‘Ik help kinderen hun gevoelens te verwoorden’

Peter Bressers leven liep op rolletjes, vond hij zelf. Totdat een radicale verandering hem de ogen opende. Toen móest hij wel een kinderboek schrijven. Begin juni gaat ook Pjotr de musical in première.

Hallo wie ben jij? Ik ben Pjotr heet het debuut van Peter Bresser (44) dat vorig jaar verscheen. En het is anders dan alle andere kinderboeken. Het gaat weliswaar over een heel gewoon jongetje van acht, met blond haar en een bril. Een jongetje dat van voetballen houdt en vriendjes zoekt op school.

Maar Pjotr moet verhuizen omdat zijn ouders gaan scheiden. Dat is al wat minder normaal. Dan blijkt Pjotr ook nog eens geadopteerd. Hij wordt gepest en moet daarom opnieuw naar een andere school. Hij wil niet meer naar zijn vader omdat die samenwoont met zijn secretaresse.

Wat een narigheid, en dat allemaal in één boek geperst. “Ik heb het allemaal zelf meegemaakt,” zegt Peter Bresser stralend. “En daarom moest het er allemaal in.”

Waar gebeurd is geen excuus, zeggen schrijvers dan. Goede literatuur kan de werkelijkheid niet gebruiken. De realiteit is soms zo fantastisch dat het je verhaal ongeloofwaardig maakt.

Maar bij Pjotr ligt dat anders.

Dit kinderboek, vorig jaar in eigen beheer verschenen, ontleent zijn kracht juist aan het feit dat de schrijver over zijn echte jeugd schrijft. Peter Bresser wéét hoe het voelt om al deze verwarrende emoties op achtjarige leeftijd te verwerken te krijgen. Hij schrijft daardoor met een eerlijkheid die diep raakt. Kinderen in soortgelijke situaties herkennen de avonturen van Pjotr. Zij zijn overigens met velen: grofweg een derde van alle Nederlandse kinderen krijgt immers te maken met een scheiding. En anders wel met verhuizing, pesterijen en afwijzing door vriendjes. En natuurlijk ook weleens met adoptie.

“Ik koester het kind in mezelf,” zegt Bresser over zijn vermogen kinderen zo aan te spreken met zijn boekje. “Als ik schrijf, denk ik, net als een kind, heel oorspronkelijk. Ik vergeet wat hoort, mag en moet. Dat gaat vanzelf, en het zal ongetwijfeld met mijn ervaringen te maken hebben.”


Toen Bresser op 6 september 1966 ter wereld kwam, was zijn moeder zeventien. Ze beviel in een klooster in Utrecht, want in het dorp waar ze woonde mocht niemand weten dat ze per ongeluk zwanger was geraakt van haar vriendje. Zes weken na de bevalling mocht zijn moeder weer naar huis en Peter belandde in een adoptiegezin. “Dat ze mij niet mocht houden, en dat ze tijdens haar zwangerschap geen liefde voor me mocht voelen, heeft mijn moeder verscheurd,” zegt Bresser. “Dat heeft ze me later geschreven, ik denk op haar sterfbed. Ze leed aan kanker, maar ze schreef: ‘Ik sterf aan verdriet.'”

In het adoptiegezin was Bresser de oudste zoon – na hem werden twee eigen kinderen geboren. Zijn biologische moeder kwam aanvankelijk regelmatig op bezoek, maar na Bressers tweede verjaardag niet meer. Haar nieuwe partner wilde dat liever niet.

Zo groeide Bresser op zonder te weten dat hij geadopteerd was. “Ik wist eerder dat Sinterklaas niet bestond dan dat ik niet uit de buik van mijn moeder kwam,” zegt hij. “Maar ik ben zelf altijd nieuwsgierig en alert geweest. Op een gegeven moment viel me op dat mijn broertje, zusje en moeder donker haar hadden, terwijl ik blond was. Dat zij anders waren, veel rustiger dan ik. Pas toen ik aan mijn moeder vroeg hoe dat precies zat, vertelde ze me dat ik geadopteerd was.”

Dit beschrijft hij ook in zijn boek. Pjotr wil zich thuisvoelen bij zijn familie en verft daarom zijn haar in de schuur stiekem zwart. Pas na dit statement laat zijn moeder foto’s zien van zijn echte moeder. “Wat ik zo langzamerhand wel begin te begrijpen, is waarom ik me af en toe zo heel ontzettend erg verdrietig en alleen kan voelen. Dat komt niet alleen omdat mijn ouders zijn gescheiden, maar ook omdat ik diep van binnen mijn echte moeder mis,” overpeinst Pjotr die avond in bed.


“Ik draaide in die tijd heel vaak het nummer Ik voel me zo verdomd alleen uit de film Ciske de Rat,” vertelt Bresser. “Hoewel ik toen nog niet wist waaróm ik me dan zo eenzaam voelde. Mijn adoptiemoeder was immers lief, en mijn broertje en zusje ook. Toch was mijn leven heel verwarrend, ik miste een vaste basis. Mijn vader was weg, we verhuisden verschillende keren en mijn moeder had het financieel moeilijk. Ze had geen tijd om diepgaande gesprekken met me te voeren over mijn afkomst.”

De brief van zijn biologische moeder ontving Bresser op zijn negentiende. Ze lag op sterven en wilde haar zoon nog één keer zien. Hier is het nooit van gekomen omdat ‘mensen om haar heen het beter vonden als ik niet kwam’, zegt Bresser. “Ze heeft met haar nieuwe man later nog drie kinderen gekregen, die heel lang niet wisten dat ik bestond. Het was allemaal te pijnlijk voor die mensen.”

Zijn biologische vader zag hij op zijn 24ste voor het eerst, en meteen ook voor het laatst. “Ik had me er heel wat van voorgesteld, maar het bleek een slappe zak die flauwe grapjes maakte. Hij geloofde eerst ook niet dat ik echt zijn zoon was. Vreemd, want ik leek precies op hem – mijn eigen zoon later trouwens ook. Alle drie hadden we als kind dat blonde, borstelige haar.”

Datzelfde jaar zag Bresser zijn adoptievader voor het laatst. “De vaderfiguren in mijn leven zijn zonder uitzondering slappelingen geweest. Je laat je gezin toch niet in de steek voor je secretaresse? Mijn adoptievader vond het blijkbaar heel gewoon.”

En zo voelde Bresser zich alleen, verlaten, bodemloos en anoniem. Hij ging heel hard werken en sporten om de pijn niet te voelen. Al snel kreeg hij veel succes. Bresser werd op jonge leeftijd partner op een consultancykantoor en kreeg daarna een directiefunctie bij ABN Amro. Intussen woonde hij samen en had hij een zoon en een dochter.


“Ik weet nog dat ik met mijn vriendin en kinderen in de auto reed, achterom keek en een geluksgevoel door me heen voelde stromen. Ik was zo trots dat ik dit had bereikt: het gezin dat ik zelf nooit had gehad. De volgende ochtend vertelde mijn vriendin dat ze wilde scheiden.”

Waarom weet Bresser nog steeds niet. “Misschien voelde ze al aan wat ik toen nog niet wist: ik had geen fundament. Mijn goedbetaalde baan, mijn huis, mijn auto – het waren nepzekerheden waar ik me aan vastklampte. In feite was ik nog steeds dat jongetje dat aan het knokken was om te overleven. Ik wist niet wie ik was.”

Hoe schokkend de mededeling van zijn ex tien jaar geleden ook was, Bresser is haar achteraf dankbaar. “De ochtend na dat gesprek werd ik wakker en wist ik ineens wat er al die tijd niet goed had gezeten. Ik kon beter zien, letterlijk. De mist trok op.”

Bresser zocht een psychotherapeut, ging spirituele boeken lezen, volgde yogalessen en dacht vooral veel na over zichzelf. Uiteindelijk zegde hij zijn vette baan op. Hij was toen veertig. “Ik wist dat ik veel gelukkiger zou worden als ik stopte met alle zekerheden in mijn leven. En dat klopt: ik ben nu heel gelukkig. Het heerlijkste is: ik kan gewoon eerlijk zijn. Vroeger vertelde ik zo veel verhalen – op borrels, op het werk – om mezelf interessant te maken. Dat hoeft allemaal niet meer.”

Vorig jaar verscheen Pjotr. “Sommige mensen denken dat ik hiermee mijn verdriet van me af heb geschreven, maar dat is niet zo. Ik schreef Pjotr omdat ik mezelf niet langer wilde ontkennen. Toen het eenmaal was gepubliceerd, merkte ik dat het boek kinderen helpt hun gevoelens onder woorden te brengen. Dat is natuurlijk fantastisch.”


Bresser leest Pjotr voor op basisscholen; de teller staat inmiddels op achtduizend kinderen. Tijdens die sessies praat hij niet alleen met de kinderen over de thema’s uit het boek, maar beantwoorden ze ook de vragen die tussen de tekstblokjes staan en rechtstreeks tot de lezer zijn gericht, zoals: “Ben jij ook weleens druk? En wat doe je dan?” Of: “Krijg je weleens een complimentje? Van wie?”

Bresser: “Pjotr stelt zich kwetsbaar op, hij zoekt constant verbinding met anderen. Dat blijkt veel kinderen aan te spreken. Kinderen zitten sowieso niet te zaniken dat er te veel problemen in het boek worden opgestapeld. Die pikken eruit wat ze raakt.”

Op 5 juni gaat Bressers Pjotr de musical in première. Tijdens die voorstelling wordt ook zijn nieuwe boek gelanceerd, Pjotr op reis. Dat gaat over pesten. “Ik ben als kind gepest, maar pestte zelf ook. Het is een spel van onzekerheden. Ik wil laten zien hoe je het tij kunt keren.”

En dan is er nog de Pjotr-training die de schrijver aan het ontwikkelen is met een opvoedkundige en een kinderpsychologe. “De training maakt kinderen bewust van hun eigen gedrag. Neem drukke, dominante kinderen. Ze voeren constant het woord, laten anderen niet aan bod komen. Ik laat ze zien welke consequenties hun gedrag voor anderen heeft, hoe ze overkomen op anderen en hoe ze anders naar elkaar kunnen kijken. We hopen dat dit het onderlinge begrip versterkt, waardoor kinderen minder gaan pesten.”

Maar Bresser is ook graag steunpilaar voor zo veel mogelijk kinderen in allerlei ingewikkelde situaties. Hij twittert en mailt dagelijks met tientallen kinderen. Over verliefdheid, verhuizen en pesten, maar ook over mooi weer of naar het strand gaan. “Het is ongelooflijk belangrijk dat kinderen een persoon in hun leven hebben tegen wie ze alles kunnen zeggen. Een soort Buurman uit Pjotr. Ik heb een paar van die mensen in mijn leven gehad, en zij zijn mijn redding geweest.”


De schrijver kijkt zonder boosheid terug op zijn jeugd terug. “Zonder deze vreemde jeugd was ik nooit kinderboekenschrijver geworden. Sinds ik me heb gerealiseerd dat mijn moeder ook voor abortus had kunnen kiezen, ben ik blij dat ik leef. Ik wil genieten. En vooral blij zijn met wat ik allemaal wél heb.”

‘Pjotr de musical’ gaat op 5 juni 2011 in première in de Schouwburg in Amstelveen. Daarna volgt een tour. Zie voor de speellijst www.pjotr.tv.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Carine Damen