‘Dit wordt dood door schuld’

Jeroen Muller, directeur van de Amsterdamse zorggigant Arkin, is niet vies van bezuinigen. Maar de besparing van tien miljoen euro die hij van het kabinet moet doorvoeren, gaat volgens hem mensenlevens kosten.

Zeshonderd miljoen euro moet er van dit kabinet in de geestelijke gezondheidszorg worden bezuinigd, en van alle kanten klinkt daarop kritiek. De overheersende reactie is dat de bezuinigingen te ver gaan en dat de gevolgen niet goed zijn doordacht. Deze maand kwamen nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau naar buiten waaruit bleek dat de bezuinigingen vierduizend zorgverleners hun baan kost en dat het korten op het zogeheten persoonsgebonden budget (pgb) voor chronische zorgklanten 300 miljoen euro minder oplevert dan waarop het kabinet had gehoopt.

Het in Amsterdam gevestigde Arkin is een van de grootste organisaties in Nederland op het gebied van verslavingszorg en psychiatrie. Onder Arkin vallen instellingen als de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam, de welbekende Jellinek-kliniek en Mentrum, dat zich met 22 vestigingen in de hoofdstad richt op mensen met langdurige, psychiatrische of verslavingsproblematiek. Het is een waar zorgconglomeraat; er werken zo’n vierduizend mensen, die tienduizenden cliënten behandelen in circa 1.250.000 consulten per jaar. Aan het hoofd van Arkin staat Jeroen Muller, voorzitter van de raad van bestuur.

Muller is opgeleid als klinisch psycholoog, beoefende dat vak een aantal jaren en koos toen voor de organisatorische kant. Binnen de beroepsgroep staat hij bekend als een groot voorstander van marktwerking, die best bereid is om te bezuinigen. Maar deze kabinetsplannen zitten hem ‘tot hier’.

De eerste bestuurder die volmondig ja zegt tegen bezuinigingen in zijn orga-nisatie moet volgens mij nog geboren worden.

“Dan zou u weleens een primeur kunnen hebben want mijn standpunt is altijd geweest: wat moet, dat moet. Wij willen presteren als de beste Nederlandse ondernemingen, als Philips of KLM. Ook daar moet zo nu en dan worden bezuinigd, maar dan moet je het wel met enig inzicht doen, en ik geloof oprecht dat minister Schippers van Volksgezondheid totaal geen sjoege heeft van waar ze mee bezig is.”


Voor we verder gaan: u bent nu tegen bezuinigingen, maar u staat toch ook bekend als een groot voorstander van vrije marktwerking, met adagia als ‘targets zijn er om te worden gehaald’, et cetera.

“Ja, inderdaad. Ik heb het altijd een goed idee gevonden als ook zorgaanbieders met elkaar concurreren om daardoor betere kwaliteit te leveren tegen lagere kosten.”

Er lopen wel wat ontslagen directeuren rond die u niet voor hun verjaardag zullen uitnodigen.

“Dat zal ik niet ontkennen. Ik heb de shift gemaakt van psychotherapeut naar zakelijk manager en daarvoor een tijd in Amerika gestudeerd. Mijn stijl van leidinggeven was die van command and control, doorpakken en niet lullen. Je zegt een keer: ‘Je gaat over je budget heen,’ je zegt het nog een keer en als het dan na een jaar wéér gebeurt, neem je afscheid van elkaar. Daar maak je geen vrienden mee. Maar het wáren vaak ook inefficiënte organisaties die ik leidde. Bij de Stichting Epilepsie Instellingen Nederland wist ik in korte tijd een miljoen te besparen, gewoon door de geldstromen wat anders te regelen. Ja, dan word je wel bevestigd in het idee dat jouw aanpak de juiste is.

“Als ik erop terugkijk… ik stelde me misschien wel keihard op, maar zo hard was ik nou ook weer niet. Ik zat er wel mee. En ik was begin dertig en rete-onzeker. Nu doe ik dat heel anders, meer naast de mensen gaan staan, samen oplossingen zoeken.”

Is het door diezelfde marktwerking in 2008 niet al eens heel erg misgegaan in het Sociaal Psychiatrisch Diensten-centrum Oost in Amsterdam?

“Dat klopt, dat was voor mij ook een omslagpunt. In 2008 zijn daar twee schizofrene patiënten overleden, vlak nadat de kliniek door ons was overgenomen. Op de dag van het fusiefeest hoorde ik dat een van die twee, die in een isoleercel zat, was gestikt in een boterham met pindakaas. Ik ben er naartoe gegaan en heb met de familie gesproken. Ik schaamde me kapot.


“In de maanden daarvoor bleken er al meer signalen te zijn geweest dat het niet goed ging. Al vier keer was er door medewerkers en door de cliëntenraad geklaagd over het gebrek aan contact tussen de psychiaters en de verpleegkundigen. Maar de mensen waren murw, onverschillig geworden door de hoeveelheid werk. Een soort cowboysfeer hing er. Dit soort voorvallen, ook als ze minder ernstige consequenties hadden, werden afgedaan als bedrijfsrisico. Totaal waardeloos. En ja, marktwerking was daar zeker een van de oorzaken van. Fusies en overnames volgden elkaar op, groot worden was het devies, en er werd minder goed naar kwaliteit gekeken.

“Ik zag toen ook nog eens bevestigd wat ik al veel eerder had ingezien: dat command and control gevaarlijk is. Je creëert een sfeer van wantrouwen en onveiligheid waarin mensen dingen gaan verbloemen. Je werkt met professionals in dit vak. Je móet overleggen, en als je dat niet doet, dan denken ze: Muller, sodemieter maar op met die hele organisatie van je. En dan gaat het een keer fout. Dat is nu met de deze minister ook gaande.”

Was marktwerking dus een slecht idee, of is het alleen doorgeschoten?

“Het is doorgeschoten. Het idee was: marktwerking in de zorg leidt tot lagere kosten en meer kwaliteit. Dat is niet waar gebleken, en mede daarom volgen nu al die bezuinigingen.”

De regering wil 600 miljoen euro besparen op de geestelijke gezondheidszorg. Arkin krijgt tien miljoen minder. U vindt dat vreselijk. Waarom?

“Daar heb ik nu, ouder en wijzer, zowel een menselijk als een zakelijk antwoord op.”

Kiest u maar welk antwoord u eerst wilt geven.


“Neem Joost, die ik een tijd geleden heb ontmoet. Hij woonde in een container bij de Houthavens in het westelijk havengebied en leed aan paranoïde schizofrenie. Dat betekende dat hij permanent doodsbang was. Hij was er van overtuigd dat ‘ze’ hem wilden vermoorden en dat er helikopters rondvlogen om hem in de gaten te houden. Dus poepte en pieste hij in die container en ging hij alleen ‘s nachts de straat op om etensresten uit vuilnisbakken te halen. De angst die ik in zijn ogen zag en de smerigheid waarin hij leefde, dat was onmenselijk. Die man, en heel veel mensen zoals hij, hebben we voorzichtig verleid: zo nu en dan een kopje koffie aanbieden, eens praten met iemand van de ambulante zorg, medicatie aanbieden. En de ergste ellende is er nu een beetje af: hij heeft minder angst, betere hygiëne en soms zelfs iets om naar uit te kijken. Van mensen zoals Joost zijn er duizenden in Amsterdam. Ze zitten op een minimum, ze hebben schulden, zijn verslaafd en volledig afgesloten van een familiesysteem. Ze hebben niet alleen de boot gemist, maar hangen met hun nagels aan de rand van de kade. Met heel veel steunen en stutten functioneren ze nog een beetje. En ze zijn nu dus – een belangrijk argument voor de hoofdstad – niet al te opdringerig meer in het straatbeeld aanwezig. Iedere Amsterdammer zal dat bevestigen. Vraag het maar en je hoort: ‘Je ziet ze niet zo veel meer.’ Dat komt door wat wij doen.”

En de zakelijke kant?

“Als je het hebt over tien miljoen euro minder voor Arkin, heb je het in feite over het loon van tweehonderd mensen. Moet ik die ontslaan? We kunnen niet nog meer kaasschaven – hier een beetje af, daar een beetje af. Dat doen we al jaren, en dan doe je uiteindelijk niets meer goed. Mensen zoals Joost moeten van deze regering hun hulp maar wat meer in de ‘sociale omgeving’ gaan zoeken. Hoe weinig zicht kun je hebben op de realiteit? Ze moeten ook een eigen bijdrage van een paar honderd euro per jaar gaan betalen. Dat hebben ze niet. Ze zijn verslaafd en hebben schulden. Dus liggen ze binnen no time weer in een container. Resultaat: overlast en kleine criminaliteit. Ze worden opgepakt en voorgeleid, en keer op keer betekent dat extra kosten, dat wil zeggen extra werk, voor politieagenten, advocaten, officieren van justitie, rechters, administratief en medisch personeel. En beter worden ze nooit. Dus uiteindelijk wordt het een gedwongen opname en dan kijk je zelfs tegen de 40.000 tot 100.000 euro per jaar aan. Het is niet zo maar bedacht, die aanpak van ons. Daar zitten jaren ervaring in. Ik zou zeggen, minister Edith Schippers, bezoek een keer een opvanghuis. Ga een keer mee met het Rehab Team in Amsterdam. Eén keer, en vertel me dan met droge ogen dat u het nog net zo ziet.”


In een tweede gesprek komt Jeroen Muller terug op het geval van Joost, dat hij in verband brengt met de animal cops die er onder invloed van de PVV zullen komen.

Muller: “Het lijkt misschien populistisch dat ik erover begin, maar dat is waarschijnlijk omdat dat hele idee van populisme aan elkaar hangt. Hoe kun je in godsnaam in je regeerakkoord aankomen met het plan om tientallen miljoenen vrij te maken voor vijfhonderd man dierenpolitie en tegelijkertijd iemand als Joost te laten creperen?

“Het opportunisme, het populair doen dat daarachter zit, speelt sowieso een grote rol. You’re out als regeringsleider als je je bezuinigingen niet haalt, en dus pak je het geld maar waar dat het makkelijkst gaat. Onze mensen werken in de zorg omdat ze bezield zijn, dus we maken geen vuist, hebben geen stem en geen macht. De gehandicaptenzorg heeft blije mongolen en de ziekenhuizen hebben kaalgeschoren kankerpatiëntjes. Dat scoort in de politiek veel beter. Wij hebben zwervers. Die wil niemand. Die moeten het zelf maar uitzoeken, maar die mensen zijn vaak ernstig ziek en hebben onze hulp hard nodig.’

Volgens het jaarverslag komt er bij Arkin 220 miljoen euro per jaar binnen. Als die ‘onderlaag’ dan zo kwetsbaar is, waarom bezuinigt u dan niet op iets anders?

“Dat gaat niet meer. We moeten keuzes maken, zei ik al. Om maar eens wat te noemen, onze psychologen zien zeven, acht mensen op een dag en houden tussendoor de administratie bij, omdat we de mensen die dat eerst deden hebben wegbezuinigd. Ze bellen ‘s avonds thuis en in het weekend met hun cliënten om te kijken hoe het met ze gaat en ze te begeleiden. De duurdere centrale locaties hebben we moeten afstoten, dus ze rijden ook nog eens tussen de klinieken heen en weer. Hoeveel meer kan je van die mensen vragen?”


Volgens de World Health Organization wordt depressie dit decennium volksziekte nummer een. Arkin is de organisatie in Amsterdam die daar wat aan moet doen. Wordt dat nog wat?

“Laat ik het eens bot zeggen: dankzij minister Edith Schippers zullen we een enorme toename van het aantal zelfmoorden zien. We hebben het over dood door schuld. Dit soort politieke besluiten heeft uiteindelijk keiharde consequenties.”

Dat klinkt indrukwekkend, maar het blijft een voorspelling.

“Het zit hem in de wachtlijsten. Een klassiek geval: een vrouw in Buitenveldert, zwaar aangeslagen na haar scheiding, leeft met drie kinderen op het bestaans-minimum. Intake bij de psychiater: diagnose depressie, maar geen direct suïcidegevaar. Er is een wachtlijst van acht weken voor de behandeling begint. De depressie verergert ondertussen, en niemand heeft er zicht op. De vrouw krijgt ruzie met haar ex-man en maakt drie weken na de eerste hulpvraag een eind aan haar leven. Een persoonlijk drama en een financieel drama voor de staat ook, want de kinderen, de ouders en andere betrokkenen gaan uiteindelijk allemaal in therapie. Vijftienhonderd zelfmoorden zijn er per jaar. Ik voorspel een aanzienlijke toename in de komende paar jaar. Helemaal als je bedenkt dat mensen met een depressie steeds vaker al helemaal niet meer voor therapie kiezen omdat ze de eigen bijdrage van 200 euro niet kunnen betalen.”

Maar de regering zegt dat we nu eenmaal niet voor iedereen kunnen zorgen, en het geld moet toch ergens vandaan komen. Dat gaat niet zomaar veran-deren.

“Als het al moet, dan kan er wel op een veel zinniger manier worden bezuinigd. Er liggen ook voorstellen van de zorgsector zelf. Je kan heel veel via internet doen: inschrijven, behandelen zelfs. Als we mensen meer thuis kunnen verzorgen, kunnen we het aantal opnamen sterk verminderen. We werken, omdat er politieke besluiten ontbreken, al jaren met een zeer kostbaar en nutteloos dubbel administratiesysteem. En we zitten vast aan enorme extra kosten voor de belastingbetaler, omdat je als zorginstelling maar een bepaald aantal consulten mag draaien. Daarboven wordt het niet meer vergoed door de verzekeraar. Dat kan allemaal beter en anders, en daarvoor heb je overtuigingskracht, meerjarenplannen en doorgaans een investering nodig. Dat vraagt om een echte visie en durf – en een minister met een open oor. Maar dat is er allemaal niet.”


Bij Rehab Team De Haven op een steenworp van het Centraal Station in Amsterdam worden ‘zorgmijdende daklozen behoed voor de volledige maatschappelijke teloorgang’, aldus Rimke van der Vegt, lid van het team. De ruimte is een soort kruising tussen een jeugdherberg en een gevangenis. Beneden is een eetkamer met vastgeklonken tafels, stoelen, een balie en een televisie. Boven zijn er smetteloze gangen en kleine, slordig in pastelkleuren gesausde kamers met solide bedden.

De overwegend mannelijke cliënten dragen vooral trainingspakken en versleten loopschoenen van derdewereldkwaliteit. Ze hebben diepe rimpels, tatoeages en warrig haar. Binnen drinken ze zwijgend koffie uit plastic bekers. Voor de deur wordt de geagiteerde conversatie aangedreven door blikken bier en shag.

“We bedienen hier zo’n driehonderd man per maand,” zegt Van der Vegt. “Dit zijn echt de mensen onderaan de ladder. Ze hebben niets meer, behalve stoornissen, verslavingen en schulden, en ze willen ook nog eens niet worden geholpen. Maar het is hier warm en ze kunnen hier een kop koffie of soep krijgen. Dan gaan we met ze praten en proberen we ze voorzichtig wat hulp te bieden. ‘Bemoeizorg’ noemen we dat. In het allerbeste geval betekent het dat ze een uitkering krijgen van tegen de 700 euro. Daarvan gaat 500 euro naar een pension, zo’n 175 euro naar het afbetalen van de schuld en dan blijven er nog een paar tientjes per maand over voor shag en bier. Er zijn een stuk of vijftien van dit soort opvangcentra in de stad. Kun je je wel voorstellen wat de gevolgen zijn als dat wegvalt.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Gijs de Swarte