Waarom moet ik als niet-roker met benauwde longen op de trein wachten?

Ik was een groot voorstander van het rookverbod in de horeca. Sigarettenverslaafden verbannen naar een koud terrasje terwijl ik rookvrij kon genieten van mijn biertje, heerlijk. Totdat het gezelliger werd op die terrasjes dan in de cafés, waar het in plaats van rook naar urine begon te stinken. Dat het rookverbod in de horeca werd opgeheven vind ik daarom, schoorvoetend, prima.

Maar dat hoeft niet te betekenen dat op andere plekken ook weer gerookt mag worden. Neem het treinstation bijvoorbeeld. Daar staan prachtige rookpalen of rookputten geïnstalleerd, omcirkeld door dikke gele lijnen. Daarboven hangt ook nog een bordje: rookzone. Duidelijk: daar wordt roken gedoogd, elders niet. De gemiddelde roker heeft daar geen boodschap aan. Hij/zij moet namelijk tijdens de overstap naar een andere trein snel een nicotineshotje nemen, en om dan helemaal naar de rookzone te lopen kost te veel tijd.

Haalt de nicotinejunkie de rookpaal wel dan is er hooguit tijd voor een half peukje. Het overgebleven deel wordt in de rookpaal gemieterd, bovenop tientallen andere, halve, nog smeulende sigaretten. Die peukenberg gaat lang na het vertrekken van de rokende reiziger lekker door met roken, wat tot enorme nicotinewalmen leidt. Geregeld heb ik meegemaakt dat het halve perron blauw stond door zo’n rokende rookpaal.

Het is onterecht dat ik als niet-roker met tranende ogen en benauwde longen op een trein moet staan wachten. Wat nou recht op een peuk, mijn recht van ademen wordt mij ontnomen. Hoog tijd dat er weer strenger gecontroleerd wordt op roken in openbare ruimtes. Hoge boetes kunnen zodoende de lege staatskas weer een beetje spekken.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

matthijs prinzen