De lessen van de Diamantbuurt

Geweld, vandalisme, intimidatie – de Amsterdamse Diamantbuurt is terug in het nieuws. En dat terwijl er sinds 2004 massa’s politiemensen en hulpverleners op de Marokkaanse jeugd in de wijk zijn afgestuurd. Wat is er misgegaan? En wat kunnen we daarvan leren? ‘Hulpverleners hebben vaak een roze bril op.’

Eigenlijk komt het erop neer dat elke Diamantbuurtbewoner zoals Joop van Riessen zou moeten zijn.
Het gebeurde een tijdje geleden in de Albert Heijn aan de Amsterdamse Haarlemmerdijk. Lange rijen bij de kassa’s. Een Marokkaanse jongen drong voor en deponeerde zijn mandje met een triomfantelijke plof voor de neus van de cassiëre. Hij was eerst, begrepen?
Nee dus. Een autochtone Amsterdammer pakte het mandje en smeet het naar achteren. Groot gelijk, vond oud-hoofdcommissaris Van Riessen.
Maar de Marokkaan, die was afgegaan voor de hele supermarkt, ontstak in woede. “Ik maak je dood!” schreeuwde hij. “Kom mee naar buiten!”
Pensionado Van Riessen constateerde met zijn vier decennia dienderservaring dat dit niet goed ging. Hij stapte naar voren en greep de jongen bij zijn kraag. “Ik zei: ‘Kappen! Meelopen jij! Naar buiten. Je bent zelf begonnen.’”
En? Ging de jongen mee? Van Riessen knikt.
De ex-politieman vertelt het heus niet om op te scheppen. Nee, hij wil alleen maar illustreren dat je onmogelijk alles aan de politie kunt overlaten. “Als je de hufters niet wilt laten winnen, dien je je ook als burger weerbaar en assertief op te stellen.”

De bewoners van de Diamantbuurt deden dat in 2004 niet, zag hij. Gevolg: de wijk werd hét symbool van buurten waar jonge Marokkanen de facto de baas op straat zijn. Zeven jaar later was het wederom raak in het oostelijke puntje van De Pijp. Stenen die door ruiten vlogen. Gezwaai met pistolen. Afpersing. Martelingen zelfs. Dagblad De Pers stuurde oorlogsverslaggever Arnold Karskens. Dan ben je diep gezonken als Nederlandse woonwijk.
Anno 2011 stellen de bewoners zich dus blijkbaar nog stééds zo timide op, concludeert Van Riessen hoofdschuddend. “En ondertussen maar klagen dat de overheid er geen kloot aan doet.”
Dat ‘geklaag’ is anders volkomen begrijpelijk, zegt een bekende Diamantbuurtbewoner, oud-PvdA-deelraadslid Job van Amerongen. “De gepretendeerde onmacht van de overheid is vaak gekmakend.” Regelmatig leest hij in de krant over burgers die zich à la Van Riessen ‘weerbaar en assertief’ opstelden. “Vervolgens belandden ze in het ziekenhuis. Zelf ben ik daardoor ook voorzichtiger geworden.”
Voor mensen die worden getreiterd in wijken als de Diamantbuurt zit er uiteindelijk vaak maar één ding op: verhuizen. Dat moet anders. En het kán ook anders, stelt Van Amerongen. Als er maar wordt geleerd van de fouten die in de Diamantbuurt zijn gemaakt.

Hoe zou het gaan met ‘Bert en Marja’? Van Amerongen weet het niet, Van Riessen evenmin. Het echtpaar vertrok in oktober 2004 uit de Diamantbuurt, na maandenlang te zijn gesard door Marokkaanse jongeren. “Jullie wouden haten, nu moeten jullie de buurt verlaten,” stond triomfantelijk op hun dichtgetimmerde ramen gekalkt.
De hufters hadden gewonnen. Opnieuw. Eerder hadden ook al een lesbische vrouw en een uitbater van een sigarenwinkel eieren voor hun geld gekozen. Het grote verschil met de casus Bert en Marja: deze keer stond het hele land er met de neus boven op. De Volkskrant beschreef het drama namelijk minutieus in een ophefmakende serie artikelen.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

UPDATE – Nog een PvdA’er die het gehad heeft met straattuig: Diederik Samsom. Hij werkte in het geheim een jaar als straatcoach. “Die onveiligheid culmineert in een paar iconen, en een daarvan is die van Marokkaanse jongens. En dat is niet omdat Geert Wilders altijd op die trom slaat. Uiteindelijk is het hele integratieverhaal van niet-handenschuddende imams via een merkwaardige hordenloop bij straatoverlast terechtgekomen. En het zijn vooral Marokkaanse jongens.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

boudewijn geels