Bijna…

Er zijn heel wat bands die zich tot de opname van één album – soms zelfs maar één song – hadden moeten beperken. Bij gebrek aan zelfkritiek produceerden ze echter plaat na plaat vol inferieure variaties op dat album of die song. Gelukkig zijn er ook bands die zichzelf keer op keer opnieuw weten uit te vinden, zonder de eigen identiteit te verliezen of een knieval te maken voor de waan van de dag. En gelukkig is er ook nog een band die daarin excelleert. Wilco. Waar het momentum van een invloedrijke band als The Strokes één, hooguit twee platen duurde, lijkt het momentum van de band van Jeff Tweedy zich uit te strekken over de carrière als geheel. The Art of Almost, de openingstrack van het nieuwe album The Whole Love, is zo’n nummer waarvoor je alles even uit je handen laat vallen.

Wilco heeft nog nooit eerder zó ‘geproduceerd’ geklonken, heeft de studio nimmer zo ingrijpend als ‘instrument’ gebruikt. Ruim zeven minuten duurt dit aan de art-rock grenzende experiment. De volgende track roept weer een schimmig beeld op van Elvis Costello en in Sunloath toont Tweedy zich weer de lennoneske confessional singer-songwriter die we zo goed kennen. Het geheim van Wilco schuilt waarschijnlijk in die titel: The Art of Almost. Wilco klinkt bíjna als vele groten uit de popgeschiedenis, maar nooit helemaal. Op The Whole Love klinkt Wilco zelfs bíjna als Wilco, maar zoals Wilco vroeger klonk, klinkt Wilco nu allang niet meer.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ruud Meijer