Bonjegenoten

Uilskuiken van de week: Henk van der Kolk c.s.

Ze zouden met z’n veertigen komen. Een mevrouw had dat door de telefoon tegen de bazin van het gemoedelijke café Koosje aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam gezegd. Het zou om een borrel gaan; niet eerder dan half zes zouden ze arriveren.

Om kwart over vier kwam de mevrouw die had gebeld binnen, met drie anderen, die kartonnen dozen droegen. “Ik denk dat er wel een man of zestig komen,” zei de mevrouw tegen de bazin. “Fantastisch toch? We hopen dat de groep nog groter wordt.” De bazin schrok, zo’n grote groep was vanwege de brandveiligheid niet toegestaan, het kon haar de vergunning kosten. “O, maar dan zetten we de helft wel buiten,” zei de mevrouw.

De kartonnen dozen gingen open. T-shirts en zweetbanden werden op de cafétafels gelegd. ‘Strijd voor zorg’ stond er op de T-shirts. Het gezelschap klapte laptops open en begon driftig te telefoneren. Ze vroegen om koffie. “Zet het maar op naam van Sarah van Abvakabo,” zei de mevrouw.

Om half vijf drong een kleine honderd man het café binnen. De andere gasten, onder wie een vader met kinderen, wilden vertrekken, maar slaagden er niet in de deur te bereiken. De meute keek grimmig, sommigen riepen ‘actie, actie’ en ‘genoeg is genoeg’. Ze trokken de T-shirts aan en deden de zweetbanden om.

Aan de bar riep iemand om een tosti. “Hé jongens, er is een Abvakabo-rekening!” De bar werd bestormd, mensen raakten in de verdrukking. “Doe mij een broodje kroket erbij.” “Waar blijft die hamburger? Met een lege maag kan ik niet demonstreren.” Wijn, bier en jenever werden besteld.


Fotografen en een cameraman trokken door de massa, iemand van Abvakabo klom op een tafel. “We zullen doorgaan,” riep hij. “We strijden voor ons recht. Ze zullen luisteren, ze zullen op hun knieën gaan.” De massa bulderde, iemand stootte een dienblad met lege glazen uit de handen van een serveerster. In het tumult zakte een dikke demonstrant door zijn stoel.

Een vrouw met roodgeverfd haar ging op de tafel staan. “Ik wil zeggen dat wij van de SP jullie een hart onder de riem steken. Wij zijn niet als alle anderen.” Gebrul. “En nu op naar de directie!” Terwijl de menigte zich struikelend over stoelen en krukken naar buiten begaf, rekenden de Abvakabo-man en de vrouw die gebeld had af. Tweehonderdtwaalf euro vijftig was het. De vrouw die gebeld had, gaf vijf euro fooi.

Nadat ze waren vertrokken, veegden de bazin en het barmeisje de scherven, de houtsplinters en de achtergebleven rotzooi op een hoop. Ze poetsten de tafel met de voetafdrukken schoon en reinigden met chloor de vuile toiletten.

Dat was vorige week woensdag. Twee dagen later stond er een ingezonden stuk op de opiniepagina van de Volkskrant, geschreven door Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten, John Kerstens, voorzitter van FNV Bouw en Corrie van Brenk, voorzitter van Abvakabo FNV.

In het stuk winden de vakbondbonzen zich op over het stakingsrecht, dat volgens hen aan alle kanten wordt aangetast. De Europese Commissie zou het stakingsrecht beschouwen als ‘een belemmering van de vrije markt en niet als een zwaar bevochten mensenrecht’. “Staken moet mogen,” menen Henk van der Kolk en zijn consorten, “want staken is een grondrecht.”


Nu het crisis is en zo’n beetje elke beroepsgroep sputtert van ongenoegen, kunnen we de komende tijd nog vele FNV- en Abvakabo-acties verwachten. Prachtig voor Van der Kolk en zijn trawanten, die denken dat oude tijden zullen herleven. Bij café Koosje vinden ze dat allemaal best. Maar laat ze niet onder valse voorwendselen een café binnendringen om er de boel te vernielen. Die vijf euro fooi, laat een vaste klant weten, mag Henk van der Kolk in zijn reet steken.

Meer leuke content? Like ons op Facebook