Peter Pontiac

Peter Pontiac (Beverwijk, 1951, pseudoniem vanPeter J.G. Pollmann) is striptekenaar. Onlangs kreeg hij de Marten Toonderprijs voor zijn gehele oeuvre.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik ben een tijdje op Kreta geweest, en sinds mijn terugkeer ben ik als een hond die rondjes draait zonder te kunnen gaan liggen.

Wie zijn uw helden?

Mensen die anderen uit de shit helpen.

Aan wie ergert u zich?

Aan incapabele mensen. Ik ben voor mijn werk afhankelijk van allerlei mensen om me heen, en vaak denk ik: wat een stelletje slaapkoppen bij elkaar, zeg.

Lijkt u op uw vader?

Ik heb van hem een soms uit de bocht vliegende bevlogenheid geërfd. Hij was fout in de oorlog en in 1978 is hij spoorloos verdwenen op Curaçao. Tien jaar geleden heb ik een boek gemaakt, Kraut, waarin ik naar antwoorden zoek op de vragen die zijn leven bij mij oproept. In mijn jeugd was mijn vader er niet voor mij, maar de laatste jaren heb ik veel aan hem gehad – want op dat boek heb ik goede reacties gekregen.

Wat zijn uw dagdromen?

Er dansen weleens paradijselijke visioenen van vrijheid en rust voor mijn ogen als ik achter mijn werktafel zit.

Wat is uw grootste angst?

Ik heb regelmatig nachtmerries dat ik, om ergens aan te ontsnappen, door een steeds nauwere tunnel moet. Ik heb lang over mijn geboorte gedaan, misschien zit dat erachter.

Bidt u weleens?

Bidden ruikt een beetje naar ‘iets aan God vragen’. Dat vind ik een nogal kinderlijke opvatting van spiritualiteit.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Ik heb het idee dat ik één lange reeks van kleine, mystieke ervarinkjes beleef. Mijn leven zit vol vreemde toevalligheden waaraan ik geen hysterisch belang hecht, maar die ik waarneem als tekens langs de weg.


Bent u aantrekkelijk?

Ik zie weleens mensen terugdeinzen voor mijn oude, gerimpelde portemonnee-hoofd, maar dat moeten zij weten.

Wat is uw definitie van geluk?

De uitvinding van het geluk heeft de mensheid meer kwaad dan goed gedaan. Ik denk dat je meer hebt aan wijsheid. Geluk is maar wankel.

Waar schaamt u zich voor?

Voor mijn loslippigheid in allerlei interviews. Wie zit er nou te wachten op het achterste van mijn tong?

Bent u monogaam?

Absoluut. Naast de pot pissen heeft iets morsigs, iets beduimelds.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Ik dacht dat ik al dertig jaar niet had gehuild, maar mijn vrouw wees me erop dat we relatieperikelen hebben gehad waarbij ik wel degelijk heb gehuild.

Hoe moedig bent u?

Met meer dan drie mensen om me heen voel ik me al niet gemakkelijk. Dus toen ik de Marten Toonderprijs kreeg in een volle kerk, ging ik naar binnen met het idee dat ik geëxecuteerd zou worden. Maar ik heb het toch gedaan.

Wat is uw grootste ondeugd?

Roken. Ik ben begonnen toe ik dertien was.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Ik vind het vreemd idee dat het leven een soort school zou zijn. Want tegen de tijd dat je eindelijk iets hebt geleerd en wilt gaan toepassen, ga je alweer dood. Een redelijk zinloze exercitie.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Dat ze vrouwelijk is. Met af en toe iets meisjesachtigs.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Ik vind het leuk het als een man gewoon aardig is. Het is zo prettig als mensen aardig zijn. Het kost niets en je voelt je daarna de hele dag goed.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?


Ik zou wel echte bakkebaarden willen hebben en meer gefocust willen zijn. Dat mijn kop minder een soep is.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Dat ik van mijn achttiende tot mijn 33ste met drugs heb lopen klooien. Ik kan me de haren wel uit mijn kop trekken dat ik in de meest vitale periode van mijn leven suf in een hoekje heb gelegen.

Gelooft u in God?

“Ik geloof omdat het ongerijmd is.” Die uitspraak van Tertullianus staat op een snippertje dat ik al tientallen jaren meedraag in mijn portemonnee.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik ben een junk geweest, maar de enigen die ik leed heb berokkend, waren dealers van wie ik stuff jatte als ze even de kamer uit liepen.

Hoe ontspant u zich?

Op internet zoeken naar obscure muzikale juweeltjes uit de jaren zestig.

Van wie houdt u het meest?

Van mijn vrouw en mijn dochter.

Wanneer was u het gelukkigst?

Ik verzet me tegen de verleden tijd in deze vraag.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Aan rust.

Wat is de beste plek om te wonen?

Onder een Kretenzische druivenrank.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik heb in mijn leven het pad gekruist van heel wat gestoorde geesten die door drugs de weg kwijt waren geraakt. Hopeloze mensen die je met geen mogelijkheid kunt helpen. Die hoef ik niet terug te zien.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Niet.

Wat is uw devies?

Het is beter te begrijpen dan begrepen te worden.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Renate van der Zee, foto jos lammers