Kopen? Dan ook betalen.

Het was een boeiende week aan het Binnenhof. De Financiële Beschouwingen hebben duidelijk meer opgeleverd dan de Algemene. Niet alleen was het debat inhoudelijk, het ging ook over de zaken die er op dit moment echt toe doen.

Twee ontwikkelingen maakten het debat extra interessant. Allereerst natuurlijk het interview van scheidend PvdA-voorzitter Ploumen, die Job Cohen even de volle laag gaf – een treurige actie die al voldoende is becommentarieerd. Relevant voor de financiële beschouwingen was haar opmerking over de linkse samenwerking die maar niet van de grond komt.

Een ander relevant gegeven was het dreigende omvallen van de Frans-Belgische bank Dexia. Hier deed een andere vertrekker, voormalig DNB-bestuurder Lex Hoogduin, van zich spreken. Hij vond dat de politiek zelf van de eurocrisis een bankencrisis heeft gemaakt, door banken te verplichten mee te betalen aan het redden van landen als Griekenland. Zo hing het doemscenario van een bankencrisis à la 2008 als een donkere wolk boven het debat, en kon men het risico van extra bezuinigingen niet negeren.

Voor het kabinet was het in dit debat van belang steun te verwerven voor een verhoging van de Nederlandse bijdrage aan het Europese Noodfonds naar honderd miljard. Dat lukte, wederom met steun van de oppositie, maar niet zonder de toezegging dat de Kamer betrokken blijft bij de inzet van dat fonds. Binnenlands-politiek gezien is dat begrijpelijk, maar voor het echte herstel is het een nadeel: het fonds is niet snel en flexibel inzetbaar.

Bijzonder was de aanvankelijke opstelling van de PvdA. Die liet bij monde van Plasterk weten verdere uitbreidingen niet meer te steunen als het kabinet aanvullend gaat bezuinigen. Vervolgens lag daar opeens een persverklaring van D66, GroenLinks en de ChristenUnie die het kabinet verdere steun toezegde, als er maar wordt hervormd. Daar was dus opeens die linkse samenwerking, maar… zonder de PvdA. Een woordvoerder van D66 gaf aan dat de PvdA niet meedeed ‘omdat die partij niet kiest voor hervormingen, maar voor een bezuinigingsstop’. Zo kwam de PvdA opeens buitenspel te staan.


Daarmee is de keuze waar de PvdA voor staat indringend blootgelegd: kiest zij voor meer populisme – om de concurrentie met de SP aan te gaan – of kiest zij voor een offensief-inhoudelijke koers, zoals D66, GroenLinks en ChristenUnie doen? Voor mij is duidelijk dat de tweede insteek veel lastiger, en dus politiek interessanter wordt.

Onderdeel van de voorgestelde hervormingen is namelijk ook het heikele onderwerp van de woningmarkt: het H-woord viel regelmatig te beluisteren in dit debat. De drie partijen stellen voor de hypotheekrente alleen nog aftrekbaar te maken voor annuïteitenhypotheken, een vorm waarbij de schuld daadwerkelijk wordt afgelost. Op hervormingen op het gebied van arbeidsmarkt, gezondheidszorg en belastingstelsel kunnen VVD en CDA en deze drie partijen waarschijnlijk best zakendoen met elkaar, maar op H-gebied kan het lastig worden.

Opvallend in dit verband was de uitspraak van minister van Financiën, Jan Kees de Jager. De elf miljard die gemoeid is met de hypotheekrenteaftrek moet altijd weer naar de burger terugvloeien, zei hij, ‘omdat er anders sprake is van een lastenverzwaring’. Dat is te duiden als een blokkade, maar evenzeer als het formuleren van een randvoorwaarde voor de discussie.

Probleem voor dit kabinet is namelijk dat er – in tegenstelling tot 2008 – eigenlijk geen buffers zijn om de economie te stimuleren. Wanneer het initiatiefvoorstel van D66 en CU voor de hypotheekrente wordt gevolgd door een overstap van spaar- naar annuïteitenhypotheken, komt die ruimte er wellicht wel.

Dit plan past eigenlijk wel in het denkkader van De Jager over de woningmarkt. Hij laat niet na te benadrukken dat mensen te makkelijk schulden aangaan zonder af te lossen. Zijn wens voor Europa is eigenlijk ook die voor de woningmarkt, zou je kunnen zeggen. Wie weet.

Meer leuke content? Like ons op Facebook