. Ingrid, de dochter van de legendarische gastheer Leo van Eeghem, brengt ons een combinatie van verse tonijn, pompoen, pistache en avocadomayonaise. Daar hoort een glaasje witte Domaine de Montine bij.

Had je nog wat aan je oorspronkelijke opleiding?

“Enorm veel. Als onderzoeker en projectleider leer je met verschillende mensen en andere meningen omgaan. Je weet dat teambuilding uitermate belangrijk is. Je weet ook dat alles wat je doet inhoud moet hebben. Dat is iets waar lang niet alle politici oog voor hebben.”

Je stond ook bekend als bruggenbouwer. Bernard Welten, hoofdcommissaris van politie in Amsterdam en net als jij ook in Breda geboren, zei me dat hij in die tijd met bewondering naar je keek. Hij hoopte dat hij zelf ooit tien procent van jouw tact en wijsheid zou kunnen ontwikkelen.


“Dat is te veel eer, maar dank voor het compliment. Politici hebben een maatschappelijke functie. Ze beheren veel gemeenschapsgeld. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Dat kun je leren van bestuurders van grote organisaties en van mensen in het bedrijfsleven. Bovendien leerde ik dat je alle mensen moet ontmoeten die bij een onderwerp van belang zijn. Je moet ze niet ontbieden, maar zelf naar ze toe gaan – zo deed ik dat later ook als provinciebestuurder. Haal de mensen die bij een bepaalde samenwerking nodig zijn niet naar het provinciehuis, maar ga op de koffie.

“Bij mijn aantreden als gedeputeerde, in 1987, was Brabant de meest vervuilde provincie. Daar wilde ik wat aan doen. Dat valt niet mee, want je hebt ook de boeren nodig. Die zijn onderling erg goed georganiseerd. In de wintermaanden hebben ze volop tijd hun belangen te bundelen. Als bestuurder moet je dan erg sterk in je schoenen staan, maar als bioloog had ik natuurlijk wel kennis van zaken. Dat kwam me ook van pas toen ik Organon in Oss moest verplichten om de uitstoot van koolwaterstof terug te dringen. De toenmalige directeur zette de hakken in het zand. Hij kreeg zelfs steun van Jan Marijnissen. Toch bleef ik bij mijn argumenten, en na er een wisseling van de wacht in de directie van deze internationale farmaceutische multinational, bleek dat ze zelfs schoner konden produceren dan aanvankelijk werd afgedwongen.”

In 1992 werd je gevraagd burgemeester te worden van Eindhoven.

“Met Anneke heb ik overlegd of we dat moesten doen. Uiteindelijk stemden we in. En wéér kwamen er lijken uit de kast. De zittende gemeentesecretaris had een idioot systeem ontwikkeld waarbij burgemeester en wethouders buitenspel waren gezet. Het heeft me heel wat kruim gekost dat recht te breien. Eenmaal overwonnen kwamen de volgende problemen. Een jaar later lag Philips op z’n kant, ging DAF failliet, en met heel veel toeleveringsbedrijven ging het ook helemaal mis. Cor Baan van DAF ging reorganiseren en schreef zijn vijfduizend medewerkers een brief waaruit bleek dat de helft zonder financiële regeling op straat zou komen te staan, en de andere helft mocht blijven als ze genoegen nam met een salarisvermindering. De hele regio lag ineens op z’n rug. In die omstandigheid moet je veel mensen bezoeken en om advies vragen. Er was ook een actieprogramma nodig om de kleine bedrijven een kans te geven er weer bovenop te komen.


Hoe heb je dat aangepakt?

“De meeste politici die ik aanklampte, gingen meehuilen met de wolven in het bos. Daar had ik op dat moment niets aan. Yvonne van Rooy, geboren in Eindhoven en toen staatssecretaris Economische Zaken, bleek de reddende engel. Ik weet nog hoe ze uit Brussel terugkwam naar Eindhoven, met een kroket in een zakje omdat ze zichzelf geen tijd gunde voor een fatsoenlijke maaltijd. Ze meldde dat Europa steun kon verlenen omdat we als achterstandsregio na zo veel ontslagen in aanmerking kwamen voor subsidie. Er moesten dan ook andere financiers worden gevonden. Dat lukte. Minister Andriessen zorgde ervoor dat DAF een doorstart kon maken. Maar het bleek vooral lastig om de directeuren van middelgrote bedrijven te overtuigen. Die vreesden voor imagoschade nu ze het etiket ‘achterstandsregio’ opgeplakt kregen.”

Maar je kreeg iedereen toch weer op één lijn?

“Uiteindelijk ging men mee: de bedrijven, Europa, de landelijke overheid én de provincie. Dat was mede te danken aan het feit dat we een Samenwerkingsverband Regio Eindhoven hadden. Van de bewoners van 32 gemeenten vroegen we elf gulden vijftig per jaar. Daarmee hadden we jaarlijks acht miljoen gulden te besteden. Dat was voldoende om andere financiële bronnen aan te boren. Daardoor konden we de regio weer op de kaart zetten. Dat leidde tot Brainport, waarmee we de top van de Europese innovaties binnenhaalden. Die hele geschiedenis is prachtig opgetekend in het boek Stille krachten.”

Vervolgens besloot Philips zijn hoofdkantoor te verplaatsen naar Amsterdam.

“Binnen dat bedrijf werd Jan Timmer opgevolgd door Cor Boonstra. Die belde me met de mededeling dat het geen pas gaf dat zijn hoofdkantoor in een simpele volkswijk stond. Geen gezicht. Zo kon hij geen buitenlandse gasten ontvangen. Hij ergerde zich enorm aan een daar door de gemeente aangelegd speelveldje met autobanden. Wat moest ik doen? Tegenhangen in de media zou ons niet helpen. Daarmee draaide je die beslissing niet terug. Boonstra ontbood Frank Houben, commissaris van de koningin, en mij. Later werd ook Theo Hurks, de bouwondernemer en voorzitter van de Kamer van Koophandel, erbij betrokken. We bedachten dat we maar beter een tegenprestatie konden vragen. Als Philips de afdeling Development en Research in Eindhoven zou versterken, zouden wij als gemeente niet dwars gaan liggen. Theo Hurks bedacht nog dat Philips bovendien ongebruikte patenten zou overdragen aan kleine bedrijven in onze regio. Boonstra ging akkoord. Het gevolg is dat we nu twee prachtige campussen hebben en internationaal aanzien genieten.”


Chef-kok Peter Koehn komt met zijn hoofdgerecht: kalfsrugmedaillons met een citroensaus en dagverse asperges. De bijbehorende wijn is een pinot noir van Steinfeld uit Oostenrijk.

Dan lijkt alles op orde en valt er een vliegtuig uit de lucht.

“Anneke en ik waren op vakantie in Frankrijk. We stonden met onze tent op een plek zonder gsm-bereik. Uiteindelijk kreeg ik mijn zoon via de receptie van de camping aan de lijn. Hij vertelde dat er iets was misgegaan op Eindhoven Airport. We zijn zo snel mogelijk teruggevlogen.

“Bij terugkomst in Nederland zag ik het meteen: dramatisch, 34 doden, enorme emotie – ook bij onszelf. Wat kon ik doen voor de nabestaanden? Van het beleidsteam hoorde ik verhalen die me enorm tegenvielen. De alarmering was niet goed gegaan, defensie had ondanks de goede inzet de zaak tegen de regels in naar zich toegetrokken en gedaan alsof het hún ramp was. Maar er was veel meer misgegaan. Zo was de brandweer tien minuten later vertrokken dan had gekund. Ik wist meteen: hier moet onafhankelijk onderzoek komen. Pas na drie kwartier werden de eerste slachtoffers uit het brandende toestel gehaald. Daar deden de meest afschuwelijke verhalen de ronde over. Betrokkenen beweerden dat overlevenden met brandweerslangen waren gekoeld. Die zouden door verdrinking alsnog om het leven zijn gekomen. Toen ik dat hoorde, heb ik iedereen bij elkaar geroepen en gezegd dat we dergelijke verhalen, als we het niet honderd procent zeker wisten, niet naar buiten konden brengen. Dat was onaanvaardbaar voor de familieleden, maar het leed was al geschied.

“Er kwam een stichting van nabestaanden die me hiermee zwaar op de schouders zat, zeker toen het Eindhovens Dagblad hun zijde koos. Het was de zwaarste tijd uit mijn carrière. Om die reden ben ik naar Hans Dijkstal gegaan, de minister van Binnenlandse Zaken, naar Wim Kok en Frank Houben. Ik heb ze laten weten dat ik wilde aftreden. Ze hebben me dat sterk ontraden, en daar ben ik ze tot de dag van vandaag dankbaar voor. Alle onderzoeken, ook het afsluitende van Pieter van Vollenhoven, tonen aan dat er geen bewijzen zijn dat een andere aanpak tot minder doden zou hebben geleid. Vervolgens heb ik zelf kunnen meehelpen aan het landelijk verbeteren van de veiligheid in soortgelijke situaties. De mensen van toen zijn er niet mee geholpen, maar laten we hopen dat het heeft bijgedragen aan een betere rampenbestrijding daarna.”


En dan wil je alsnog stoppen als burgemeester.

“Klopt. Ik was voorstander van een stadsprovincie zoals ook voor de regio Rijnmond was bedacht. Die stadsprovincies werden door het Rijk afgeblazen. De provincie had toegezegd dat bij het stoppen van de stadsprovincie grootschalige herindeling rond Eindhoven zou plaatsvinden. Herindeling, in wat voor vorm dan ook, was nodig omdat grote steden zorgen voor een goede sociale en culturele infrastructuur, waar randgemeenten financieel nauwelijks aan bijdragen. Ik dacht iedereen op één lijn te hebben, maar ineens trokken enkele CDA’ers de stekker eruit. De provincie was plotseling tegen herindeling: gewoon woordbreuk. Ook de nieuwe VVD-minister veranderde het bestaande en afgesproken beleid. Waar in Brabant overal herindeling had plaatsgevonden, bleven Eindhoven en Helmond klein en werden de problemen niet opgelost. Toen dacht ik: jullie kunnen barsten.”

Daarna ben je nog wel waarnemer geweest in andere gemeenten.

“Ja, dat was voor de nieuwe fusiegemeente Westland. Net toen ze me vervolgens polsten voor de vervanging in Sittard/Geleen, ging het mis. Ik belde met de oud-burgemeester en vroeg of er addertjes onder het gras zaten. We zaten een uur met elkaar aan de lijn toen ik me duizelig voelde worden. Nadat ik de hoorn had neergelegd, viel ik letterlijk om. In het ziekenhuis bleek een tumor in mijn hersenen te zitten. In een maand groeide die van twee naar zes centimeter. Toen is me verteld dat ik nog maar kort te leven zou hebben.”

Anneke wijst op haar horloge: het wordt tijd voor het ziekenhuis. Rein mijmert: “Johan Cruijff zei ooit: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’ Dat klopt. Door mijn ziekte heb ik nu veel meer tijd voor Anneke, voor mijn kinderen, kleinkinderen en onze vrienden. Maar ook voor andere boeken, voor religie en voor filosofie. En kijk eens: we zijn ruim vijf jaar verder. Ik heb er vier kleinkinderen bijgekregen. Dat is rijkdom, een prachtige cadeautijd.”


De Karpendonkse Hoeve, gelegen aan de gelijknamige plas in Eindhoven, is een zaak met tradities en een Michelinster. Ingrid van Eeghem nam na haar vaders dood diens zaak over. Als eerbetoon herstelde ze de gewoonte om elk jaar guest chefs uit alle delen van de wereld naar Eindhoven te halen om een weekje te koken met Peter Koehn. Hij is met zijn 33 dienstjaren de langst zittende sterrenkok van Nederland. Van 12 tot en met 17 september kookt hij met de Japanner Katsumasa Kitajima. De Karpendonkse Hoeve krijgt van ons zeven HP’tjes.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import aan tafel