Een nieuwe start

Ontmoeting met een mystery-artiest. De zoveelste truc van de muziekindustrie om haar artiesten te slijten aan het publiek, maar hij werkt: de nieuwsgierigheid is geprikkeld. Wat blijkt: Tim heeft een verleden.

Een mailtje. Of HP/De Tijd een mystery-interview wil doen met een muzikant die een opmerkelijke carrièremove heeft gemaakt. Als het antwoord ja is, zal de artiest de journalist opzoeken. De nieuwsgierigheid is geprikkeld, we doen mee. Mysteries zijn er om op te lossen.

Woensdagochtend tien uur. De bel gaat, de hond blaft. Mijn grootste angst is dat ik degene die buiten staat niet zal herkennen; misschien ken ik hem zelfs helemáál niet. Die kans is niet denkbeeldig: ik luister geen radio, kijk zelden tv, dus BN’ers loop ik in de regel straal voorbij. De hond wringt zich langs mijn benen, drukt haar neus tegen de drempel en snuift luidruchtig. “En? Wie is het?” Een kwispel ten antwoord: goed volk. Ik haal diep adem en trek de deur kordaat open.

In de tuin staat een jongen van een jaar of twintig. Blank, niet groot, tenger postuur, dun baardje. Modieuze, donkere coat. Halfopen schoenen met de tongen half over de neuzen, als het logo van de Rolling Stones. Als hij me gaat beroven, schiet het door me heen, staat zijn signalement voorgoed op mijn netvlies gebrand. Maar ik mag doodvallen als ik weet wie hij is. Hij steekt zijn hand uit en zegt: “Tim.” Mijn brein begint te pruttelen als een computer. Tim Douwsma? Tim Knol? Tim Krabbé? Tim Boektoe? Meer Tims kan ik niet bedenken. De enige Tim met wie ik wekelijks contact heb, is het online huishoudboekje van de ING. Muzikant wordt huishoudboekje: dat zou wél een opmerkelijke carrièremove zijn.

Ik steek mijn hand uit en zeg: “Ruud.” De achternaam laat ik expres weg, in de hoop dat ook zijn harde schijf – Lubbers? Van Nistelrooy? Gullit? De Wild? – overuren maakt. Tim komt binnen en ik vraag lafjes: “Tim wie-ook-alweer?”


“Akkerman,” antwoordt hij hulpvaardig. Zijn ogen verraden dat hij denkt het mysterie met deze informatie te hebben opgelost. Mis dus. De enige Akkerman die ik ken heet Jan, ook een muzikant, maar weer een heel ander verhaal. Tim Akkerman, Tim Akkerman is dat niet die jongen van… de oplossing ligt op het puntje van mijn tong, maar door de lichte paniek die zich meester van me maakt, krijg ik een blackout. Een list dan maar. Ik bied Tim een stoel aan en zeg dat ik nog even terug naar boven moet om een mail af te maken.

Ik race de trap op en dank God voor Google. “Tim Akkerman (Den Haag, 23 juli 1980) is een Nederlandse muzikant en singer-songwriter. Akkerman werd bekend als leadzanger en gitarist van de Haagse band Di-rect.” Bingo! Dat wist ik! Bij toeval zag ik de uitzending van De Wereld Draait Door waarin Akkerman in het bijzijn van de pissige gitarist Spike zijn besluit om Di-rect te verlaten toelichtte. Spannende tv was dat.

Ontspannen hobbel ik de trap weer af, bied de mysteryguest iets te drinken aan en biecht hem quasi-nonchalant op dat ik hem met dat baardje niet direct had herkend – achteraf ook een misser, want op YouTube zie ik later dat hij dat baardje al jaren heeft.

Wanneer de thee is ingeschonken en de Senseo rochelend aankondigt dat ook de koffie klaar is, wordt het tijd voor de hamvraag: vanwaar deze mysterieuze aanpak? De gedachte dat het een nieuwe gimmick van de noodlijdende muziekindustrie is, dringt zich op. De media worden gebombardeerd met namen van artiesten die beschikbaar zijn voor interviews. Soms ontaarden die voorstellen in regelrechte smeekbedes. Maar wanneer je als eerste een interview krijgt aangeboden met een mystery-artiest, dan streelt dat het ego net zo hard als het de nieuwsgierigheid prikkelt. Een slim plan dus.


Akkerman beaamt dat. Hij bekent dat het idee van Stefano Oosthof is, van communicatie- en promotiebureau De Revolutie. Akkerman: “Ik wil écht helemaal opnieuw beginnen, met een schone lei en onder aan de ladder. Als ik mijzelf had aangeboden als Tim Akkerman, de voormalige leadzanger-gitarist van Di-rect, dan zouden ze mij om die reden juist wél of juist niet hebben willen interviewen. Nu zit ik hier als Tim Akkerman, de singer-songwriter die net zijn eerste album heeft opgenomen. Dáár wil ik over vertellen.”

Een vraag over het verleden lijkt onvermijdelijk: wat was er mis met Di-rect, dat hij uit de band stapte en twee jaar niets van zich liet horen? “Een nieuw album met Di-rect zou een grote leugen zijn geweest,” stelt hij resoluut. “Een leugen tegen elkaar en tegen de fans. We – misschien moet ik zeggen: ik – deden alleen nog maar dingen waarvan we dachten dat ze succes zouden hebben, en niet meer wat we zelf wilden.”

Nu is er het bijna Nick Drake-achtig album Anno, met een parel als Winter Is Over. Droomde hij daar al van tijdens de gloriedagen van Di-rect? “Niet exact; het was eerder een geleidelijk proces. Ik heb twee jaar over dit album gedaan. Eerst heb ik aan mezelf moeten werken, daarna aan de muziek. Van het singer-songwritergenre hield ik wel erg: van Josh Ritter en, inderdaad, Nick Drake. Daarna heb ik muzikanten gezocht die meer dan een begeleidingsband konden zijn. Dat is belangrijk voor mij: dat we het samen doen. Ik schrijf de nummers en zij vullen ze in.”

Anno is een mooi album geworden voor fijnproevers. Maar stel dat de plaat flopt, gaat Akkerman dan geen spijt krijgen? “Absoluut niet!” Hij spuugt de woorden bijna uit. “Dan word ik maar weer postbode, dat ben ik al eerder geweest. ” We stoppen het album nog even in de cd-speler. Akkerman mag één nummer laten horen. Hij kiest voor Winter Is Over. Al luisterend krijgt hij de blik in zijn ogen van een vader die zijn kind voor het eerst ziet lopen.


Het mysterie is opgelost. Tim Akkerman is een échte muzikant.

Tim Akkerman:’Anno’. Verschijnt op 18 november.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ruud Meijer