Beestenboel

Een echt verhaal, een plot, is er niet. Niet echt. Wij, de wilden, de recent vertaalde debuutroman van de Amerikaan Justin Torres (1980), is meer een serie portretten van een problematisch gezin. Korte scènes, die niet helemaal los van elkaar staan – het is een roman, geen verhalenbundel – maar de scènes zijn vooral met elkaar verbonden door de toon.

Die toon is het grootste deel van het boek wild, levenslustig, en naïef. Kinderlijk maar niet kinderachtig. De verteller is het jongste lid van het gezin, dat verder uit twee oudere broers, een blanke moeder en een Puerto-Ricaanse vader bestaat. Vader (Papi) en moeder (Mam) zijn geboren en getogen in Brooklyn.

We zien de naamloze verteller opgroeien en zich langzaam losmaken van zijn familie. Tegen het einde van de roman heeft hij eindelijk door wat de lezer al voorzichtig aanvoelde: hij is anders. En in tegenstelling tot de rest, tot zijn grove, niet bijster intelligente broers, heeft hij een toekomst.

Het moment dat hij dat beseft, en de verteltoon subtiel verandert, is aangrijpend en triomfantelijk tegelijk. Je wilt hem aanmoedigen om trouw te blijven aan zijn gezin én om zich er zo ver mogelijk van te verwijderen.

Dat is misschien wel het knapste aan Torres’ debuut: er wordt nogal wat afgeslagen en gescholden in het gezin, praten doen ze nauwelijks, alles is fysiek, ze kunnen elkaar letterlijk het huis uit schoppen, maar er zijn ook mooie, puur idyllische momenten. De lieflijkheid kan elk moment omslaan in rauwe agressie, en andersom. Dat houdt het spannend, en tegelijkertijd zorgt Torres er zo voor dat je nooit echt een hekel krijgt aan de gewelddadige vader of de slonzige, wanhopige moeder. Niks is alleen slecht of alleen goed.

De vertaling van Nicolette Hoekmeijer is soepel en elegant.

Justin Torres: Wij, de wilden. vertaling: Nicolette Hoekmeijer. Meulenhoff, €17,95. Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook